Na Fokker nu de politie

Voor Fokker was er vorige week geen belastinggeld meer. Hard, maar verstandig.

Over een paar dagen krijgt de Kamer het dossier over de politie-organisatie. Voor wie door de bomen het bos niet meer ziet, is hier een kernachtige samenvatting door prof. mr. J.P.H. Donner, voorzitter van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (VNO): “Binnen een paar weken wordt beslist dat een team nodig is, vervolgens wordt anderhalf jaar onderhandeld over de rechtspositie, waarna het team wordt opgeblazen over kwesties van uitvoering.”

Aanstaande donderdag rapporteert de commissie-Van Traa over deze politie-ellende en zal de Tweede Kamer moed gaan verzamelen om eindelijk in te grijpen in de organisatie van de politie. In tegenstelling tot de getoonde daadkracht bij Fokker, is de politiek ten opzichte van de sterke politiebonden tot nog toe niet hard maar slap, niet verstandig maar laf. Nog maar een maand geleden sloot directeur-generaal Borghouts (binnenlandse zaken) een voor ons burgers en belastingbetalers onbevredigende CAO af met de politiebonden.

Hoewel er maanden was actie gevoerd (en in de meeste politieregio's kunnen agenten zelfs staken zonder dat de leiding hun salaris inhoudt!), geldt de nieuwe CAO maar tot 1 juli van dit jaar. Over een paar maanden begint het hele circus dus opnieuw, tenzij het parlement nu even hard en verstandig is tegen de politiebonden als vorige week over Fokker.

Willen wij meer veiligheid voor ons geld krijgen dan moet in de eerste plaats het politieke toezicht in Den Haag strakker worden. WRR-voorzitter Donner is al tot de slotsom gekomen dat de politie voortaan onder één ministerie moet vallen. Niet meer eindeloze overlappingen en competentiegeschillen tussen Binnenlandse Zaken en Justitie, maar één minister die politiek verantwoordelijk is en één directie politiezaken. Donner is tactvol genoeg om niet expliciet aan te geven onder welk ministerie de politie dan moet vallen, maar de goede lezer van zijn betoog ziet dat hij uitkomt bij Binnenlandse Zaken.

Een tweede, even belangrijke, organisatorische suggestie kwam al van minister Dijkstal (binnenlandse zaken), namelijk om de 25 willekeurige politieregio's te vervangen door de provincies. Als dan ook iedere burgemeester weer bevoegdheden krijgt over de politie in zijn of haar gemeente, kunnen de commissarissen van de koningin een globale indeling maken van de politiesterkte over de gemeenten, en weten de burgers daarna tenminste weer dat zij bij hun eigen burgervader te rade kunnen.

Cijfers van mr. Steenhuis, procureur-generaal in Leeuwarden, illustreren de inefficiëntie van de Nederlandse politie.

Veertigduizend politiemensen behandelen per jaar 1,2 miljoen misdrijven, dat is dus dertig zaken per jaar per agent. Dat is dan inclusief alle kleine inbraken en fietsendiefstallen waarbij de politie niet veel meer doet dan met twee vingers een formulier invullen. De produktiviteit zou veel hoger kunnen. Eten, sporten, koffiedrinken en omkleden tijdens diensttijd kost volgens Steenhuis zelfs in een kleine regio als Friesland zo'n zestig arbeidsplaatsen; in de grote steden nog veel meer. “Zonder extra mensen zou de produktiviteit van de politie een flink stuk omhoog kunnen.”

Om dat te bereiken zou het ministerie van binnenlandse zaken het goede recept moeten toepassen dat topambtenaar Jan Riezenkamp ooit ontwikkelde voor de Nederlandse symfonieorkesten. Hij stuurde ieder orkest een brief en informeerde beleefd maar dringend naar het aantal uitvoeringen, de verhouding tussen uitvoerende musici en kantoorpersoneel, en de totale kosten van het orkest. Riezenkamps ambtenaren rekenden daarna uit welk Nederlands orkest het meest efficiënt omging met subsidiegeld. Toen was het tijd voor een tweede brief: of alle andere orkesten alstublieft voortaan even produktief wilden werken als het beste voorbeeld. In de boeventaal van Business Schools heet deze techniek imposing best practice. Als het bijvoorbeeld waar is, dat de politie in Rotterdam al efficiënter werkt dan elders in het land, is dit een probaat middel om die hogere produktiviteit snel in alle andere regio's te bereiken.

In plaats daarvan besteedt het ministerie van binnenlandse zaken miljoenen guldens aan de zogenaamde 'politie monitor', een systeem van enquêtes onder burgers die mogen vertellen hoe onveilig zij zich voelen. Onder druk van alweer de machtige vakbonden durft het departement niet de harde cijfers te verzamelen die nodig zijn voor het meten van de produktiviteit, maar beperkt men zich - zoals zo vaak bij delicate zaken - tot opinieonderzoek. Op zich is het erg genoeg om te leren dat veel burgers zich onveilig voelen en in de steden 's avonds niet meer hun huis uit durven. Maar voor het management volgt daar niet zoveel uit. Het geld dat nu opgaat aan de politiemonitor was beter besteed aan precieze cijfers over uren blauw op straat, vooral ook 's nachts, over de feitelijke hulp die de politie biedt, en over het aantal afgehandelde zaken. Dan kan minister Dijkstal tenminste de beste regio ten voorbeeld stellen aan alle anderen.

Ook in onze kleine provinciestad blijft het tobben met de politie. Een paar maanden geleden volgde de Goudse politie mijn suggestie op om een nieuwe politiepost te openen in de wijk met veruit de hoogste criminaliteit. Vanwege starre dienstroosters is de nieuwe post echter alleen 's morgens van negen tot half een open, wanneer de jonge criminelen die 's avonds laat en 's nachts passanten beroven waarschijnlijk nog in bed liggen. Dus konden de agenten in alle rust koffiedrinken. Nu meldt de plaatselijke krant dat de politie overweegt om bij wijze van proef het bijkantoor wat langer open te stellen, maar nog steeds niet 's avonds of 's nachts.

Gemiddeld in Nederland werkt drie procent van de politiemensen 's nachts; in de probleemwijk van Gouda - maar niet alleen daar - blijft dat tot nader order nul procent. Intussen staat de krant bol van misdaadberichten die heel duidelijk maken dat criminelen nu eenmaal geen kantoortijden aanhouden: 'Roofoverval om één uur 's nachts', 'Vrouw van haar fiets gesleurd om half twaalf 's avonds', 'Woning leeggeroofd toen de bewoners lagen te slapen'. Leert de politie dan nooit dat met starre dienstroosters de tijden van de politie en de tijden van de boeven niet goed op elkaar zijn afgesteld?

Bij Fokker betekent 'reorganisatie' dat duizenden mensen op straat staan. Bij de politie betekende in 1989 'reorganisatie'

dat er veel nieuwe regionale vergaderkantoren kwamen met driehonderd miljoen belastinggeld extra om die te vullen, terwijl geen enkele Nederlandse agent hoefde te verhuizen naar een onderbezette regio.

Binnenlandse Zaken ging immers akkoord met de eis van de bonden dat alle agenten - overbodig of niet - mochten blijven zitten waar ze zaten. Nog steeds is die kostbare knieval voor de vakbonden niet ongedaan gemaakt, zodat Den Haag schreeuwt om politiemensen, terwijl in de provincie boventallig personeel sport, vergadert en met belastinggeld voor de vakbond werkt. Vormen van verspilling die niet passen in deze sobere wintertijd.