Slagwerkfestival met jazz, hiphop en Xenakis

Het Slagwerkfestival, dat voor het eerst ook in Brussel plaatsvindt, legt dit jaar de nadruk op de diversiteit: van 'hartslagwerk' van het Japanse Kodo tot djembévirtuositeit van Kian-Zo uit Ivoorkust. Verder: het gelegenheidsensemble van Bill Bruford (een Britse jazzdrummer), Chad Wackerman (een Amerikaanse rockdrummer) en de twee percussionisten Luis Conte (Cuba) en Mustapha Tettey Addy (Ghana), waarmee het festival morgenavond in de Haagse Anton Philipszaal opent.

Slagwerkfestival 1996. 30/1 Anton Philipszaal (Den Haag), 31/1 Paleis voor Schone Kunsten (Brussel), 2/2 Muziekcentrum Vredenburg (Utrecht), 3/2 Beurs van Berlage (Amsterdam). In Brussel wordt de solo van Hans Eijkenaar en het duo dj Boner/Tibor Paulsch vervangen door Doudou N'Diaye Rose/Bruno Castellucci en het ensemble El Hadji N'Diaye Rose. Het Japanse ensemble Kodo: 5/2, 6/2 Muziekcentrum Vredenburg (Utrecht), 7/2 Anton Philipszaal (Den Haag). Delen van het Slagwerkfestival worden uitgezonden door VPRO Radio 4.

Naast de exotiek van Japanners en Afrikanen wordt op het Slagwerkfestival ook door Nederlanders gedrumd. High-energy-drummer Hans Eijkenaar speelt solo, Slagwerkgroep Den Haag voert werken van Cage en Xenakis uit en tenslotte is er een duo-perfomance van een jonge drummer en een nog jongere dj - gepresenteerd als het nieuwste ritmetandem in de dansmuziek.

Eijkenaar (32), vaste begeleider van Hans Dulfer en een van de meestgevraagde studiodrummers van Nederland, gaat hartje winter gekleed in een mouwloos hemd met zweetbandjes. “Mijn handelsmerk is dat ik vrij heftig loos ga”, zegt Eijkenaar, “ik denk dat ze me om die reden hebben gevraagd. Maar misschien beperk ik me in mijn solo wel tot een diepe groove, die hypnotiserend gaat werken. Eigenlijk doe ik dat het liefst.”

Eijkenaar zit in de Wisseloord studio's voor een opname van zanger Gordon. “Tegenwoordig verzorgen producers de meeste drums zelf met behulp van een midi-computer”, zegt hij, wijzend op een beeldscherm met een lijst samples. “Dat is niet goed voor de werkgelegenheid van drummers.” Toch heeft producent Gerard Stellaart nog wel een echte drummer nodig voor accenten en fill ins.

Behoefte om het drumstel uit te breiden met allerlei computergestuurde toeters en bellen heeft Eijkenaar niet. “Als ik het uitprobeer kom ik na een tijdje toch weer uit bij mijn oude opstelling. Het schijnt in de mode te zijn om de basdrum te verdubbelen, dan kun je heel snel in de laagte spelen. Maar dan houd je wel je beide voeten bezet, terwijl er altijd een vrij moet zijn voor de hi hat (de twee bekkens boven elkaar, VF). De hi hat zie ik als het anker van het drumstel.”

Slagwerkgroep Den Haag, opgericht in 1977, legt zich toe op twintigste-eeuwse gecomponeerde muziek. In een eigen studio, op een fabrieksterrein in Zoetermeer, staan zes Sixxens - een soort vibrafoons met gamelan-klank. Métaux, een deel van de Pleiades (1978) van Iannis Xenakis, vereist eigenhandig gebouwde metalen instrumenten. “Elke Sixxen moet negentien toetsen hebben, die niet-westers zijn gestemd en onderling microtonaal zweven”, vertelt Arnold Marinissen (29) van de Slagwerkgroep. “Daardoor verandert het motief in een klankwolk die door het ensemble beweegt.”

