Henze schreef zijn Achtste symfonie met de losse pols

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher, met Anatol Ugorski, piano. Werken van Ravel, Hartmann, Messiaen en Henze. Gehoord: 26/1 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: 3/2 AVRO Radio 4.

Hans Werner Henze brak zijn rechterpols, wat hem er niet van weerhield om met zijn linker en met behulp van een assistent een luchtige symfonie te componeren. De voorgaande Zevende betitelde hij zelf als een naargeestige compositie (in een brief aan dirigent Seiji Ozawa), maar nu in de Achtste was er geenszins sprake van tragiek, hooguit van melancholie. De componist typeerde zijn nieuwe symfonie als een zonnig zomerstuk gebaseerd op Shakespeares Midsummernightsdream. Ozawa bracht al die min of meer lieflijke droombeelden oktober 1993 in Boston in première en Ingo Metzmacher introduceerde de Achtste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Een volgende uitvoering, door het Radio Symfonie Orkest, valt al op 18 februari te beluisteren in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg.

Puck overhandigt in Shakespeares toneelstuk een toverbloem aan Oberon: “I'll put a girdle round the earth” en dit is wat Henze in het eerste deel tracht hoorbaar te maken: eén muzikale gordel van 'zomaar' kleurige stemmingsbeelden. Het tweede, nog barokker deel in een aaneenrijging van Allegremente Aria, Canzonetto en Arietta, schildert het wedervaren van Titania en Bottom en is uitgesproken grotesk met vooral de twee trombones en tuba als komisch bedoelde gangmakers.

Pas werkelijk genieten is het in de Adagio-finale, vredig met desalniettemin enkele dreigende accenten, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Tenslotte was de Zevende symfonie één Mahleriaans kleurbekennen. Laat ik het dan ook zo stellen: voor Henze's doen is het allemaal vanuit de losse pols gecomponeerd. Dat Adagio viel het meest overtuigend uit en daar ook speelde het orkest zijn sterkste troeven in uit.

Helaas was Rob Zuidam niet op tijd klaar met zijn opdrachtwerk maar we kregen Karl Amadeus Hartmanns Tweede symfonie uit 1946, bestaande uit slechts één Adagio. Men zou kunnen stellen dat Hartmann Strawinsky 'vertaalt' voor een Duits publiek in een ernstiger en dichter textuur, nog gelardeerd met een vleugje Franse parfum. En de grootste Adagio-componist sinds Bruckner ligt dit orkest zeker niet minder goed dan die van Henze, de andere stilistische alleseter.

Bleef over Ravels magnifieke Concert voor de linkerhand, waarmee opdrachtgever Paul Wittgenstein geenszins gelukkig was, zodat hij er goed aan meende te doen verbeteringen aan te brengen, in een brief aan Ravel motiverend met: “Uitvoerders moeten geen slaven zijn!”, waarop de componist koeltjes repliceerde: “Uitvoerders zijn slaven.”

Maar het is ingewikkelder. Want Anatol Ugorski hield zich vrijdag wel degelijk aan de tekst maar bood toch een uitgesproken on-Franse vertolking met veel Russische dreiging in de aangezette basnoten in een meer koloristische dan melodische opvatting. Maar ik tekende ervoor: wat een sublieme pianistiek! Metzmacher voldeed in de Ravelliaanse zin, cijferde zichzelf zo veel mogelijk weg in no-nonsense vertolkingen waarin hij de klankverhoudingen wel degelijk nauwlettend in het oog hield. Zijn te vlakke Messiaen beviel mij minder goed, maar misschien zijn wij wel extra verwend geraakt door een specialist als Reinbert de Leeuw.

    • Ernst Vermeulen