Hoe burgers doen wat de stad niet mag

Het was een leerzame avond, die eerste bijeenkomst van het Rotterdamse 'burgerplatform drugsoverlast' in het stadhuis. Het was een wat onduidelijke poging van de gemeenteraad om bij de burgers een 'klankbord' te vinden en 'draagvlak' te scheppen voor het drugsbeleid. “Laten we beginnen met iets negatiefs, maar ook eens iets positiefs te zeggen over ons drugsbeleid”, vroeg de voorzitter, PvdA-raadslid Ellenkamp.

Om de tafel zaten wethouders, raadsleden, bezorgde burgers, Nora Storm van de Junkiebond en An Verdoold van Kerngroep Spangen Drugsvrij; in de zaal politie, leden van de 'bond voor bonafide dealers' en Spangenaren. Toch werd er nauwelijks een wanklank vernomen. Drugsoverlast was een kwalijke zaak, vonden alle aanwezigen. Maar junkies zijn ook mensen. “Ziek? Hoezo ziek? Junks zijn dan zeker ook zwakzinnig en crimineel?”, viel Storm uit naar een burger uit buitenwijk Prins Alexander. An Verdoold van de Kerngroep Spangen Drugsvrij viel haar verrassend genoeg bij: “Verslaafden zijn geen kleuters, als u dat soms denkt.”

In Spangen kraakte de Kerngroep Spangen Drugsvrij, die in de zomer drugstoeristen en de soepbus van dominee Visser met straattegels bekogelde, onlangs een pand voor de 'eigen junkies'. Stoelen, gordijnen, tweedehands televisies en koelkasten werden uit de hele wijk aangesleept. Binnenkort worden er nog twee ander panden geopend voor Spangense junks. Er is zelfs een huisdealer aangesteld, die de dope aanschaft voor de andere bewoners.

Verdoold wilde als lid van het kersverse burgerplatform graag van de gemeente weten of Spangen niet wat 'wisselgeld' kon krijgen voor de moeite. De raadsleden namen het subsidieverzoek welwillend in overweging. “Gedogen, dat woord komt me de strot uit”, zei Verdoold. “Maar ja, nu doen we in Spangen zelf aan gedoogbeleid. Kunnen we geen ander woord verzinnen?” “Accepteren”, suggereerde een raadslid. Aldus besloot het burgerplatform. Vanaf heden voeren Rotterdam en Spangen een 'acceptatiebeleid'. Het gedoogpand van Spangen is een teken dat de angst voor de junk in Rotterdam wat geluwd is. Toch wacht de ambtenaren en politici een warme lente. Dit jaar wil Rotterdam kleinschalige opvang regelen voor daklozen in de wijken. Elk deelgemeente heeft beloofd zijn deel van de 'grootstedelijke problematiek' op de schouder te nemen: de zwervende groep verslaafden, alcoholisten en psychiatrische patienten. Perron Nul was lang een gemakkelijke dumpplaats, nu moet de gemeente zelf iets verzinnen.

Voorzitter T. Harreman van deelgemeente Delfshaven heeft bijvoorbeeld de weinig benijdenswaardige taak laagdrempelige dagopvang voor zo'n vijftig lokale verlaafden te realiseren. Komende maand maakt de deelgemeente bekend in welke straat het pand komt te liggen, daarna mag Harreman weer het hoofd bieden aan de boze burgers. Hoe voorkom je dat binnen de kortste keren de straatdealers zich op de stoep van het opvangpand verdringen en links en rechts in de straat drugspanden hun deuren openen? “De logische stap is een huisdealer nemen”, zegt Harreman. “Daar kan je afspraken mee maken over prijs en kwaliteit. De klanten blijven binnen en gaan niet op straat gebruiken. Maar een huisdealer kan niet, dus moeten we dat stiekem doen.” Dan is het toch makkelijker om actievoerder te zijn. “Wij kunnen zo een gedoogpand openen en een huisdealer aanstellen als we dat willen”, zei Verdoold tegen de raadsleden. “Dat kunnen jullie wel vergeten, dan denken de mensen weer dat jullie het ze door de strot douwen.”