Leven en muziek van Monk en Bud gereduceerd tot herrie

Voorstelling: MonknBud van Laurence Holder door Amsterdams Black Theatre Ensemble Steppin'. Regie: Nadine LaVern; spelers: Richard Brailford, Gerda Cronie, Malumba. Gezien 24/1 Theater Frascati. Te zien t/m 3/2 aldaar.

In de Duitse theaterkunst bestaat er een goed woord voor: Konfliktionsdramaturgie. Toneel dat uitsluitend bestaat uit de onophoudelijke golfslag van woord en tegenwoord, van tot op het bot uitgebeende dialoog. De voorstelling MonknBud lijdt daaronder. Het had prachtig kunnen zijn, toneel over twee vooraanstaande jazzpianisten, Bud Powell en Thelonious Monk. Zonder hen is de moderne jazz ondekbaar; zij zijn de uitvinders van de bop en eigenijk nog meer: het waren schitterende muzikanten die de jazz voortgestuwd hebben naar haar bevrijding uit de big-bands en vaste schema's van de dixieland.

De voorstelling is een ramp, en heeft met jazz al helemaal niks te maken. Zonder dat je als toeschouwer weet waarom er twist in het spel is treden de beide acteurs, Richard Brailford en Malumba, in een dialoog met elkaar die al vanaf de eerste sekonde ruzieachtig van toon is en dat blijft de hele voorstelling zo doorgaan. In een moordend, hoofdpijn verwekkend tempo, zonder enige rust, zonder een moment van fluistering, van durf om stilte te nemen, razen ze in high pitched voice door. Als er muziek van de beide jazzcomponisten uit de luidsprekers klinkt, dan spelen ze met hun vingers mee, maar altijd met een hand en niet met de beide. Het lijkt wel alsof de acteurs nooit een piano aangeraakt hebben. Bovendien reduceert regisseur Nadine LaVern hun muziek tot een soort behang, elevator music, en dat lijkt me nu juist het laatste waar Monk en Powell in hun werkelijke leven op hebben gewacht. En dan de belichting: als de heren aan het slot helemaal hun stem kapot geraasd hebben en vooral degene die Powell vertolkt nauwelijks nog stembanden over heeft, dan staan ze tegen elkaar te tieren in rood licht.

Het decor kent twee vierkante, zwarte kubussen. Waarom niet een piano, de passie van beiden waarop ze hun improvisaties uitpoberen? En het allergrootste probleem in de dramaturgie van MonknBud is dat er geen wezenlijk conflict is. Powell is gereduceerd tot een onhebbelijke, vervelende jaloerse mafioso. Dat lijkt me nogal bezijden de waarheid. Powell had psychische problemen die zijn dood bespoedigden, maar hij kan in de jazzhistorie op evenveel waardering bogen als Monk. Of, als het per se moet: onderwaardering. Want zwarte jazzmusici hebben het altijd moeilijk gehad, en leefden tegen de stroom in.

Het toneelstuk als tekst heeft zeker kwaliteiten, die ontdek je thuis, rustig lezend. In de tekst zijn de muziekstukken ook stijlvol verweven. Maar de regie is te grof. Sssst, dacht ik telkens, maal de tekst niet kapot. Sst.