Sartre's ideeën over kwaad omwille van 't kwaad

De Duivel en God, Radio 5, 21.00-01.00u.

Ooit werd Sartre's megalomane, filosofisch-theologische traktaat De Duivel en God (Le Diable et le Bon Dieu) uit 1951 in Nederland voor het voetlicht gebracht. Dat was in 1960 door toneelgroep Theater in de regie van Richard Flink met Robert de Vries als hoofdpersoon Goetz, een veldheer die God tart door zoveel mogelijk kwaad in de wereld te stichten. Eerder, in het jaar van verschijnen, beleefde het stuk in Parijs zijn wereldpremière, geregisseerd door Louis Jouvet.

Het drama De Duivel en God is feitelijk onspeelbaar; van drama in strikte betekenis van het woord kun je dan ook niet spreken, want niet emoties zijn allesoverheersend maar de wijsgerige gedachtengang van de niet minder dan vijftig personages, verdeeld over meer dan veertig scènes en meer dan vier uur durend. We zijn in de tijd van de boerenopstanden in Worms, 1513-1525. Luther heeft zojuist, in 1517, zijn stellingen aan de kerkdeur genageld, de Reformatie staat op uitbarsten. De greep van Rome, het feodale juk, de dwingende adelstand, armoedig volk: de tijd is rijp voor fikse omwentelingen. Jean-Paul Sartre projecteert in de hoofdpersoon Goetz al zijn gedachten over de onherroepelijkheid van het kwaad. Deze half-edelman, half-boer omhelst het kwaad omwille van het kwaad, want het goede is al gedaan, door God namelijk, dus waarom zou hij het goede nastreven? Bovendien, God bestaat niet, zoals hij aan het slot op niet te evenaren, logisch-onverbiddelijke wijze concludeert.

Intussen brengt hij zijn broer om; een boerenleger van 25.000 man vindt in zijn naam de dood en de hele, ogenschijnlijk stabiele middeleeuws-christelijke wereld wordt overhoop gehaald. Goetz is een levensgevaarlijke en tegelijk fascinerende laborant, die mensen gebruikt ten gunste van zijn diabolische experimenten. Zo wil hij uiteindelijk in zijn kasteel een heilstaat stichten, een 'ark' van voortvarendheid. Het is niet moeilijk in dit ideaal Sartre's voorkeur voor het communisme en zijn compassie met de verworpenen der aarde te vinden.

Het is de auteur niet te veel het Parijs van de jaren vijftig te laten resoneren met de middeleeuwse omwenteling.

Het is een daad van grote rechtvaardigheid dat Peter te Nuyl De Duivel en God als hoorspel regisseert, met technische verzorging door Leo Knikman. Hij putte uit een cast van een aantal vooraanstaande toneelacteurs en gaf aan componist Huub Kerstens de opdracht de uitvoering van muziek te voorzien. Muziek is in dit hoorspel even essentieel als de stemmen van de acteurs; muziek verbindt de verschillende lijnen met elkaar en scharniert de handeling. Afgelopen zondagmiddag vond in de VPRO-studio in Amsterdam een repetitie plaats met publiek. Tijdens de uitzending vanavond zullen er ook toeschouwers aanwezig zijn. Ik vond het enerverend de toneelacteurs een hoorspel te zien doen; elke speler maakte er theater van, men trad met elkaar in dialoog alsof het een echte voorstelling betrof.

Hoofdrolspeler Evert de Jager beschikt over de juiste stem en de juiste adem de spanning al die tijd vol te houden. Terwijl hij in de microfoon spreekt, verraadt zijn gestiek de onderliggende emoties. De luisteraar thuis zal dit theatrale aspect van de uitzending helaas moeten ontgaan, dat neemt niet weg dat de acteurs met hun stem veel kunnen uitdrukken. De Jager's tegenspeler is Dick van der Toorn als Nasty, de intens geslepen volksleider die God's Koninkrijk op aarde wil stichten met gebruikmaking van geweld. Dodend ten hemel gaan, dat wil hij.

Of Sartre's stuk puur wreed en cynisch is, of dat er achter alle gewelddadigheid nog hoop gloort - daarover blijf ik in het duister tasten. Dat God niet zou bestaan in Goetz' filosofie, is nog niet het alleropzienbarendst. Dat het kwaad per se onuitroeibaar is, stelt ons voor ernstiger zorgen. Laten we het erop houden dat dit moedig uitgevoerde hoorspel gaat over zoekers naar God, ondanks hun monomane hang naar het kwaad.

    • Kester Freriks