Squasher Lucas Buit kan het winnen niet laten

AMSTERDAM, 29 JAN. Hij wist dat hij zou winnen, maar deze keer was winnen alleen voor Lucas Buit niet voldoende. Gewonnen had hij immers al zo vaak, tot vervelens toe bijna. De squash-speler gaf zichzelf daarom voor aanvang van de finale om het Nederlands kampioenschap een opdracht: hij moest en zou “zo dik mogelijk” winnen. Wat Buit precies met die woorden bedoelde, werd in minder dan een half uur duidelijk. Met drie keer 9-1 liet de titelverdediger de niet geheel fitte Eric Smit volstrekt kansloos.

Buit staat in eigen land al geruime tijd op eenzame hoogte. De overwinning van gisteren in het Frans Otten-stadion in Amsterdam betekende zijn vierde nationale titel in vijf jaar tijd. Zijn laatste nederlaag leed hij begin 1993 tegen dezelfde Smit. “Sindsdien ben ik alleen maar beter geworden en is de concurrentie toch een beetje stil blijven staan”, weet Buit.

Pas op relatief late leeftijd nam de 28-jarige Amsterdammer voor het eerst een squashracket in de hand. In zijn vroege tienerjaren zat hij op bowlen. In het bowlingcentrum was ook een squashbaan aangelegd en Buit ging hij daar wel eens kijken. Op een dag vroeg iemand hem of hij zin had in een partijtje. In een spijkerbroek en met een geleend racket speelde hij even later zijn eerste wedstrijd. Z'n tegenstander squashte al een paar jaar. Buit liet hem alle hoeken van de baan zien. Zestien was hij toen. Op de bowlingbaan heeft hij zijn gezicht sindsdien niet meer laten zien.

Toch wil Buit, die in clubverband zowel voor het Rotterdamse Victoria als een Duitse vereniging uitkomt, zichzelf geen talent noemen. “Ik ben eerder iemand die over een natuurlijke aanleg voor squash beschikt. En dan vooral wat anticipatievermogen betreft.”

Buit is één van de weinige professionele squashers in Nederland. Hij wordt gesponsord en neemt regelmatig deel aan internationale, met geldprijzen gedoteerde toernooien. Om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, moet hij ook vijf uur per week lesgeven aan jeugdspelers. “Pas wanneer je als squasher tot de top tien van de wereld behoort, wordt het financieel lucratief. Voor wat ik nu verdien, zou een tennisser als Boris Becker zijn schoenen nog niet eens van de hand doen.”

Op de wereldranglijst staat Buit momenteel op de veertigste plaats. Zijn streven is om dit jaar een positie bij de beste 25 te bereiken. “Dat moet haalbaar zijn”, meent de Nederlands kampioen. “Het afgelopen jaar jaar heb ik al een paar keer gewonnen van jongens uit de top 25. Weliswaar niet op de grote toernooien, maar toch. Squash is een moeilijke sport, een sport waarbij je pas na vele jaren oefenen echt beter wordt. Ik ben het laatste half jaar enorm vooruit gegaan, vooral wat balcontrole en slagen-arsenaal betreft. En ik kan nog lang genoeg mee om nóg beter te worden.”

De nationale titelstrijd was voor Buit niet meer dan een verplicht nummer. Maar wel een verplicht nummer waarop hij wilde laten zien met kop en schouders boven de rest uit te steken. “Want wie ben ik om medelijden met mijn tegenstanders te hebben”, zei hij na de eenzijdige finale, lurkend aan een fles champagne. Desondanks was Buit blij dat Eric Smit in iedere game een punt had weten te scoren, “want het is een heel aardige jongen”.

De eindstrijd bij de vrouwen was aantrekkelijker en vooral spannender dan die bij de mannen. De 19-jarige Vanessa Atkinson zorgde voor een verrassing door in vijf games viervoudig kampioen Hugoline van Hoorn te verslaan. In de halve finale was de in Engeland geboren maar in Dordrecht wonende Atkinson te sterk geweest voor een andere routinier, Nicole Beumer. Van Hoorn en Beumer bepaalden de afgelopen jaren het gezicht van het nationale vrouwensquash.

“Voor de squashsport in Nederland is het heel goed dat eindelijk eens iemand uit de jeugd is doorgebroken”, zei Buit over de titel van Atkinson. Hij voegde er aan toe dat wat hem betreft de situatie bij de mannen de komende tien jaar ongewijzigd mag blijven. Uiteindelijk verveelt winnen nooit.

    • Paul de Lange