Kabelcensuur

Redacteur Raymond van den Boogaard komt tot de conclusie (NRC Handelsblad, 16 januari) dat kabeltelevisie een medium van bevoogding is geworden: uit een heel groot aanbod wordt slechts een deel doorgegeven. Er is echter een aantal feitelijke redenen waarom niet alle programma's kunnen worden doorgegeven.

Voor het merendeel van deze programma's zijn de auteursrechten niet te regelen. Verspreiding door de kabelexploitant is daarom verboden. De meeste commerciële programma-aanbieders dragen nu zelf de auteursrechtelijke kosten. Programmaleveranciers, zoals Discovery rekenen deze vergoeding door aan de abonnees. Of wel via een algemene tariefsverhoging door de kabelexploitant of wel door een smartcard te leveren bij de decoder van de satellietontvanger. Het is te verwachten dat ook andere programma-aanbieders deze lijn zullen gaan volgen met als gevolg dat op termijn ook schotelbezitters met abonnementsprijzen zullen worden geconfronteerd als men bepaalde programma's wenst te ontvangen.

De Algemene Programma Raad, allerminst semi-ambtelijk zoals Van den Boogaard meent te weten, adviseert over een zo gevarieerd mogelijke samenstelling van het basispakket dat 26 kanalen omvat. Daarna is het aan A2000 en de aanbieder om technisch en financieel tot overeenstemming te komen. Het beleid van de APR is erop gericht niet alle abonnees te belasten met tariefstijgingen die nodig zouden zijn om bepaalde programma's, waar doorgaans een beperkte groep in is geïnteresseerd, door te kunnen geven. Daardoor ontvangt men in Amsterdam nog steeds 26 kanalen voor de relatief lage prijs van vijftien gulden per maand.

Alle abonnees die meer willen zien, krijgen daartoe in de nabije toekomst een kans. De kabelexploitant zal dan extra pakketten gaan aanbieden tegen een apart tarief. Programma-aanbieders die een vergoeding vragen voor doorgifte, zoals Discovery en EuroSport, zouden hierin een plaats kunnen vinden.

    • Paul J.H.M. Luijten
    • Voorz. Algemene Programma Raad