Eenden zwemmen nog op Elfstedentraject

LEEUWARDEN, 29 JAN. IJsmeester Piet Venema ziet geen aanleiding de rayonhoofden van de Vereniging De Friesche Elf Steden bijeen te roepen. Het ijs van de route langs de elf steden vertoont nog vele zwakke plekken. Venema schaatste zaterdag een deel in tegengestelde richting van de Elfsteden-route. Hij begon in Leeuwarden en eindigde in Dokkum. “Onderweg lagen vele windwakken. Vooral bij Birdaard en Barthlehiem. Het is absoluut noodzakelijk dat er windarme dagen komen. Anders kan het kabbelende water nooit bevriezen.”

Gisteren bezocht Venema Sneek. Hij en het rayonhoofd aldaar zagen daar tot hun teleurstelling eenden zwemmen in grote wakken. Ook een alternatieve route bij Sneek had geen geschikt ijs voor grote aantallen rijders. Het bijeenroepen van de rayonhoofden zou alleen maar valse hoop wekken, vond Venema. Een Elfstedentocht kan niet eerder dan na het volgende weekeinde plaats hebben, als eerst de wind is gaan liggen en er nog een stuk of vijf nachten met strenge vorst overheen zijn gegaan.

De Friese weerman Piet Paulusma, die alles weet over hoge- en lagedrukgebieden, vorst en die een ijsgroeiprogramma in de computer heeft ingevoerd, voorziet een aanval van dooi tegen het weekeinde. Nog altijd zijn er veel wakken en het is de vraag of de vorst straks weer regeert over de dooi.

Erik Hulzebosch, natuurmens uit Gramsbergen, is bereid alles opzij te zetten voor de Elfstedentocht. “Behalve mijn vriendin”, zegt de winnaar van de Amstelmeer-marathon gisteren. De klassieker in Westerland was een voorspel, want onder de vaseline en de schaatspakken gloeit de koorts; de Elfstedenkoorts. Aan de boorden van het met mooi ijs dichtgegroeide Amstelmeer, in de kop van zonnig Noord-Holland, is de Elfstedentocht hèt item. Wanneer is de klassieke schaatstocht langs de Friese steden? Komende vrijdag, zegt legende Jeen van den Berg. Dinsdag of woensdag daarna, verwacht Evert van Benthem, de laatste winnaar tien jaar geleden.

In Westerland staat de auto van Erik Hulzebosch met bepakte koffers klaar voor de reis naar Oostenrijk, waar woensdag een wedstrijd over 200 kilometer op natuurijs is. Op de Weissensee, een traditie bijna. Geboren omdat Nederland te veel kwakkelwinters heeft. Hulzebosch weet nog niet of hij gaat. Want waarom een halve dag in de auto en een halve dag terug, met stramme benen als gevolg, als het in Nederland vriest dat het kraakt, vraagt het peloton zich af. Als het ijs voor het opscheppen ligt en het gesprek van de dag automatisch over de Tocht der Tochten gaat?

Coryfeeën als Piet Kleine, Yep Kramer, Lammert Huitema en Arnold Stam zijn zaterdag al naar Oostenrijk vertrokken, na de wedstrijd op kunstijs in Geleen. Hulzebosch wint zondag de sprint eenvoudig. “Ik hoorde niets en zag niets. Het was kat in het bakkie.” De kopgroep bestond uit twaalf man, van wie Bert Verduin de meeste strijdlust toonde.

Hulzebosch: “Straks vergaderen we over de Weissensee. Van mij hoeft het niet.” Zijn vriendin Jenita Smit wil ook wel thuisblijven.

Hoe bereid je je voor op een Elfstedentocht? Hulzebosch, wat dat betreft nog onbevlekt, weet het eigenlijk niet. De avond voor Amstelmeer is hij nog behoorlijk wezen stappen en meer dan een uur of zes in de week traint hij niet. “Al dat geschaats, ik weet het niet. Voor hetzelfde geld loop je een griepje op.”

De 70-jarige Jeen van den Berg, levende legende uit de Elfstedentocht, schaatst op zijn gemakkie mee en eindigt in het grote peloton. Hij heeft genoten van de tocht op het Amstelmeer. Zonder problemen, zoals hij zegt, kon hij de kont van zijn voorganger volgen.

Als het aan de winnaar van 1954 ligt, is de Elfstedentocht vrijdag: “Als ze dan niet durven, kunnen ze het vergeten. Blijft het zo vriezen, dan is de ijsdikte over vier dagen met 16 centimeter gegroeid. Ze moeten gewoon de wakken afzetten en desnoods stukken laten klunen. Het beste zou zijn als het weer zo is als vandaag. Dat was in 1963 ook zo goed.” Omstandigheden waarin de ogen tranen van de ijskoude wind, die de gevoelstemperatuur op 17 graden onder 0 brengt. “Van de 16.000 starters stappen er dan bij Stavoren wel 4000 op de trein. Bij Bolsward nog wel 4000, zodat 50 procent Leeuwarden haalt. Dat is mooi.” (ANP)