Open en bloot op de operatietafel

Bestaat er zoiets als de 'medische molen'? Waarin men als patiënt vermalen wordt? Het klinkt enerzijds als een cliché (de ziekenhuisfabriek), anderzijds ondankbaar op het domme af: want wat kan de medische wetenschap niet allemaal waar wij niet dankbaar genoeg voor kunnen zijn? En zouden we dan buiten die 'medische molen' willen blijven en gewoon doodgaan aan aandoeningen die gemakkelijk genezen hadden kunnen worden? Nee natuurlijk.

Maar toch. Hoeveel vooruitgang nog als vooruitgang beschouwd kan worden, dat is de vraag die Charlotte Mutsaers onlangs in het Cultureel Supplement opwierp aan de hand van het boek 'De stilte van het lichaam' van Guido Ceronetti.

Zonder dat zij, of Ceronetti, nu meteen terug willen naar de Verlichting (sindsdien is het volgens Ceronetti alleen maar slechter geworden) eisen zij het recht op om te treuren om wat er zoal is verdwenen. En het recht om bang te zijn voor sommige kanten van de vooruitgang. Voor het gemak waarmee er geopereerd en gesneden wordt bijvoorbeeld, en voor de angstige onderworpenheid van de patiënt, die zelf ook praat over 'moeten'.

Hoe een cliché het ook mag zijn, van die molen, er is wel iets van waar. Het is moeilijk weerstand te bieden aan mogelijkheden die er zijn. Voor de medische stand zelf is dat moeilijk en voor patiënten is het nog moeilijker, want die nemen beslissingen die hun leven raken maar waarvan ze de gevolgen noch in medisch opzicht, noch in 'levensopzicht' als dat een woord zou zijn, kunnen overzien. Dat gaat van grote tot kleine dingen: moet die achterlijke losse tand aan een plaatje niet vervangen worden door iets moderns dat aan de tanden vastgehaakt wordt? Moet die knobbel aan die voet niet eens keurig weggesneden? U bent moe en u denkt aan stress, maar wij kunnen uw borstkas openzagen en een bypass aanleggen en dan zult u zien: fit als een hoentje. U heeft een gezwel in uw hoofd, of het goed- of kwaadaardig is weten we pas nadat we uw schedel gelicht hebben. Mogelijkheden.

Wellicht verbeteringen. Maar niet zeker en ten koste van wat?

Het is moeilijk samenleven met het eigen lichaam als het zich niet gedraagt zoals we wel graag zouden zien. Zodra er iets zwelt, knapt, breekt of tegenstribbelt zou het wel prettig zijn om over 'het' te gaan spreken en ons er emotioneel los van te maken, in welk geval we het lichaam als een kapotte fiets naar de fietsenmaker konden brengen.

Maar dat lukt niet. Om een of andere reden zijn wij het zelf, dat oog, die ader, die nier. Als iemand voorstelt een zaag in onze ribben te zetten of onze buik met een mes open te snijden, hoezeer dat uiteindelijk het lichaam ook ten goede zal komen, het voelt toch alsof er iets helemaal eigens wordt aangetast. Wat ook zo is. Wie denkt graag aan de toestand waarin hij op de operatietafel heeft gelegen, hulpeloos en zo open en bloot als verboden zou moeten zijn.

Bovendien niet bij bewustzijn wat maar goed is ook want ons bewustzijn zou dat allemaal niet verdragen, maar wat is het niet onthutsend dat er iemand met een injectienaald zegt: 'geef uw hand maar', daar een naald in zet en hup, we duizelen weg. Waarnaartoe? Komen we terug?

Aan al die angst heeft de 'medische molen' niet per se schuld.

Maar wie over de ziekenhuisdrempel stapt voelt het draaien en malen, ziet de duidelijke paden en gangen en papieren die allemaal vroeger of later naar die plek leiden: de operatietafel. Alsof er geen ontsnappen meer mogelijk zal zijn. Die moet tegen de stroom in denken of die oude tand, die scheve teen, die kortademigheid of dat gezwel niet net zo goed rustig zo zouden kunnen blijven. Maar dat zijn keuzes die, zeker als de dreiging van de aandoening groot is, niemand eigenlijk zou willen hoeven maken - tegelijkertijd is het laatste wat je zou willen dat zelfs die keuzes je uit handen genomen worden. Dan is de hulpeloosheid helemaal wanhopig makend.

Al die tegenstrijdigheden horen erbij, bij het lichaam, bij de angst, bij de vrijheid om te kiezen - die zo onvrij voelt dat we van de medische molen spreken.

    • Marjoleine de Vos