Het andere stuk op het programma, Quartet (1935) van John Cage, is radicaler van opzet. “Cage hield zich tot 1950 nog niet bezig met toevalsmuziek”, zegt Marinissen. “Het staat ook in traditionele notatie. Om toch verwarring te zaaien, heeft Cage de instrumentatie weggelaten. We mogen zelf uitzoeken met welk slagwerk we Quartet uitvoeren.”

Volgens Marinissen is voor deze werken gekozen omdat beiden teruggaan op het idee van onvoorspelbaarheid. “Zowel Cage als Xenakis waren, ieder op hun manier, geïnteresseerd in onbepaaldheid. Xenakis experimenteerde met wiskundige formules. Vantevoren wist hij niet waar hij op uitkwam. Cage stelde de parameters van zijn composities vast door de I Tsjing op te slaan.” Cage en Xenakis worden inmiddels gerekend tot het klassieke repertoire voor slagwerkensembles, dat vooralsnog niet erg uitgebreid is. Marinissen wijt dit aan de 'monochrome klankkleur' van de instrumentatie. “Het gevaar bestaat dat het een heel klein gebied wordt.”

De mogelijkheden voor slagwerkensembles zijn nog lang niet uitgeput, meent Marinissen. “De Nederlandse componist Willem Boogman maakt in zijn stuk Elementale gebruik van de melodische kwaliteit van slagwerk - zoals woodblocks, koebellen en toms met verschillende toonhoogten. Dat is een nieuwe, spannende benadering, waarvan ik veel verwacht.”

Afgaande op de drukbezochte concerten van groepen als Slagerij van Kampen, het Canadese Nexis en Kodo, bespeurt Marinissen een soort rage in de slagwerkmuziek. “Men krabt zich bij de naam Xenakis even achter de oren, maar als we eenmaal zijn begonnen geeft de zaal zich gauw gewonnen. Het spreekt kennelijk aan om te zien hoe zes mensen zich in het zweet staan te werken. In de pauze komt steevast een stoet mensen vragen hoe al die rare trommeltjes heten.”

De achttienjarige Jan Hop, alias dj Boner, brengt op het Slagwerkfestival geen trommels mee, maar platen. Samen met drummer Tibor Paulsch zal hij laten zien waartoe de in de hiphop en jazzdance veelvoorkomende combinatie scratcher-drummer in staat is. “In de praktijk komt het erop neer dat de drummer met mijn beats meedrumt”, meldt Hop vanuit zijn slaapkamer in Amersfoort. “Om het interessant te houden ga ik er dan nog met wat noise overheen.”

Paulsch en Hop maken deel uit van de groep Raise the Roof die vorig jaar de Grote Prijs van Nederland won in de categorie dance. “Als ik met de band speel moet ik rekening houden met de tonaliteit van de rest”, zegt Hop. “Dan is de draaisnelheid belangrijk. Met alleen een drummer heb ik daar geen last van. Ik geef een kale beat, met misschien een vet baslijntje eroverheen. Het enige wat de drummer moet doen is maat houden.”

Hops muzikale vorming bestaat uit vier jaar saxofoon- en twee jaar drumles. Vijf jaar geleden begon hij hiphop-platen te kopen. “Mijn eerste draaitafel ging vrij snel naar de maan. Daarna kreeg ik steeds betere mengpaneeltjes. Op een gegeven moment heb ik een speciale drukknop in elkaar geknutseld, waarmee je van kanaal kunt veranderen. Daar werk ik nog steeds mee.”

Een dj kan een plaat opzetten met een instrumentale, geloopte groove, maar hij kan ook al scratchend een ritmisch figuur herhalen. “Wat mij tof lijkt”, zegt Hop, “is om in de ene hand een plaat met een stukje basdrum en in de ander een plaat met een stukje snare-drum te hebben en die dan heel snel af te wisselen.”

Heeft een dj eigenlijk nog wel een drummer nodig? Hop: “Ik moet het doen met wat er op de plaat staat. Een drummer kan veel meer. Die kan allerlei gaten opvullen, op elk gewenst moment.”