De zwaarste

DE FRANSE SERIE kernproeven is dit weekeinde vervolgd met de zwaarste explosie tot nu toe. Het is nog onzeker of hiermee de reeks experimenten is afgerond. Eerder hebben de Fransen laten weten dat het van de resultaten afhangt of het voorgenomen programma enigszins kan worden ingekort. Nadere mededelingen volgen.

Velen, de bewoners van de zuidelijke Stille Oceaan voorop, ervaren de Franse proeven als een slag in het gezicht.

Niet alleen weigert men de verzekeringen uit Parijs serieus te nemen als zou gevaarlijke fall out absoluut worden vermeden, nu alle internationale protesten de Fransen niet tot inkeer brengen bereikt de irritatie een hoogtepunt. De felle veroordelingen, ook van de kant van regeringen, laten daarover geen twijfel bestaan.

Parijs heeft twee redenen om zich daarvan niet al te veel aan te trekken. De eerste is een puur nationale. Het gevoel dat Frankrijk een bijzondere plaats inneemt in de wereld en dat het die plaats onafhankelijk van andere mogendheden moet kunnen verdedigen is diep geworteld. Aanvankelijk was er tegen de lopende reeks atoomproeven binnenlands ter linker zijde enig protest, maar geleidelijk aan is dat verstomd. Er is politiek geen brood aan te verdienen. De tweede reden is dat Frankrijks naaste bondgenoten, de Duitsers, de Britten en de Amerikanen, het hebben gelaten bij zeer formele kritiek. Organen als de Europese Unie en de NAVO hebben Parijs geen strobreed in de weg gelegd.

DE MEEGAANDHEID van de bondgenoten is een gevolg van de toenadering die Frankrijk tot zijn partners heeft gezocht.

De Franse regering heeft, om te beginnen, toegezegd zich bij een verbod van kernproeven te zullen neerleggen zodra dat internationaal totstandkomt. De bedoeling is dat daarvan later dit jaar sprake zal zijn en dat zou weer inhouden dat de Fransen geen verdere experimenten meer op hun programma hebben staan. Parijs heeft bovendien de Europese bondgenoten een aanbod van nucleaire samenwerking gedaan dat weliswaar veel openlaat, maar dat de partners toch moet verleiden eens hardop mee te denken over een min of meer onafhankelijke Europese nucleaire defensie.

Ten slotte heeft de Franse regering toenadering gezocht tot de NAVO. De Atlantische interventie in Bosnië dwong haar daartoe, maar de indruk is ontstaan dat Parijs nog andere redenen heeft. In een NAVO die zich toelegt op nieuwe taken de algemene Atlantische veiligheid betreffende willen de Fransen niet in een isolement geraken. De NAVO en een onafhankelijke Europese defensie lijken elkaar op het eerste gezicht uit te sluiten, maar in de Franse wijze van zien behoeft dat niet zonder meer het geval te zijn. In de 'oude' NAVO heeft Frankrijk immers ook getracht een onafhankelijke positie te behouden.

HET ZOU TE VER gaan om de passiviteit van Frankrijks naaste buren uit te leggen als het begin van een positieve reactie op het Franse voorstel nucleair samen te werken. Het Verenigd Koninkrijk, de enige andere nucleaire mogendheid in West-Europa, hecht te zeer aan de Atlantische banden om die in de waagschaal te stellen voor het ingaan op nauwelijks omlijnde ideeën uit Parijs. Voor de Duitsers geldt hetzelfde. Daarenboven zou een Duitse vinger zelfs maar in de buurt van een Europese nucleaire trekker een strategisch-politieke ontwrichting van de inter-Europese verhoudingen betekenen. En, niet in de laatste plaats, de Verenigde Staten zullen zich nimmer in een positie willen terugvinden waarin bondgenoten hen in een nucleair avontuur zouden kunnen betrekken.

Desondanks is de relatie met Frankrijk zodanig dat er een flinke ruimte is voor Franse eigenzinnigheid, of, anders gezegd, dat er in bondgenootschappelijk verband zoveel respect is voor de mogendheid Frankrijk dat men haar op een overigens zwaar omstreden terrein niet werkelijk lastig wil vallen. Daarop en op de Franse zelfverzekerdheid slaan alle protesten stuk. Wat rest is het aan slijtage onderhevige verwijt van Frankrijks arrogantie.