School beslist over onderwijsassistent

ZOETERMEER, 27 JAN. Onder druk van de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) haar plannen voor 'onderwijsassistenten' op de basisschool aangepast. Vanaf 1998 kunnen scholen in een regio zelf bepalen bij wie zo'n nieuwe onderwijskracht terecht komt. Het geld voor deze assistenten gaat niet zonder meer naar grote basisscholen zoals Netelenbos had voorgesteld, maar naar een verband van samenwerkende speciale en gewone scholen.

Dit schrijft de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer. De VVD deed vorige maand al deze suggestie. Zo kan beter worden beoordeeld welke school de assistent het hardst nodig heeft. Uiterlijk in februari moet de Kamer een besluit nemen. Met ingang van komend schooljaar moeten in totaal 1.500 onderwijsassistenten, opgeleid op MBO-niveau, een halve week de werklast van de onderwijzers in de laagste klassen van de basisschool verlichten.

De komende twee schooljaren heeft de verdeling van onderwijsassistenten nog plaats zoals in de oorspronkelijke plannen van Netelenbos. Het geld gaat dan naar basisscholen met meer dan 185 leerlingen, zo'n 3.700 van de circa 8.000. Die hebben over het algemeen grote groepen. Vanaf 1998 wordt het geld overgemaakt naar de omstreeks 300 samenwerkingsverbanden. Samenwerkende scholen die al voor 1998 van elkaar onderwijsassistenten willen lenen, krijgen daarvoor van de staatssecretaris die mogelijkheid.

De reden dat ze nog twee jaar wacht met de nieuwe verdelingsmethode is, schrijft Netelenbos, dat de samenwerkingsverbanden pas in 1998 zeggenschap krijgen over geld. Het geld voor de onderwijsassistenten wordt dan toegevoegd aan het budget, waarmee gewone scholen probleemleerlingen langer binnen moeten houden, in plaats van hen te verwijzen naar het speciaal onderwijs. Schoolbesturen mogen het geld alleen een andere bestemming geven als ouders en personeel daarmee akkoord gaan.