Nog steeds de gek in korte broek

“Doe het voor mij”, zei Barbara tegen haar echtgenoot. “Ik heb je nog nooit een grand-slamtitel zien winnen.” Boris Becker vervulde haar wens, gisteren in Melbourne. Zijn zesde titel, zijn eerste als vader.

De drie vrouwen van begin dertig hebben pas na tien minuten door wie er twee tafeltjes verderop aan zijn glas water nipt. Ze beginnen op hun stoel te schuiven en kunnen zich met moeite bedwingen om op te staan. Boris, Boris, fluisteren ze elkaar toe met een verschrikte blik in hun ogen.

Na zijn overwinning in de halve finale zit Boris Becker met zijn vrouw Barbara en zijn trainer Mike DePalmer in een Italiaans restaurant in Chapel Street. Melbourne telt honderden uitstekende restaurants, maar de toptennissers hebben ieder jaar een nieuwe favoriet. In 1992 waren veelvoudig grand-slamwinnaars als Becker, Edberg, Newcombe en McEnroe regelmatig te vinden in Marchetti. De afgelopen veertien dagen bestelde Becker zijn fettuccini op de eerste verdieping van het piekleine Caffé e Cucina.

De drie dames zagen Becker over het hoofd in zijn donkergrijze pak. Kaarslicht versluierde het rood in zijn haar. Maar toen hij opstond en tussen de tafeltjes door naar buiten schreed, keek het hele restaurant toe. Becker loopt niet. Zijn beweging houdt het midden tussen zweven en stampen.

Eerder deze week, in de catacomben van het stadion, bewoog Becker zich van een trainingsbaan naar de kleedkamer. In de gangen ontstond een opening tussen de wachtende mensen, waardoor Becker geen centimeter naar links of rechts hoefde uit te wijken. “Zag je Becker voorbij komen”, vroeg de ene ballenjongen aan de andere. “Stomme vraag”, was het antwoord. Becker komt niet binnenlopen, Becker verschijnt, zo omschrijft Thomas Muster de entree van de Duitser.

Na het opwarmen voor de finale moesten Becker en Michael Chang aan het net poseren voor de fotografen. Chang, die vijftien centimeter kleiner is, ging op zijn tenen staan. Becker deed meteen hetzelfde. “Chang was aan het begin van de wedstrijd nerveus”, zou Becker later zeggen. “Hij gaf me een voorsprong.”

De 28-jarige Becker won gisteren in Melbourne zijn zesde grand-slamtitel, zijn eerste sinds de Australian Open in 1991, door Chang te verslaan met 6-2, 6-4, 2-6 en 6-2. Na het matchpoint duurde het een volle seconde voordat Becker de umpire game, set and match hoorde zeggen en hij zich realiseerde dat hij had gewonnen. Hij keek naar zijn vrouw en stak traag beide armen de lucht in. Hij ging op zijn stoel zitten en zocht naar adem. De hele ceremonie - zeker een kwartier - had hij moeite om rechtop te blijven staan, vertelde hij later. “Het had me in de vierde zet zoveel kracht gekost om me ieder punt weer te concentreren.”

Op de persconferentie, die een monoloog werd over het verschijnsel Becker, kon de Duitser zijn vreugde over de overwinning niet omschrijven. De uitslag was nog niet echt tot hem doorgedrongen, zei hij. Maar het lijdt geen twijfel dat het een van de vier mooiste momenten uit zijn carrière is.

Hij gaf zelf een samenvatting: “Anderhalf jaar nadat ik prof was geworden, won ik Wimbledon, het grootste toernooi dat er bestaat. Een jaar later won ik hetzelfde toernooi nog een keer. Ik was toen de nummer twee van de wereld. Het heeft me daarna vijf jaar gekost om eerste te worden. Het is nu weer vijf jaar later. Dit is de overwinning waar ik het langst en hardst voor heb moeten werken.”

