Nationaal Atletenteam jongensdroom Jos Hermens

De beste atleten van Nederland zijn sinds vorige week verenigd in het Nationaal Atletenteam. Ellen van Langen, Letitia Vriesde, Bert van Vlaanderen, Corrie de Bruin, Jacqueline Goormachtigh, Ester Goossens, Sylvia Kruijer, Greg van Hest en Laurens Looije trekken profijt van een initiatief van manager Jos Hermens.

ARNHEM, 27 JAN. Het is een ploeg, maar toch ook weer niet. Het enige wat de negen mannen en vrouwen van het Nationaal Atletenteam met elkaar gemeen hebben, is dat ze sinds vorige week dezelfde sponsor hebben. De activiteiten die ze samen ondernemen, zullen volgens atletenmakelaar Jos Hermens beperkt blijven tot bijeenkomsten waar het om de “gezelligheid” draait, “om iets van een ploeggevoel te creëren”. Sommige ploeggenoten zullen vaker met elkaar optrekken, verwacht de oud-hardloper, “maar het is ook weer niet zo dat we nu een bus nodig hebben om ze samen te vervoeren.”

Ook trainingsprogramma's hoeven niet gewijzigd te worden, aldus Hermens, die aan de wieg stond van het eerste professionele atletiekteam. Ploeggenoten Letitia Vriesde en Ellen van Langen blijven zich ieder afzonderlijk voorbereiden op de 800 meter in Atlanta. Als concurrenten voor één gouden medaille. Hermens: “Iedereen blijft doen wat hij al deed, met de eigen trainer. Het verschil is dat ze nu wat meer mogelijkheden hebben. Van Langen vindt het “wel geinig om bij een groep te horen”. Die groep zal de komende tijd nog worden uitgebreid, in elk geval met hardloopster Jacqueline Poelman.

Tot en met de Olympische Spelen van 2000 in Sydney kan de groep rekenen op 500.000 gulden per jaar. De kapitaalinjectie van computerfirma Info'Products uit Bodegraven, dochter van papierfabrikant KNP BT, is het antwoord van de Nederlandse atletiek op recente sponsorontwikkelingen in het schaatsen (Ritsma-Sanex) en het wielrennen (Raas-Rabobank).

Hermens, manager van zo'n tachtig atleten uit binnen- en vooral buitenland, is de architect van het project. Met zijn bureau Global Sports Communication, gevestigd te Boekel, haalt hij al vanaf 1985 de belangrijkste deelnemers van de marathon van Rotterdam naar de Maasstad. Ook regelt hij de komst van de toppers naar andere atletiek-evenementen, zoals de Adriaan Paulen Memorial in Hengelo. Sinds anderhalf jaar heeft de 46-jarige Hermens er “een toko” bij; een marketingbureau dat sponsoren werft, voor wedstrijden én individuele atleten. “Zo willen we bijvoorbeeld 'Hengelo' beter in de markt zetten. Maar we proberen ook de atletiek in het algemeen te verbeteren.” Hermens haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat Nederlanders graag naar atletiek kijken. “Atletiek hoort hier bij de top-vier van meest gewaardeerde sporten.” Dat vertaalt zich nog niet in een massale belangstelling van sponsors. “Er is nu een begin gemaakt, maar er er zijn veel meer mogelijkheden. De publiciteitswaarde van atletiek wordt onderschat.” Gek, vindt hij, “want atletiek-sponsoring is relatief goedkoop”.

Watertandend kijkt Hermens naar het wielerproject van Jan Raas. De oud-wielrenner kreeg de Rabobank zo ver dat het bedrijf jaarlijks, vijf jaar lang, ruim tien miljoen gulden in het wielrennen pompt. “Ik heb er veel respect voor hoe ze het daar doen”, zegt Hermens. “Maar de verhoudingen zijn scheef. Aan de andere kant, als we in de atletiek willen dat ze zulke sommen geld ook aan ons geven, moeten we een beter produkt neerzetten.”

Het grootste deel van het jaarbudget van een half miljoen gulden dient als basisinkomen. De atleten die geen auto van NOC*NSF hebben, zoals Van Langen, kregen van de sponsor een auto ter beschikking. Het resterende geld wordt bij het behalen van titels en records in de vorm van premies uitgekeerd. “De atleten kunnen met minder zorgen hun sport bedrijven”, meent Hermens.

De ploeg van een half miljoen is een toevalstreffer. De sponsor kwam eind vorig jaar bij het bureau van Hermens terecht toen ze een gerenommeerde atleet zochten om een motivatie-avond voor het personeel op te luisteren. Die zou de parallellen tussen topsport en bedrijfsleven moeten schetsen. Hermens bracht het bedrijf in contact met zijn oud-collega Sebastian Coe, wereldrecordhouder op de 800 en de 1.000 meter, tegenwoordige Brits parlementslid. De contacten mondden binnen enkele weken uit in het Nationaal Atletenteam, “een jongensdroom” van Hermens.

Een dag nadat op een persconferentie in Eindhoven het atletenteam was voorgesteld, belde Delta Lloyd met de mededeling dat zij dit ook wel hadden willen doen. Voor de verzekeraar zoekt hij nu een ander sponsorproject. Is met het toenemen van het aantal (grote) sponsors ook de kans aanwezig dat Nederland meer internationale atletiek-evenementen toegewezen krijgt? “Voorlopig blijft het wat dat betreft bij de marathon van Rotterdam en de Adriaan Paulen Memorial”, zegt Hermens. “Elk land krijgt in principe één Grote Prijs toegewezen, en voor ons is dat Hengelo. Het is voor het grootste deel een geldkwestie. Daarnaast moet je bedenken dat er in de hele wereld goede atleten zijn en dat elk land graag grote evenementen wil hebben. Bijna elk land wil dat graag. Met alle respect, bij het schaatsen gaat het slechts om een stuk of vijf landen die goed presteren.” Nederland mag volgens Hermens van geluk spreken dat Afrikanen de schaatsen nog niet hebben aangetrokken. “Als Gebreselassie zou schaatsen, zou Ritsma geen schijn van kans hebben.”

Hermens is ook manager van Gebreselassie, houder van de wereldrecords op de 5.000 en 10.000 meter. Vandaag zijn ze beiden in Sindelfangen in Duitsland, waar de in Uden woonachtige Ethiopiër het indoor-wereldrecord op de 5.000 meter gaat aanvallen. Hermens acht de poging bij voorbaat geslaagd, alleen de tijd is nog een verrassing. “Dat record gaat er zeker aan.”

    • Ward op den Brouw