Musiceerdrift van György Ligeti is sterk toegenomen

Concert: Laura Kwintet, Ligeti Ensemble o.l.v. Micha Hamel en Asko Ensemble o.l.v. Jonathan Nott, met Taco Kooistra cello en Ellen Corver piano. Werken van Ligeti. Gehoord 27/1 Koninklijk Conservatorium Den Haag.

“Ik ben niet geïnteresseerd in onderwijs”, zo meldde de Hongaars-Oostenrijkse componist György Ligeti zaterdag in het Haagse Conservatorium, waar men al vijf jaar geleden begon aan het opzetten van een veelomvattend Ligeti-project. “Maar ik ontmoet wel graag goede musici”, zo voegde hij daar onmiddellijk aan toe. De suggestie dat Ligeti niet van lesgeven houdt is echter volstrekt onjuist. Zijn analyselessen op diverse Gaudeamus-compositieconcoursen waren uniek, velen hebben nog jaren geteerd op zijn Webern-analyses!

Maar nu heeft Ligeti een chronisch gebrek aan tijd, vergelijk andere coryfeeën als Boulez en Berio. Op dit moment werkt hij aan zijn zestiende piano-etude, die half af is en nog geen titel heeft, en aan Le Grand Macabre, waarvan hij vindt dat er teveel gesproken tekst in schuilt en het slot dramatisch zwak is. Niet te schaven valt er echter aan zijn cello- en pianoconcert, uitgevoerd door respectievelijk met grote inzet door het Ligeti Ensemble en het uiterst professionele Asko.

Het Celloconcert uit 1966, bedoeld als een muzikaal portret van Siegfried Palm, is pure kamermuziek. De cellist wordt ingebed in een een ensemble van slechts vijftien stemmen en begint wel heel dun, pas na 26 maten is een minimaal cluster bereikt en ook het slot in de vorm van een fluistercadens liegt er niet om.

Daar steekt het extraverte Pianoconcert een kleine kwart eeuw later gecomponeerd fel bij af. Weliswaar is ook hier sprake van kamermuziek, maar dan alleen wat bezetting betreft, de kleuren zijn veel ruimer geprojecteerd. Het eerste deel, in 12/8 tegen 4/4, heb ik niet eerder zo spannend horen uitvoeren. Jonathan Nott dirigeerde even luchtig en zwierig vanuit de schouders als een volleerde bigband-leader, “con eleganza, with swing” zoals Ligeti dat noteerde bij zijn vijfde piano-etude.

In Ligeti's eerste compositiefase uit de jaren '60 zijn het vooral de duistere clustermuzieken die indruk maken, niet zelden met een uitgesproken requiem-karakter. Maar sinds de tachtiger jaren is die lamento-gestiek veelal vervangen door een geweldige musiceerdrang, om niet te zeggen uitgesproken tactiele speeldrift. In de meeste oeuvres is die ontwikkeling precies andersom! Omdat ook Ellen Corver geheel vergroeid is met die enerzijds gedreven doch anderzijds typisch slanke Ligeti-techniek werd het concert een adembenemende gebeurtenis.