La Ratte en de anderen

In de onstuimige maanden van ons eerste tuinbezit heb ik me door een tuin-encyclopedie heen gelezen; ik noteerde alle planten die mijn begeerte opwekten. Aangezien dat neerkwam op zowat alles behalve dwergconiferen, leverde dat een lijst van dozijnen bladzijden op, alsof een bezetene het hele boek had overgeschreven. Die lijst was volslagen nutteloos, vooral omdat er geen afbeeldingen bij waren, maar ook omdat ik van negentig procent van de planten er op nooit gehoord had; het hadden evengoed de Latijnse namen van insecten kunnen zijn.

Moestuinieren is een ander chapiter: iedereen weet wel wat er te koop is en waar hij van houdt. De eerste keer dat je je eigen sla kweekt blijkt die zo lekker dat het je niet interesseert welke variëteit het is - 'gewoon sla' - maar na een poosje, na éénmaal een zaadcatalogus te hebben doorgekeken, ontstaat een heel nieuw scala van begeertes. De Engelse firma Thompson & Morgan biedt zeventien verschillende soorten kool, vijftien soorten tomaat en negentien soorten sla, hetgeen een overwogen keuze vrijwel uitsluit; je zou elke soort niet alleen moeten kweken maar ook proeven, alvorens te beslissen aan welke je de voorkeur geeft.

Het feit dat ook andere mensen de neiging hebben vast te houden aan dezelfde beproefde soorten kwam aan het licht toen mijn bestelling van Thompson & Morgan arriveerde. Ieder jaar bestel ik heel saai dezelfde sla, 'Little Gem', en dezelfde tomaten, 'Gardener's Delight' - als je die eenmaal geproefd hebt zoek je niet verder. Dat is, zou je aannemen, een gemak voor die zaadmensen; ze kunnen elk jaar rekenen op tevreden klanten. Ik had er niet bij stilgestaan dat het ook impliceert dat dan niemand ooit meer iets nieuws probeert. En zo werden wij behoudzuchtigen onthaald op extra pakjes zaad met boodschappen als: 'Dank u voor het bestellen van de tomaat Gardeners' Delight. Probeert u eens dit GRATIS PROEFPAKJE SUNGOLD TOMATEN, die naar T & M's uitdrukkelijke mening in ieder opzicht beter zijn. LAAT ONS HOREN WAT U ERVAN DENKT!'

Het is eigenlijk overspel, maar ik denk dat ik het, louter in het belang van de wetenschap, toch eens zal moeten proberen. Van onschatbare waarde voor de moestuinier is Vegetables door Roger Phillips en Martyn Rix, die een reputatie hebben opgebouwd met encyclopedische plantenboeken, geïllustreerd met ongelofelijke close-ups. Er staan in dit deel niet minder dan eenenveertig verschillende soorten tomaat, van knalrode ballonmodellen tot gele en witte knikkertjes, eenendertig verschillende soorten kool en zesenzestig soorten aardappel. Maar die in ieder opzicht betere 'Sungold' staat er niet in, zomin als de 'Sherwood'-sla, naar T & M's uitdrukkelijke mening zoveel smakelijker dan 'Little Gem'.

Hoe zonderling, zo overdacht ik, zoals ik bij het kijken naar lijsten als deze wel vaker heb gedaan, dat de soorten die je bij de kruidenier koopt er nooit op voorkomen. Niet één van de vier soorten aardappel verkrijgbaar bij de supermarkt om de hoek staat in Phillips & Rix; daar moet je voor naar het aardappelstalletje op de markt, en dan zijn het er nog maar één of twee. Het is niet dat het boek Engels is en de winkel Hollands (de helft van de opgenomen aardappelsoorten werd bovendien in Nederland ontwikkeld), het is veel vreemder: of er twee soorten groenten zijn, een voor de literatuur en een andere om te eten.

Het boek bevat ook een korte geschiedenis van de aardappel, met een foto van het 'rotswand-leefgebied van de wilde aardappel in Mexico', en een beschrijving van de Ierse aardappel-hongersnood. De reden dat de aardappel zo langzaam in Noord-Europa doordrong was dat de eerste soorten die hier ingevoerd werden, tropisch waren en pas na de herfst-evening bloeiden en knollen vormden. Ze hadden succes in Zuid-Europa en het westen van Ierland waar minder kans op vorst is in het najaar. “Kwekers vanaf Clusius kweekten planten uit zaad zowel als uit knollen, en al of niet opzettelijk selecteerden ze zo soorten die vroeger in de zomer knollen produceerden.”

Vele aardappelen zijn plaatselijke variëteiten, die het alleen maar naar hun zin hebben in hun eigen omgeving. Een daarvan is volgens de aardappelboer op de markt de Opperdoes, een knobbelige lekkernij die hij soms heeft, en ook geprobeerd heeft zelf te kweken, maar zonder succes. Zelf heb ik drie achtereenvolgende jaren geëxperimenteerd met zo'n plaatselijke aardappel uit Frankrijk, een soort genaamd 'Ratte' die, toen we nog in Parijs woonden, alleen maar in de meest exclusieve specialiteitenzaken verkrijgbaar waren, tegen prijzen die die van asperges buiten het seizoen evenaarden: je kocht ze per gram in plaats van per kilo. Kennissen wonend op het platteland buiten Parijs vertelden dat deze aardappels niet levensvatbaar waren buiten Bretagne, en weer anderen beweerden dat ze alleen maar gedijden in de Ardèche; het bleek niet waar te zijn, ze groeien bij mij uitstekend.

Zolang pootaardappels afkomstig zijn van gecertifieerde virusvrije stock en op de lijst staan van geoorloofde soorten mogen ze in Nederland geïmporteerd worden. Het eerste jaar dat we ze meebrachten waren we daar niet zeker van en zaten het hele seizoen in angst dat een of andere vliegende inspecteur zou opmerken dat ze er anders uitzagen dan andere. Zo paranoïde is dat achteraf niet, want het kweken van aardappelen is aan strenge regels onderworpen en mijn buurman op de volkstuin zag dadelijk dat onze knollen er uitheems uitzagen.

Hoe uitheems is te zien op de foto uit Phillips and Rix: Rattes zijn de meest erbarmelijk uitziende van alle aardappels, zielige stumpertjes, heel anders van gedaante dan de glanzende en welgedane monsters die verder in het boek staan. Maar de smaak, ook van die geteeld in de vreemde aarde van Zuid-Holland, is werkelijk superieur aan iedere andere aardappel die ik ooit geproefd heb; wat er op de verpakking stond is de zuivere waarheid: 'Il y a la ratte et les autres.'

    • Sarah Hart