Bowie is weer zichzelf

Concert: David Bowie. Gehoord: 28/1 Prins van Oranjehal, Utrecht.

Het optreden van David Bowie en zijn band, gisteravond in de Prins van Oranjehal in Utrecht, draaide vooral om één ding: de de-mythologisering van Bowie's persoon. David Bowie is niet meer Ziggy Stardust, de Thin White Duke, of een heer in Armani-pakken. Hij is zichzelf. Hij draagt een zwart met wit gevlekt t-shirt en bijpassende broek, loopt op blote voeten over het podium en is enthousiast en innemend, zonder poses.

Deze David Bowie is niet helemaal nieuw, ten tijde van Let's Dance (1983) kondigde hij dit 'image' ook aan, al bleef hij toen nog de afstandelijke wonderboy. Maar meer nog dan uit zijn gedrag en presentatie bleek zijn definitieve afscheid van eerdere verschijningsvormen nu uit de interpretatie van één nummer, The Man Who Sold The World. Dit nummer heeft de laatste jaren al een extra lading gekregen als zwanezang van Kurt Cobain, die het 'unplugged' opnam voor MTV. Bowie's versie gisteravond was ontdaan van de triomf die zijn uitvoering uit 1970 kenmerkte. The Man Who Sold The World is nu een gelaten en droevige figuur, die zijn arrogante gedrag als superman die de wereld van de hand doet, betreurt.

Het concert in de Prins van Oranjehal, waar 18.000 mensen in kunnen, was niet helemaal uitverkocht, maar trok een publiek van alle leeftijden dat Bowie met een groot gejuich begroette. Het brede podium was leeg gehouden. Drie keyboard-spelers en een drummer stonden op de achtergrond, het voorste deel was bezet door een bassist, twee gitaristen, onder wie oudgediende Carlos Alomar, en Bowie zelf. Als decor was er slechts het in punten gedrapeerde gordijn tegen achterwand.

De jaren tachtig en het begin van de jaren negentig zijn blijkbaar geen vruchtbare periode geweest voor Bowie. Afgezien van zijn cover van The Walker Brothers' Nightflights, speelde hij niets van de zes platen die hij in die tijd heeft opgenomen. De meeste songs waren afkomstig van zijn laatst verschenen cd, het ondoorgrondelijke 1.Outside, afgewisseld met oude hits, zoals Boys Keep Swinging, Look Back in Anger, Diamond Dogs, Breaking Glass.

De oudere nummers waren aangepast aan de nieuwe stijl. 1.Outside klinkt behalve uiterst high-tech ook grimmig, met koel gegalm en onheilspellende vervormingen. In combinatie met de rook, het blauwe licht en de heiende beats kreeg nu zelfs een nummer als Andy Warhol een mysterieuze sfeer, al werd het repertoire van 1.Outside nu juist doorgrondelijker. De electro-rock was soberder dan op de cd maar had dramatische momenten als Bowie's gekwelde stem het enige menselijk element was in de mechanische chaos.

Ter ondersteuning van de onderwerpen waarover hij zong kwamen er allerlei objecten uit het plafond zakken. Grote zonnebank-achtige lichten tijdens White Light/ White Heat, een gehurkte figuur in een hoepel bij Outside. Tijdens de toegift, het opwindende Moonlight Daydream (1972), waren het futuristische stalen bollen die met schijnwerpers het podium en de muzikanten aftastten, als een herinnering aan de tijd dat Bowie nog een superman was - een 'space-invader'.

    • Hester Carvalho