De Wimbledon-zege in 1985 - Becker was 17 jaar en 7 maanden oud - had hij te danken aan zijn manager/coach Ion Tiriac en aan zijn Puma-racket. Tiriac hield hem voor niet tevreden te zijn met een kwartfinale of zoiets, maar zich te concentreren op de hoofdprijs. Zijn graphite racket stelde hem in staat als eerste het echte krachttennis te spelen.

Met zijn tweede Wimbledon-zege in 1986 bewees hij dat zijn debuut geen kwestie van geluk was geweest.

Op 28 januari 1991 vervulde hij wat hij gisteren “mijn levenslange ambitie” noemde. Eindelijk passeerde hij Lendl, Wilander en Edberg. De nummer-één-positie op de ranglijst was hem in november '90 nog ontglipt toen hij in Frankfurt bij het wereldkampioenschap in de halve finale verloor van Agassi. Verdwaasd was hij na die nederlaag in korte broek de sporthal ontvlucht. Hij liep liever twintig minuten door de natte sneeuw naar zijn hotel dan dat hij de pers, de organisatie of zijn chauffeur onder ogen moest komen.

Na de overwinning op Lendl in de finale van de Australian Open in 1991 was Becker eindelijk, objectief meetbaar, de beste van de wereld. Weer sloeg hij op de vlucht. Hij moest hardlopen in het park aan de overkant van de rivier de Yarra, voor hij in het stadion de trofee in ontvangst kon nemen. “Ik vloog, ik weet nu nog niet precies waarheen”, herinnerde Becker zich gisteren.

De titel van 1996 droeg hij op aan zijn echtgenote en de andere mensen die hem de laatste jaren bijstonden. Becker vertelde dat hij twee-en-een-half jaar geleden zijn leven volledig had veranderd. “Ik was nog steeds een goede speler, maar geen grootse speler meer. Ik wilde nog één keer de top bereiken. Ik nam een nieuwe manager en een nieuwe coach. Ik verhuisde van Monaco naar München. Ik vond een vrouw die me motiveerde. Zij vroeg me steeds: alsjeblieft, doe het voor mij, ik heb je nog nooit een grand-slam zien winnen.

“Ik vroeg me af waarom de goede spelers van me wonnen, wat ik moest verbeteren. Ik begon bij mijn service en werkte aan mijn tweede service, mijn volley, mijn conditie, mijn slagen vanaf de baseline. Ik ben nu een complete speler en niet meer afhankelijk van mijn eerste service. Ik heb tegenwoordig de hele baan tot mijn beschikking, niet meer een halve baan. Ik ben geen eendimensionale tennisser meer.

“Ook ik twijfelde er aan of ik nog een grand-slamtitel in me had”, vertelde Becker. “Als het wachten vijf jaar duurt, geloof je niet meer op ieder moment dat je het nog kan. Vorig jaar kwam ik dicht in de buurt. De finale van Wimbledon, tegen Sampras, en de halve finale van de US Open, tegen Agassi, waren aanwijzingen dat ik het nog kon. Ik wist daarna wat er nog ontbrak. Het winnen van het wereldkampioenschap in Frankfurt was een volgende stap. Het bevestigde het heilige vuur in me nog brandde. Dat ik nog één of meer grote titels voor me had.”

Het deed Becker pijn dat hij al was afgeschreven als topspeler toen hij vader werd en trouwde. “Dat kon en wilde ik niet begrijpen. Waarom zou ik als vader en echtgenoot niet meer kunnen spelen en winnen? Als iemand gelukkig is, doet hij zijn werk beter. Ook al ben ik de eerste vader die een grand-slam wint sinds Jimmy Connors, ik kan het andere tennissers aanraden om te trouwen. Om er, als het moment is aangebroken, in ieder geval geen angst voor te hebben.”

Het einde van zijn loopbaan, die begon met een plaats in de kwartfinale van de Australian Open in 1984, zal weloverwogen zijn, vertelde Becker. En het moment is nog niet aangebroken. “Ik ga nog door. Zolang de pijn in de training nog te verdragen is. Zolang ik nog kan winnen van mijn belangrijkste concurrenten. Zolang mijn vrouw in me gelooft. Zolang ik mezelf nog voor gek zet in een korte broek.”

    • Remmelt Otten