Kou

Nederlanders in het buitenland zien er altijd vrolijker uit dan in Paterswolde. De Hupcultuur van Thialf en de Kuip straalt van hen af. Vooral in de bar van het hotel. En al lopen ze soms rond in jute-zakken, het weldadige leven spat zelfs midden in de zomer als een dolgedraaide kerstsfeer door ramen en deuren naar buiten. Waar de cabriolet wacht.

Maar nu kijk ik in het gezicht van Ruud Krol. Paterswolde of Johannesburg, het maakt niet uit: er blijft niets anders over dan Ruud Krol. Er ligt een onbenaderbare kou in dat gezicht. Een schrale oostenwind van eeuwen. De ogen zijn jaren geleden weggewaaid, de jukbeenderen krom getrokken. Alles wat nog leeft in het gezicht rilt. De mensen die rond Ruud Krol staan hebben nochtans zweetdruppeltjes in de hals. De zon staat hoog aan de hemel. Ik zie alleen maar zomerhemdjes.

Anderhalf uur later. Spelers vallen in gebed op het gras. Ministers, in ieder geval hooggeplaatsten, springen het veld op. Ruud Krol wordt door liederlijke imams gekust. Egypte heeft zich geplaatst voor de kwartfinales van de Africa Cup. Iedereen is door het dolle heen behalve Ruud Krol. De bondscoach van Egypte blijft ook nu de koudste mens ter wereld. Zijn glimlach doet pijn: scheurend ijs.

Je zal ook maar bondscoach van Egypte zijn. Waar is het toch mis gegaan met de Nederlandse record-international? Waarom zit Krol nu in Zuid-Afrika en niet op de bank van Feyenoord? Eind jaren zeventig. Ik zie hem nog door Amsterdam lopen. De president van de grachten, het Leidseplein en het Spui. Een beau-monde in z'n eentje. De rug tot het uiterste opgerekt, de knieën naar buiten en met de blik van een andere planeet schrijdt hij over het water alsof het de Champs Elysées is. Niemand kan nog aan hem zien dat hij zich op het einde van zijn Ajax-tijd effe vernederd heeft tot de snackbar-business. Krol is een estheet geworden, de macho-variant van Antoine Bodar.

Toen kwam KV Mechelen.

De Nederlandse trainer werd ingejubeld als een Verlosser. Beter dan De Mos, zeker veel menselijker. De kranten juichten: eindelijk weer een monument langs de velden. Na Happel. Midden in de winter zat hij nog steeds op mocassins in de dug-out. Zonder kousen. Dat vonden die Belgen raar. Ruud Krol kon al een wedstrijd lezen lang voor Van Gaal op de gedachte was gekomen dat voetbal een eigen exegese heeft. Er was een probleempje: hij haspelde soms wat namen door elkaar. Vangenechten, Van geluhwe, Vanderspeeten, de coach werd wel eens draaierig van al die e's. Hij was korte, krachtige namen gewend: Ling, Keizer, Cruijff, Bals. Voetballers zijn meedogenloos als ze eenmaal de zwakke plek van een trainer hebben ontdekt. De versprekingen van Krol haalden binnen de kortste keren de krant. Nu is Mechelen zowat de meest benepen provinciestad van West-Europa en dus uiterst gevoelig voor grapjes.

Krol werd buitengewerkt. Het grote zwerven begon. Zoals het een seigneur past reisde hij altijd met een attachékoffertje, niet met een picknickmandje. IJsthee? Doe mij maar een dubbele whisky. Nu zit hij dus met Egypte in Zuid-Afrika. Ik lees dat hij de dag voor de beslissende kwalificatiewedstrijd de hoogste geestelijke van het land gesmeekt heeft om voor de spelers een dag ontheffing van de ramadan te vragen. Die onzin, die vernedering van de Nescio van Ajax, ik ken er die voor minder naar God blaffen.

Krol blaft niet, hij lijdt. Ook bij winst van zijn elftal. Hij is coach van Egypte geworden omdat hij niet zonder voetbal kan. In de stille hoop dat het door niemand zou worden opgemerkt. De 1-0 overwinning op Zuid-Afrika was een tegenvaller. Vooral de camera's van Eurosport waren er te veel aan. Krol wil het liefst onzichtbaar zijn. Omhelsd worden door Hany Ramzy kan bij Bremen, niet in Afrika. Daar worden omhelzingen een striptease van mislukking en ongemak.

Het is natuurlijk prachtig dat Azing Griever het zo goed doet bij Emmen. Dat Theo de Jong dan toch genoeg uitstraling wordt toegedicht om de kar van Willem II nog een jaar te trekken is ook een daad van rechtvaardigheid. Maar Ruud Krol in Afrika zien sterven van de kou maakt me melancholiek en wanhopig. Is er dan in Volendam geen palingboer meer die het leven wil redden van een verloren godenzoon?

    • Hugo Camps