'Corrupte president' kan nog steeds op medestanders rekenen; Schandaal rond Samper verlamt Colombia

MEXICO-STAD, 29 JAN. Het politieke en maatschappelijke isolement waarin de Colombiaanse president, Ernesto Samper, al een half jaar verkeert is de afgelopen week verder toegenomen door nieuwe beschuldigingen over connecties met de drugsmafia. De oud-penningmeester van Sampers verkiezingscampagne in 1994, Santiago Medina, heeft vrijdag gezegd dat Samper niet alleen heeft geweten dat zijn campagne deels is betaald door het cocaïnekartel van Cali, maar zelf om geld heeft gevraagd. Medina zou daarvan bewijzen hebben.

Medina's nieuwe beschuldigingen komen nadat Fernando Botero, Sampers voormalige campagneleider en oud-minister van defensie, vorige week zei dat Sampers campagne met drugsgeld was gefinancierd. Botero had dat tot dan toe ontkend.

Het schandaal heeft Colombia verlamd en verdeeld in ruwweg twee kampen. De studenten en huisvrouwen uit het ene kamp, die vorige week voor Colombiaanse begrippen unieke demonstraties op straat hielden, eisen dat hij opstapt. Maar de president heeft nog wel degelijk medestanders: iets minder dan de helft van de Colombianen, als een recente opiniepeiling mag worden geloofd.

Drie ministers van de Conservatieve Partij hebben vorige week uit protest hun ontslag ingediend. De Conservatieven, die in naam in de oppositie zitten maar in de Colombiaanse praktijk een aandeel in de macht hebben, gaven de president aanvankelijk het voordeel van de twijfel. Kennelijk vinden zij het nu opportuun het zinkende schip te verlaten. Datzelfde deden ook verscheidene Colombiaanse ambassadeurs, onder wie de ambassadeur in Den Haag, en enkele hoge militairen. Zakenlieden zeggen ook dat de president - op zijn minst tijdelijk - zijn biezen moet pakken. De belangrijkste oppositie ondervindt Samper momenteel uit zijn eigen Liberale Partij. Oud-president Alfonso López Michelsen, de nestor van de Liberalen, heeft zich nu openlijk tegen hem gekeerd. Van César Gaviria, Sampers voorganger en de huidige secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), is al langer bekend dat hij het liefst een voortijdig einde aan de carrière van de president ziet. Hetzelfde geldt voor Noemi Sanin, een oud-minister en ambassadeur in Londen, die vorig jaar al haar ontslag indiende omdat zij vond dat Samper het aanzien van Colombia in de wereld te veel schade berokkent. Ook de toenmalige ambassadeur in Parijs, de weduwe van de door het Medellín-kartel vermoorde en nog steeds betreurde Liberale politicus Luís Carlos Galán, zei afgelopen najaar al voldoende aanwijzingen te hebben dat Colombia met Samper op een heilloos pad was beland.

Toch kan Samper nog rekenen op steun: van Liberale parlementariërs en andere politici van wie wordt vermoed dat ook zij boter op hun hoofd hebben als het om contacten met de drugshandel gaat. Ook enkele machtige zakenlieden hebben (nog) niet de conclusie willen trekken dat het land beter af is met het aftreden van de president. De Colombiaanse strijdkrachten lijken voorlopig de traditie te respecteren dat het leger zich aan de politieke zijlijn opstelt.

Intrigerend is ook het stilzwijgen vanuit Washington. De Amerikanen hebben in de beginfase van het schandaal veel belastende informatie gelekt. Vóór 1 maart moet de regering-Clinton besluiten of Colombia opnieuw in aanmerking komt voor economische steun als beloning voor de strijd tegen de drugshandel. Het lijkt onder de huidige omstandigheden onwaarschijnlijk dat de VS deze steun zullen voortzetten.

Gisteren berichtte het Amerikaanse dagblad The Washington Post vanuit Bogotá dat vertrouwensmensen van Samper in onderhandeling zouden zijn met de Conservatieven over afzien van gerechtelijke vervolging van de president in ruil voor diens aftreden. Bereidt Samper dan toch zijn aftocht voor, of gaat het om een proefballon? Samper volhardt in zijn onschuld en zegt dat er een komplot tegen hem is. Die theorie, tot voor kort ook verkondigd door Fernando Botero, luidt kortweg dat zowel de drugsmafia als de Amerikanen er belang bij hebben dat Colombia zo instabiel mogelijk is om daardoor een maximale greep te krijgen op de situatie. Vooral minister van binnenlandse zaken Horacio Serpa is een man van deze theorie. In oktober vorig jaar uitte hij openlijk beschuldigingen tegen de Amerikanen. Het formele excuus aan Washington dat daarop volgde werd op fluistertoon uitgesproken.

In een vraaggesprek met het Spaanstalige nieuwsprogramma Noticiero CNN zei Santiago Medina, oud-penningmeester van Sampers campagne, vorige week dat Samper nog in september vorig jaar, tijdens een bijeenkomst van de zogeheten Groep van Rio in de Ecuadoraanse hoofdstad Quito, een ontmoeting heeft gehad met een vertegenwoordiger van het Cali-kartel. De betrokken vrouw heeft inmiddels ontkend ook maar iets met de drugsmafia te maken te hebben en zegt dat het om een persoonsverwisseling gaat.

Samper heeft inmiddels voorgesteld een referendum over zijn presidentschap te houden, maar daartegen bestaat algemene weerstand. Een volksraadpleging zou kostbaar zijn, te veel tijd opeisen en het land langer in een crisissfeer houden. Samper zelf hoopt dat een referendum uitdrukking geeft aan de blijvende steun van de doorsnee-Colombiaan, die meent dat alle politici toch één pot nat zijn, dat de drugscorruptie onvermijdelijk maar niet per se schadelijk is en dat het eigenlijk onder president Samper best goed gaat met de economie - het enige dat er werkelijk toe doet. Es la economía, estupido.

Als Medina inderdaad een 'rokend pistool' in handen blijkt te hebben, is het afgelopen met de president. Ook als de zakenelite en/of het leger vinden dat het genoeg is geweest, zal Samper niet veel anders kunnen doen dan aftreden. Maar de president is een vechtjas, die niet alleen jaren geleden een moordaanslag heeft overleefd, maar ook in het huidige schandaal elke beschuldiging langs zich heeft laten afglijden. In de Colombiaanse samenleving, die is verziekt door geweld en corruptie, is het presidentschap van Ernesto Samper niet eens zo opmerkelijk. Zonder veel ophef is zaterdag de heersende noodtoestand in het land met nog eens drie maanden verlengd.

    • Reinoud Roscam Abbing