Paul Jones

In juli 1961 slaagde prinses Beatrix in Leiden voor het doctoraalexamen rechten. Zij vierde dit met een onstuimig feestje. Het kwintet van Frans Dehue speelde er 'Geef mij maar Amsterdam'. Beatrix zong uit volle borst Weense liedjes mee. Er werd ook veel gedanst: de polonaise, de foxtrot, de cha-cha-cha, de Weense wals en... de paul jones, een dans waarbij dames en heren voortdurend van partner wisselen.

Zou Beatrix hebben geweten dat die dans heet naar een kaperkapitein die de Nederlandse regering ooit ernstig in verlegenheid heeft gebracht? Naar een zeebonk, bovendien, die bekendstond om zijn libertijnse levenswandel?

Zeker is dat er over de Schots-Amerikaanse avonturier John Paul Jones (1747-1792) onwaarschijnlijk veel is geschreven. Dumas, Melville, Kipling, Thackeray en Carlyle vereeuwigden hem in romans, gedichten of toneelstukken en Britse, Amerikaanse en Franse historici hebben minstens twintig studies aan hem gewijd.

Kort samengevat komt het leven van Jones hierop neer: hij werd in Schotland geboren als zoon van een tuinman, voer op een slavenschip en werd daarna koopvaardijkapitein. Op een gegeven moment onderdrukte hij met harde hand een muiterij. Jones verklaarde zelf dat de leider van de opstandelingen tegen zijn degen was aangehold, maar omdat dit niet erg geloofwaardig overkwam, nam hij in 1773 de benen naar Amerika. Bij het uitbreken van de Amerikaanse vrijheidsoorlog nam hij dienst bij de marine. In 1777 voerde Jones als eerste de Amerikaanse vlag op zee en Amerikaanse historici beschouwen hem als een van de grondleggers van de Amerikaanse oorlogsvloot.

Tussen 1777 en 1779 was Jones actief als kaperkapitein voor de Amerikanen. Hij behaalde een paar mooie overwinningen, was moedig en koelbloedig (“Schotse moeders brachten hun schreiende kinderen tot zwijgen, door slechts even zijn naam te noemen”, zo heet het ergens). In 1780 werd hij te Parijs ingehaald als een held. Hij had daar relaties met verscheidene getrouwde en adellijke dames, die hij met gedichten en gepassioneerde brieven bestookte.

Na de Vrede van Versailles (1783) trad Jones in Russische dienst. Hij vocht in de Zwarte Zee tegen de Turken. In 1790 nam hij ontslag, mede omdat zijn vijanden het verhaal hadden verspreid dat hij een jong meisje had verkracht. Jones vestigde zich weer in Parijs, waar hij in 1792 stierf, kort na zijn 45ste verjaardag. “Zijn grootste gebrek was zijn enorme ijdelheid”, aldus een van zijn biografen.

Dat Jones in Nederland een tijdlang gevierd was, houdt verband met zijn activiteiten als kaperkapitein. Eind september 1779 leverde Jones in de Noordzee slag met twee Britse oorlogsschepen. Het was een bloedig gevecht, waarbij honderden doden vielen. Jones' schip was al zinkende toen hij erin slaagde een Brits schip te enteren.

De slechte staat van de schepen en het grote aantal gewonden dwongen Jones snel een haven te zoeken. De dichtstbijzijnde was Texel. Op 3 oktober 1779 voer Jones daar binnen, met ruim vijfhonderd Britse krijgsgevangenen en twee buitgemaakte schepen.

De bestuurders van de Republiek waren not amused. De toestand was hachelijk: de Oranjeklanten waren pro-Engels, de patriotten pro-Frans en pro-Amerikaans. Nederland ging gebukt onder de Britse suprematie op zee en daarom was er onder het volk veel sympathie voor het Amerikaanse onafhankelijkheidsstreven. Maar officieel was Engeland een bevriende natie en door Jones te helpen zou de Republiek de Amerikaanse vlag erkennen. Bovendien stonden twee van Jones' schepen onder leiding van Franse officieren, dus ook de relatie met Frankrijk stond onder druk.

Al op 8 oktober eiste de Engelse gezant dat Jones met zijn buit zou worden uitgeleverd. Maar diezelfde dag reisde Jones in zijn Amerikaanse uniform naar Den Haag om met de Franse ambassadeur te overleggen. De volgende dag ging hij naar Amsterdam, waar hij door een juichende menigte werd ontvangen. Bij een bezoek aan de schouwburg kreeg hij een ovatie en tekende Simon Fokke het eerste betrouwbare portret van Jones.

De Staten probeerden de boel op verschillende manieren te sussen, maar Engeland bleef aandringen en daarom was het een enorme opluchting toen Jones op 27 december 1779 Texel verliet. De behendige kaper wist aan de op hem loerende Engelse schepen te ontkomen en arriveerde met zijn buit in Frankrijk.

In de korte tijd dat Jones hier was, had hij een kleine romance met de 13-jarige dochter van een rijke Zwitser. Het meisje schreef een heldendicht voor Jones, dat hij beantwoordde met een afscheidshymne, geschreven midden op de Noordzee, terwijl de vijand nog op hem loerde.

Ondertussen was er een liedje op Jones gemaakt. Het heet 'Op de Berugte Held Paul Jones' en de eerste regels van ieder couplet luiden: “Hier komt Paul Jones aan,/ Het is soon aardig ventje”, waarop regels volgen als: “Hy is op Zee gelyk een swaan,/ Schiet de Koogels als een krentje”, en: “Hy draagt een Deegen op zyn Gat,/ Het lykt wel een studentje”. Tot aan het begin van deze eeuw bleef dit lied populair.

De paul jones-dans ontstond omstreeks 1920. Dit tijdstip houdt verband met Jones' herbegrafenis. Jones was in 1792 in Parijs begraven. In 1905, na een speurtocht van zes jaar, slaagde de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Parijs erin de stoffelijke resten van Jones terug te vinden. Een eskader Amerikaanse schepen, begeleid door een Franse oorlogsbodem, bracht Jones naar huis. In 1906 hield Roosevelt een herdenkingsdienst, in 1912 werd in Washington een standbeeld voor Jones opgericht en in 1913 werden zijn stoffelijke resten in Annapolis bijgezet in een buitengewoon rijk versierd graf (kosten 75.000 dollar).

Een held uit de Amerikaanse vrijheidsoorlog was tot leven gewekt en zijn reputatie als versierder gaf de naam aan een dans waarbij dames en heren voortdurend van partner wisselen. Blijkbaar was die dans in 1961 ook bij ons nog zo bekend dat prinses Beatrix er graag voor in de benen kwam.

    • Ewoud Sanders