Pensioenregeling wordt toch flexibel gemaakt

DEN HAAG, 27 JAN. De mogelijkheden tot flexibilisering van pensioenregelingen zijn gisteren door de ministerraad verruimd. Werknemers kunnen straks een zogeheten pensioengat opvullen bij hun bedrijfspensioenfonds door aftrekbare premies die zij geheel voor eigen rekening nemen. Tot dusver mochten mensen in beginsel die premie slechts aftrekken als de werkgever circa de helft daarvan betaalde.

Staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) kondigde vorig najaar al een nieuwe definitie van het begrip 'pensioentoezegging' aan, waarbij de voorwaarde dat de werkgever minimaal vijftig procent van de kosten moet bijdragen, zou komen te vallen. Door middel van een 'Algemene maatregel van bestuur' wilde Linschoten deze regel veranderen en zo de flexibilisering van pensioenregelingen bevorderen. Maar later kwam de staatssecretaris tot de conclusie dat een wetswijziging nodig is om tot een nieuwe definitie te komen. Dit vergt een veel langduriger procedure, inclusief advisering door de Raad van State en goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer. Gisteren heeft de ministerraad dit wetsontwerp van Linschoten gefiatteerd.

Gisteren werd bekend dat pensioenfondsen vrezen niet in staat te zullen zijn toekomstige weduwen en weduwnaars een nabestaandenpensioen te garanderen, omdat door wettelijke belemmeringen een situatie dreigt te ontstaan waarin fondsen niet bij machte zouden zijn 'het gat' te dichten dat per 1 juli zou ontstaan door de afschaffing van de Weduwen- en Wezenwet. De Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen heeft Linschoten er eerder op gewezen dat de huidige bepalingen van de Pensioen- en Spaarfondsenwet hun verhinderen het ANW-gat op een flexibele manier te dichten.