Keniaanse regering opent 'draconische' aanval op pers

NAIROBI, 27 JAN. In Kenia is grote opschudding ontstaan over twee wetsvoorstellen om de media aanzienlijke beperkingen op te leggen. Volgens de vorige week bekend geworden plannen moeten journalisten in de toekomst een vergunning aanvragen voor hun werk. Die zou moeten worden uitgegeven door een door de regering gedomineerde persraad. Journalisten moeten 'een goed karakter' hebben om zo'n vergunning te krijgen. Zowel Keniaanse journalisten als buitenlandse correspondenten moeten zich aan deze perswetten houden.

De voorgestelde persraad zou uit veertien leden bestaan, van wie zeven door regeringsinstanties benoemd. De Keniaanse president zou de voorzitter aanwijzen. In het voorstel krijgt de persraad de opdracht journalistieke gedragsregels op te stellen. Indien journalisten deze negeren, raken zij hun vergunning kwijt en mogen zij hun vak niet meer uitoefenen. Hoger beroep is onmogelijk. Hetzelfde geldt voor de op te richten Kenya Media Mass Media Commission. Deze commissie krijgt het recht kranten en andere media hun vergunning om te publiceren te ontnemen. Media die in handen zijn van de overheid, zoals de radio, televisie en het dagblad de Kenya Times, zullen niet onder de nieuwe wetten vallen.

De wetsvoorstellen, die critici omschrijven als draconisch, zijn afkomstig van een voormalige advocaat voor de rechten van de mens en nu minister van justitie, Amos Wako. Hij kreeg in Nederland bekendheid toen hij in 1985 als speciale VN-rapporteur de zogeheten decembermoorden van 1982 in Suriname onderzocht.

Wako benoemde in 1993 een adviescommissie bestaande uit journalisten en andere belanghebbenden om de wetsvoorstellen voor te bereiden. Voor leden van deze commissie kwamen Wako's wetsvoorstellen echter als een grote verrassing; zij waren niet geraadpleegd.

Binnen- en buitenlandse journalisten en activisten voor de rechten van de mens reageerden met afschuw op Wako's plannen. Paul Wamae, voorzitter van de orde van advocaten: “Het gevolg is de dood van de persvrijheid. Deze kan niet bestaan als een regeringsinstantie zonder inmenging van een onafhankelijke organisatie een krant haar vergunning kan afnemen.” Wamae pleit voor de oprichting van een onafhankelijke commissie voor de media.

“De wetten zijn schandelijk”, was de reactie van de hoofdredacteur van 's lands grootste krant, de Daily Nation, Wilfred Kibero. De voorzitter van de Keniaanse Vereniging van Journalisten, Bernard Chege, zei dat “de journalistiek het niet zal overleven als deze voorstellen tot wet worden gemaakt”, een mening die de Vereniging van buitenlandse correspondenten in Kenia onderschreef. Onderminister van informatie Shariff Nassir daarentegen verdedigde de voorstellen “die nonsens geschreven door dronken journalisten moeten beteugelen (...) De activiteit van journalisten moet aan banden worden gelegd om de vrede en stabiliteit in Kenia te bewaren”.

In de Westerse donorgemeenschap toonden diplomaten zich zeer ongerust. Zij zijn van plan de wetsvoorstellen tijdens overleg in de Europese Unie te bespreken. “Er bestaat een rechtstreeks verband tussen het geven van financiële hulp aan Kenia en goed bestuur in het land”, aldus een woordvoerder van de Nederlandse ambassade in Nairobi. “Persvrijheid is één van de criteria voor goed bestuur.”

Kenia kende tot de invoering van het meer-partijenstelsel in Zwart-Afrika begin jaren negentig een relatief levendige pers. Sinds de toegenomen competitie in de politieke arena tonen de Keniaanse autoriteiten zich echter steeds bezorgder over de invloed van het vrije woord in de media. De overheid houdt krampachtig vast aan haar monopolie op radio en televisie, waar oppositiepartijen geen enkele of nauwelijks ruimte krijgen. Onlangs kochten prominente leden van de regeringspartij Kanu een meerderheidsaandeel in de op een na grootste krant van het land, de Standard. Alleen de Daily Nation is nog onafhankelijk, evenals enkele kleine weekbladen.

De Keniaanse wetsvoorstellen blijken vrijwel een kopie van in 1992 in Nigeria ingevoerde perswetten. Onder deze Nigeriaanse wetgeving werden sindsdien verscheidene kritische kranten van overheidswege gesloten en journalisten opgesloten. De Keniaanse regeringspartij Kanu beschikt over een absolute meerderheid in het parlement. De nieuwe wetsvoorstellen kunnen dus gemakkelijk tot wet worden verklaard.

    • Koert Lindijer