Directeur Akzo bepleit herziening sociale zekerheid

DEN HAAG, 29 JAN. Directeur Arbeidszaken R. de Leij van Akzo Nobel, die bij dit concern verantwoordelijk is voor de arbeidsvoorwaarden bij de Nederlandse bedrijven en binnen de werkgeversvereniging VNO-NCW een belangrijke rol speelt in de beleidsvoorbereiding, pleit voor een ingrijpende herziening van het stelsel van sociale zekerheid. De Leij is voorstander van een wettelijk geregelde basisuitkering en geleidelijke afschaffing van alle bovenwettelijke voorzieningen. De CAO-onderhandelaar van Akzo Nobel doet zijn voorstel in een preadvies voor de organisatie voor strategisch arbeidsmarktonderzoek (OSA) dat vandaag verschijnt.

Akzo Nobel is één van de trendsetters waar het gaat om arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Bij de Nederlandse bedrijven van Akzo Nobel wordt momenteel druk geëxperimenteerd met combinaties van arbeidsduurverkorting (36-urige werkweek) en flexibilisering (wisselend aantal arbeidsuren per week, afhankelijk van drukte). De voorstellen van De Leij gaan in de richting van het Belgische model, waar de vakbeweging een dominante positie heeft bij het innen van premies en het verstrekken van uitkeringen.

De Leij bepleit een sociale zekerheid waarbij zelfstandigen en werknemers een “waardevast basisniveau van sociale zekerheid” hebben. Waardevast wil zeggen dat de wettelijk geregelde minimumuitkering jaarlijks wordt aangepast aan de gestegen prijzen voor levensonderhoud. De overheid bemoeit zich als het aan de Akzo-directeur ligt niet meer met eventuele aanvullende WW- en WAO-uitkeringen. Ook de werkgever treedt in het model van De Leij echter terug door “geleidelijke afschaffing van bovenwettelijke voorzieningen”.

Wie zich van meer wil verzekeren dan het door de overheid gegarandeerde bestaansminimum moet daarvoor zelf maar een verzekering afsluiten, vindt de directeur van Akzo Nobel. Dat kan bij een particuliere maatschappij, maar ook bij een als verzekeraar optredende vakorganisatie. “Daarmee wordt de vakbeweging een werkelijk actor in het economisch geheel, die aan haar leden rechtstreeks zekerheden biedt zonder ze bij een derde te bedingen”, schrijft De Leij. De Leij voorziet een nieuwe rol voor de vakbeweging. Deze zal zich, zo voorziet hij, meer kunnen inspannen om leden met scholing, sociale verzekeringen en marktonderzoek terzijde te staan. De Leij verwacht dat werknemers hierdoor vaker van baan zullen wisselen. De werk-zekerheid en daarmee de bestaanszekerheid van werknemers neemt toe, aldus De Leij. Het voorstel van De Leij is niet bedoeld om te bezuinigen op de sociale zekerheidsuitgaven. De middelen die vrijkomen door vermindering van het wettelijk en bovenwettelijk sociaal zekerheidstraject moeten volgens de directeur arbeidszaken “vrijelijk aan de werknemer ten goede komen”. Het voorgestelde systeem leidt in eerste instantie dus niet tot verlaging van loonkosten. De toenemende mobiliteit van werknemers komt op langere termijn echter wel de economie ten goede.

Het idee van De Leij lijkt sterk op de visie van de Industriebond FNV. Deze grootste bond in de marktsector sluit als service voor leden verzekeringen af bij de aan de bond gelieerde verzekeraar Proteq. Bondsbestuurder H. Peperkamp wil de voordelen voor leden uitbreiden, zodat zij meer terugkrijgen voor hun lidmaatschapsgeld. In België heeft de rol van de vakbeweging bij het uitvoeren van sociale zekerheidsregelingen geleid tot een hoge organisatiegraad. In Nederland is het sociale zekerheidsstelsel na de Tweede Wereldoorlog vooral gebaseerd op wettelijke regelingen. Werknemers hoeven niet per se lid te zijn van een bond om toch te profiteren van door de overheid of per CAO geregelde loonsverhogingen en uitkeringsrechten. In Nederland zijn daardoor veel minder werknemers via een vakbond georganiseerd dan in België.

De Industriebond wil deze “fout” uit het verleden herstellen door leden meer te bieden. Het verschil met de visie van De Leij is wel dat de bond bovenop de wettelijke zekerheden eerst per CAO aanvullende regelingen wil afsluiten. Pas daar bovenop komt als derde trap de individuele sociale verzekering. Dit zogeheten “cappuccinomodel”, waar de ruime wettelijke regeling gesymboliseerd wordt door de koffie, de aanvullende zekerheden door de room en de individuele regelingen door het toegevoegde cacaopoeder, heeft ook de steun van enkele andere FNV bonden. De Leij wil minder koffie verstrekken dan de Industriebond en de room afschaffen.

Werklozen die niet in staat zijn zelf een baan te vinden zouden volgens De Leij moeten worden ondersteund door uitzendbureau's. Hij doelt daabij niet op het “traditionele” uitzendbureau, maar op een detacheringsinstelling. Werknemers zijn hierbij vast in dienst van de instelling die arbeid uitleent. Deze instelling is verantwoordelijk voor de loonbetaling, de sociale zekerheid en de pensioenen. Nog een stap verder is het “opdrachten-bureau”, waar particuliere opdracht-aanbieders opdrachten melden die door zelfstandige opdracht-vragers” worden uitgvoerd.

Door het grote beroep op sociale zekerheid is de overheid volgens De Leij gedwongen stappen terug te zetten. De traditionele reactie van de vakbeweging is volgens de Akzo-directeur een verzoek aan werkgevers om bovenwettelijk het gat dat de overheid laat vallen op te vullen. Voorbeelden zijn de bezuinigingen op de WAO van begin jaren negentig en de Ziektewet, die binnenkort naar verwachting wordt geprivatiseerd. De vraag naar behoud van sociale zekerheid van de kant van de vakbeweging plaatst de werkgever voor hogere risico's. Hij zal dit risico volgens De Leij trachten te reduceren, door verscherpte medische keuring van sollicitanten. Volgens De Leij komt dit de mobiliteit van werknemers niet ten goede.

    • Frank van Empel