Joseph Brodsky 1940-1996; Schrijver Brodsky overleden

NEW YORK, 29 JAN. Gisteren overleed in New York op 55-jarige leeftijd de Russische dichter Iosif Brodski. Of Joseph Brodsky, zoals zijn naam meestal geschreven wordt sinds hij zich in 1972 in Amerika vestigde, na een gedwongen vertrek uit Rusland. Hij werd door ingewijden toen al gezien als een groot talent, na zijn emigratie al spoedig in brede kring als een groot dichter, een van de grootste van deze eeuw. Het was geen verrassing meer toen hij in 1987 de Nobelprijs voor literatuur ontving.

Brodsky werd op 24 mei 1940 geboren in Leningrad in een eenvoudig joods middenklasse-gezin. Hij wist al vroeg wat hij wilde. Op zijn vijftiende verliet hij de school: 'mijn eerste echte zelfstandige daad', zoals hij later zei. Hij begon te lezen, te dichten en te vertalen, terwijl hij intussen met allerlei tijdelijke baantjes (van metaalarbeider tot mortuarium-assistent) probeerde iets te verdienen. Zijn talent werd al snel opgemerkt, door Anna Achmatova en ook door Nadjezjda Mandelstam, maar helaas ook door de overheidsinstanties. Blijkbaar vormde de jonge dichter een bedreiging voor de Leningradse bureaucraten. Hij werd in 1964 als 'arbeidsschuw element' gearresteerd op verdenking van leegloperij. Zijn proces kreeg zelfs in het Westen aandacht, ook wegens de kafkaeske kanten ervan. Brodsky's antwoord op de vraag van de rechter naar zijn beroep is klassiek geworden: “Ik schrijf gedichten.” Maar daarmee nam de rechter geen genoegen: “Dat interesseert ons niet. Antwoord de rechtbank zoals het hoort! Waarom hebt u niet gewerkt?”

Pag.8: Ontheemd

Brodsky werd veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid in het barre noorden van Rusland. Dankzij internationale protesten mocht hij na anderhalf jaar terugkeren, maar in Leningrad begon een nieuwe hetze die er uiteindelijk toe leidde dat hem in 1972 te verstaan werd gegeven dat hij beter het land kon verlaten. In een brief aan het toenmalige staatshoofd Brezjnev, geschreven in de nacht voor zijn vertrek, schreef hij: 'Ik geloof dat ik zal terugkeren; dichters keren altijd terug, in den lijve of op papier.'

Brodsky belandde in een nieuwe wereld en in een nieuwe taal, maar opmerkelijk genoeg kwam zijn ballingschap zijn poëzie alleen maar ten goede. Zijn produktie bleef onverminderd hoog. In interviews merkte hij meer dan eens op dat deze nieuwe afstand tot zijn moedertaal voor een dichter juist ideaal is, zeker als hij zich tegelijkertijd een nieuwe taal (het Engels) eigen kan maken. Zijn essays schreef hij na enkele jaren al in het Engels. Ze werden in 1986 gebundeld in Less Than One (Tussen iemand en niemand, 1987): meeslepende beschouwingen over bewonderde collega's als Achmatova, Montale, Auden, Kaváfis, melancholieke stadsbeschrijvingen en ontroerende autobiografische essays. Zijn gedichten bleef hij altijd in het Russisch schrijven, maar op den duur kon hij ze wel zelf vertalen.

Ballingschap, eenzaamheid, verscheurd worden tussen twee landen, dwalen tussen twee talen: het zijn thema's die in zijn poëzie vaak voorkomen en die door zijn biografie werden gevoed. Toch schuilt de grootheid van zijn poëzie niet in zijn levensloop. Al in zijn vroegste werk zijn enkele van zijn mooiste ballingschapsverzen te vinden. Brodsky was al vanaf het begin een groot dichter, een dichter met een eigen stem en een eigen mentaliteit. Zijn persoonlijk leed weet hij meteen te verbinden met universeel leed. En meer dan dat: keer op keer maakt hij duidelijk dat dit universele leed van alle tijden is. Ieder mens is een balling. Overal zijn tirannen: in Rusland, maar ook daarbuiten, in heden en verleden, en wie goed kijkt ziet dat er niet eens zoveel verschil is.

Dat is een gedachte die somber stemt, maar ook tot relativering kan leiden, en dat laatste is bij Brodsky vaak het geval. Bij hem treft men geen wrok, geen rancune jegens wat Rusland hem heeft aangedaan. Hij is in zekere zin altijd de nieuwsgierige eenling gebleven die hij blijkbaar was: eerder verwonderd dan kwaad om wat het leven iemand aan kan doen, en gezegend met een talent om alle rampen monter te ondergaan. 'Ik voel me liever ontheemd dan geworteld' luidde zijn antwoord op de vraag of hij zich in Amerika wel thuis kon voelen - en dat is ook meteen een dichterlijk credo, want Brodsky heeft zich in zijn poëzie nooit op gebaande wegen begeven. 'Hoe moeilijker, hoe interessanter' was zijn antwoord op de vraag hoe het leven in het strafkamp van Archangel hem was vergaan - en ook die gedachte is in de vaak uiterst ingewikkelde vormen van zijn gedichten terug te vinden. En over zijn verhouding tot de taal: 'Ik begon te schrijven vanuit het idee dat ik de poëzie schreef, maar het tegenovergestelde bleek het feit. Het is niet de dichter die de literatuur maakt, maar omgekeerd. De dichter is een werktuig van de taal.' Dit is geen valse bescheidenheid, maar de zelfverzekerde waarheid van een groot dichter, helaas veel te vroeg overleden. Geen andere troost dan deze, zoals Brodsky al wist in 1972: dichters keren altijd terug, in den lijve of op papier.

    • Guus Middag