Fel protest Falasha's tegen beleid bloedbank

TEL AVIV, 29 JAN. Voor het bureau van de Israelische premier, Shimon Peres, in Jeruzalem is het gisteren tot felle botsingen gekomen tussen ongeveer 10.000 woedende Ethiopische joden - falasha's - en een grote politiemacht. Aanleiding voor de demonstratie was de vorige week onthulde politiek van de nationale bloedbank om bloed van Ethiopische joden weg te gooien uit angst voor aids-besmetting. Met leuzen als 'Dood aan de racisten' en 'Apartheid in Israel' probeerden de demonstranten het bureau van Peres binnen te dringen. Tijdens de ernstige ongeregeldheden, die plaatshadden tijdens de wekelijkse regeringszitting, werden meer dan 50 demonstranten en politieagenten gewond. De politie kon met waterkanon, stokken en charges de opdringende menigte niet aan. In een latere fase van de ongeregeldheden maakte de politie gebruik van rubberkogels, traangas en knalgranaten - middelen die ook tegen de intifadah, de Palestijnse volksopstand, werden gebruikt - om de met stenen gooiende demonstranten te verspreiden. De voor hun eer vechtende falasha's drongen zelfs tot de deur van het bureau van Peres door en sloegen de ruiten van daar geparkeerde auto's in. Deze uitbarsting van frustratie van deze in zichzelf gekeerde gemeenschap onderstreept de grote moeilijkheden waarop Ethiopische joden stuiten bij hun integratie in de Israelische samenleving. De groep, die nu ongeveer 60.000 zielen telt, werd in massale luchtbruggen, in 1984-85 en 1991, met zionistische trots naar Israel gehaald. Sindsdien hebben hun woordvoerders echter herhaaldelijk geklaagd over een racistische opstelling van veel Israeliërs.

De krant Ma'ariv onthulde vorige week dat de bloedbank al het bloed van Ethiopische bloeddonors stilzwijgend weggooide omdat de kans op aanwezigheid van het aids-virus in hun bloed vijftig maal zo groot zou zijn als het nationale gemiddelde. Premier Peres beloofde gisteren een afvaardiging van de Ethiopische joden dat een commissie, waarin ook twee falasha's zullen zitten, een onderzoek zal instellen naar het weggooien van het van de falasha's afgenomen bloed. Ook bood hij zijn verontschuldigingen aan voor deze vorm van discriminatie. Het bloed werd in de wetenschap dat het zou werden weggegooid in klinieken toch afgenomen om de falasha's het gevoel te geven 'erbij te horen'. “Ons bloed is ook rood”, riepen de demonstranten gisteren. Zij beschuldigden de Israelische overheid en maatschappij van een racistische houding jegens hen en zeiden vastbesloten te zijn “zoals de Arabieren (Palestijnen) te vechten”.

De onrust onder de Ethiopische joden is mede aangewakkerd door het opvallend grote aantal soldaten uit deze gemeenschap dat zelfmoord pleegt. Sedert falasha's het uniform dragen hebben reeds twintig Ethiopische soldaten de hand aan zichzelf geslagen. Wegens hun Afrikaanse achtergrond hebben falasha-soldaten volgens legerkringen grote aanpassingsmoeilijkheden tijdens het vervullen van hun dienstplicht. Ze worden vaak door hun superieuren niet begrepen, wat een van de redenen is van het uitzonderlijk hoge percentage zelfmoordgevallen onder de falasha-militairen. Dezen denken gauw om hun huidskleur te worden gediscrimineerd, wat een algemene klacht is van de donkere Ethiopische joden in Israel.

Op uitzonderingen na verloopt het sociale integratieproces heel moeilijk. Nog veel Ethiopische joden wonen in caravans. Huizen krijgen ze meestal toegewezen in ontwikkelingssteden in Zuid-Israel waar de werkloosheid naar Israelische begrippen hoog is.

    • Salomon Bouman