'Uitzending produkt van onzorgvuldige journalistiek'; Directeur internaat eist ton van AVRO

AMSTERDAM, 27 JAN. 'Mishandeling, ontucht, seksueel misbruik en verkrachting. Is het jongensinternaat de Dreef, na de affaire Finkensieper, het tweede grote schandaal binnen de Nederlandse kinderbescherming?' Zo begon op 25 mei 1993 de uitzending van AVRO's Televizier over vermeende ontucht van directeur Karrenbeld van de Dreef. Gisteren eiste Karrenbeld voor de Amsterdamse rechtbank een ton als voorschot op een schadevergoeding van de AVRO.

De uitzending is volgens mr. I. Boelens, advocaat van de directeur, het produkt van onzorgvuldig journalistiek handelen. In de strafrechtelijke procedure die op de uitzending volgde werd Karrenveld door zowel de rechtbank in Zwolle als door het gerechtshof in Arnhem vrijgesproken. Maar intussen zat hij wel 99 dagen in voorlopige hechtenis en hangt om hem heen nog steeds de sfeer van 'je weet maar nooit'.

In de uitzending van AVRO's Televizier getuigen drie pupillen van de Dreef over het 'strelen en trekken' van de directeur. Dat gebeurde op werkkamp in de caravan die ze met hem deelden of bij hem thuis. De directeur stelde zijn huis namelijk als 'tussenstation' beschikbaar voor pupillen die nog wat hulp nodig hadden om van het jongensinternaat terug te keren in de maatschappij.

Advocaat Boelens zegt hierover in de dagvaarding: “Karrenbeld heeft zich daarbij wel gerealiseerd dat hij als alleenstaande man, en als directeur, zich daarmee kwetsbaar opstelde, maar niet dat van die kwetsbaarheid eenvoudig misbruik te maken zou zijn.”

De Dreef, een justitiële jeugdinrichting voor jongens in de leeftijd van 13 tot 21 jaar, werd in 1991 landelijk nieuws toen - na eveneens een uitzending van AVRO's Televizier - bleek dat de 'pedagogische klap' in het jongensinternaat soms wel grote proporties aannam. Justitie stelde een onderzoek in en een aantal werknemers van de Dreef werd veroordeeld voor mishandeling. Voor ontucht van de directeur had de journaliste toen nog te weinig aanwijzingen. Twee jaar later dacht zij die wel te hebben.

In de uitzending van mei 1993 vertelt een voormalige pupil dat hij van een andere jongen weet dat deze driemaal door Karrenbeld is verkracht. Maar in de dagvaarding schrijft advocaat Boelens dat de journaliste “wist wie deze jongen was, en dat die nimmer heeft verklaard dat hij drie keer door Karrenbeld verkracht zou zijn”.

Een andere jongen die in de uitzending aan het woord komt had al in 1988 aangifte gedaan van vermeende ontucht van Karrenbeld gedurende de paar maanden dat hij bij de directeur inwoonde. Maar de AVRO-journaliste wist volgens Boelens dat die aangifte na een uitgebreid onderzoek was geseponeerd. Dit werd niet in de uitzending gemeld.

Volgens Boelens zijn dit maar enkele voorbeelden van de onzorgvuldige manier van werken van de journaliste. De jongens zouden zijn overvallen met suggestieve vragen en de journaliste zou zich hebben voorgedaan als een moeder van een pupil. Eerder had een jongen tegen het gerechtshof in Arnhem over de vermeende ontucht gezegd: “Ik heb hun verteld dat ik daar nooit iets van gemerkt had. Zij bleven echter maar aandringen en doordrammen. Zij stelden zich op het standpunt dat ik er wel meer vanaf moest weten.” Bovendien had de journaliste volgens Boelens zelf ingezien dat de verklaringen van de jongens, van wie sommigen danig in de war waren, niet zomaar “voor zoete koek” mocht worden aangenomen. De journaliste had een deskundige willen raadplegen om het waarheidsgehalte van de uitspraken te toetsen. Maar aangezien de geraadpleegde deskundige liet weten daarover niet op korte termijn uitsluitsel te kunnen geven, had zij verder van dergelijke toetsing afgezien.

Volgens Boelens zijn verder de aangiften die de pupillen vlak voor de uitzending hadden gedaan, ingegeven door de journaliste zelf. Boelens: “Ze zijn gedaan in de hotels waar de jongens verbleven op kosten van de AVRO in verband met de opnames.”

Maar de AVRO is er nog steeds van overtuigd dat de uitzending gerechtvaardigd was. Advocaat R. Duk ontkent dat de journaliste onzorgvuldig te werk is gegaan in deze “uiterst complexe zaak”. En dat Karrenbeld door rechtbank en hof is vrijgesproken, doet volgens Duk niets af aan het gegeven dat “ten tijde van de uitzending feitenmateriaal beschikbaar was dat aan de geuite verdenkingen alle steun gaf”. De journaliste is volgens hem “allesbehalve over een nacht ijs gegaan”.

Uitspraak 8 februari.