Kabinet maakt verlies aan koopkracht goed

DEN HAAG, 27 JAN. De ministerraad heeft gisteren besloten de achteruitgang in koopkracht die een gevolg is van een uitstel van de afschaffing van de Ziektewet te repareren.

Premier Kok heeft dat gezegd op zijn wekelijkse persconferentie. Eerder deze week vroeg de Tweede Kamer minister Melkert (sociale zaken) opheldering over de loonstrookjes die deze maand voor veel werknemers tegenvallen. Volgens Kok zal minister Melkert de Tweede Kamerleden maandag via een brief nader inlichten.

Het was het de bedoeling dat de Ziektewet per 1 januari van dit jaar goeddeels zou worden afgeschaft en dat daarmee ook de premies hiervoor zouden vervallen. De Eerste Kamer heeft meer tijd nodig voor de behandeling van het wetsvoorstel dan het kabinet had verwacht, waardoor de afschaffing waarschijnlijk is uitgesteld tot 1 maart.

Dit betekent dat werkgevers en werknemers de premies zijn blijven betalen. Bedrijven profiteren van het uitstel, werknemers ondervinden nadeel doordat zij nog twee maanden een Ziektewetpremie moeten betalen. Dat kost werknemers volgens een berekening van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid 0,06 procent aan koopkracht per maand. Volgens Kok ligt het voor de hand dat de verhouding wordt rechtgetrokken door premies voor werkgevers wat te verhogen en die voor werknemers te verlagen.

De premier acht het mogelijk dat ook elders “in het belasting- en premiebeeld” onbedoelde effecten optreden die nadelig zijn voor de koopkracht. Als dat zo is, zal het kabinet die ook repareren. Premier Kok sloot niet uit dat dat gevolgen voor de schatkist kan hebben.

Op 6 februari wordt de Ziektewet in de Eerste Kamer besproken. In een schriftelijke reactie op vragen van de senatoren schrijft staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) dat de afschaffing van de Ziektewet geen nieuwe maatregelen vereist om selectie op gezondheidsrisico's tegen te gaan. De VVD-bewindsman deelt de zorg van de Eerste Kamer dat privatisering van de Ziektewet werkgevers huiverig kan maken om mensen met verhoogde gezondheidsrisico's in dienst te nemen. Toch denkt hij niet dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om risicoselectie tegen te gaan.

Het kabinetsvoorstel houdt in dat werkgevers bij ziekte van hun personeel gedurende 52 weken 70 procent het loon moeten doorbetalen. Momenteel geldt de loondoorbetalingsverplichting alleen gedurende de eerste zes weken (voor kleine bedrijven twee weken). Desgewenst kunnen werkgevers zich particulier tegen dit risico verzekeren. Voor enkele groepen - zwangere vrouwen, uitzendkrachten, tijdelijke contractanten - blijft een collectief vangnet bestaan.

Linschoten erkent dat de sprong naar 52 weken voor kleinere bedrijven groot is. Toch wijst hij een meer gefaseerde invoering van de hand.