Balletgala toont jong, bloeiend en gerijpt talent

Intro-Dans-Gala, gezien: 26 januari, Stadsschouwburg, Arnhem.

Balletgala's zijn veel voorkomende en geliefde evenementen in het buitenland, maar hier is dat fenomeen nauwelijks bekend. Alleen het Dansersfonds '79 organiseert om het jaar een met gerenommeerde buitenlandse danssterren versierd programma en sinds 1985 kan ook men ook in het oosten van Nederland eens in de twee jaar uitzien naar zo'n feestelijke gebeurtenis - het Intro-Dans-Gala.

Traditiegetrouw is de opbrengst van dat gala bestemd voor een goed (dans)doel. Zo gaan de gelden van de twee voorstellingen dit jaar (in Arnhem en Nijmegen) naar de stichting Omscholingsregeling Dansers (SOD). De SOD ondersteunt dansers mentaal en financieel bij de omscholing naar een ander beroep wanneer ze hun vrijwel altijd korte carrière moeten beëindigen omdat de zware fysieke en psychische eisen niet meer op te brengen zijn.

Op het gala waren drie dansgeneraties te zien: het aankomend, bloeiend en gerijpt talent. Naast internationaal gerenommeerde sterren als Evelyn Hart, Galina Panova, Jean Solan en Lindsay Fischer stonden er de in Nederland werkzame prille solisten Boris de Leeuw, Sofiane Sylve en de ervaren Hilde Machtelinckx en solisten van Les Ballets de Monte Carlo, het Ballett Deutsche Oper am Rhein, het Tanztheater der Komischen Oper Berlin en het Wiener Staatsopernballett. Van veel van de groepen en dansers hebben we hier nauwelijks iets gezien. Interessant dus. Als toekomstige soliste trad de Nederlandse Igone de Jongh op die na haar studie aan de Nationale Ballet Academie haar opleiding aan de Royal Ballet School in Londen voortzet.

Een gala is meestal en ook nu een ratjetoe van korte fragmenten, meestal gelicht uit grotere danswerken. Het minst ingrijpend is dat voor de duetten en soli uit het klassiek romantisch repertoire. Die werden immers vooral gemaakt op de technische virtuositeit, de stijl en de allure van de danser te tonen, de artistiek dramatische importantie daarvan was van secondair belang. Dit soort danswerk was in dit gala te zien van Boris de Leeuw en Sofiane Sylve (Het Nationale Ballet) die het grand pas de deux uit de derde akte van The Sleeping Beauty fraai maar niet meeslepend uitvoerden. Marina Antova en Francois Petit (Deutsche Oper am Rhein) dansten levendig en met bravoure een ongewoon duet uit Coppelia, Igone de Jongh was veelbelovend in haar variatie uit La bayadère en Evelyn Hart vertolkte op een adembenemende wijze met Lindsay Fischer als partner het befaamde pas de deux uit de tweede akte van Het Zwanenmeer.

Evelyn Hart is een heel bijzondere, volstrekt unieke danseres. Ze voorziet haar uiterst verfijnde techniek met heel persoonlijke nuances en maakt haar dansen tot pure poëzie. Een belevenis. Dan wordt weer eens duidelijk hoe belangrijk het is dat een danser de tijd krijgt, vraagt en neemt om aan een rol te slijpen, die te verdiepen en werkelijk eigen te maken, zodat ook een (over)bekend werk nieuw wordt. Ook Jeanne Solan toonde in de solo Nocturne, die Martha Clark voor Sabine Kupferberg van NDT 3 creëerde de grote waarde van een rijpe artistieke ervarenheid.

Wat een verschil met Galina Panova. In haar dansen en in de choreografie van haar solo Remember me, gemaakt door haar man Valery Panov wordt de kloof zichtbaar die er is tussen de traditionele Russische danscultuur en de westerse. Eigentijds betekent voor Panov veel moeilijkdoenerij op spitzen, meestal met verkrampt gebogen knieën, veel poses waarbij de torso ver naar voor of naar achter gebogen is en veel larmoyant, dramatisch gedoe. Panova, nog steeds een technisch sterke danseres, blijft vasthouden aan een gedateerd ballerinagedrag, dat hier als een parodie werkt.

Door het niveau van de meeste uitvoerenden bood het gala een avond mooie dans. Niet onvermeld mag de eigen bijdrage van Introdans blijven: het laatste deel uit Ton Wiggers Scheidslijn, een indrukwekkende solo voor Hilde Machtelinckx die binnenkort haar danscarrière beëindigt. Met Evelyn Hart was zij de meest markante soliste.

    • Ine Rietstap