J'Adoubovic houdt vol

Toen Iljoemzjinov, de nieuwe president van de wereldschaakbond, voorstelde om voortaan in een jaarlijks knock-out toernooi uit te maken wie er wereldkampioen wordt, noemde ik dat een trivialisering van het wereldkampioenschap. Ik ging er van uit dat iedereen het wel vanzelfsprekend zou vinden dat trivialisering ongewenst is. Fout die ouderen wel vaker maken. In hun jeugd geleerd dat trivialisering verkeerd is en daarom denken dat het een algemene waarheid is. Andere generaties leren weer wat anders.

Aan Anand werd tijdens het Hoogovenstoernooi gevraagd wat hij van de nieuwe plannen dacht. Hij zei, zonder dat het woord eerder gevallen was: “Ik ben een voorstander van trivialisering van het wereldkampioenschap.“ De wereldkampioen als mythische superman, ver verheven boven zijn collega's, daar houdt hij niet van. Het is niet in overeenstemming met de krachtsverhoudingen en het is oneerlijk tegenover de uitdager, die jarenlang uitputtende kwalificatiewedstrijden moet spelen, terwijl de wereldkampioen in zijn hol rustig op hem zit te wachten. Ieder jaar een wedstrijd om het wereldkampioenschap, zonder de neurotische behoefte om de toevalsfactor uit te bannen, dat leek hem beter. Het zou hem ook niet deren als het wereldkampioenschap helemaal werd afgeschaft.

Ik merkte dat er meer spelers waren die wel wat zagen in het nieuwe wereldkampioenschap. Het wordt een beetje een loterij, maar dat heeft ook zijn voordelen. Iedereen zal in de moderne tijd vijftien minuten wereldberoemd zijn, zei Andy Warhol. En iedere topschaker een tijdje wereldkampioen.

Omdat ik erg aan de mythe van het wereldkampioenschap gehecht ben, vroeg ik Anand of er niet een compromis mogelijk was. Een kandidatentoernooi in plaats van de matches. Dan zou het minder lang duren tot de uitdager eindelijk tot de Minotaurus doordrong. Dat kandidatentoernooi is na 1962 afgeschaft om de mogelijkheid van combines te voorkomen. Maar de situaties is nu toch anders? Anand zei: “Ja, dat is waar, de Sovjet-Unie bestaat niet meer. Maar aan de andere kant...“ Ik had hem graag verder horen praten, maar het is begrijpelijk dat hij eventuele kwade vermoedens niet in detail uiteen wilde zetten.

Ik heb inderdaad de neiging om de oude tijd te idealiseren. Een tijdje geleden las ik in het blad van de schaakvereniging VAS een verslag over het wereldkampioenschap van de veteranen. Het kampioenschap voor de rijpere jeugd wordt het ook wel genoemd. Een van de deelnemers was Matulovic. In zijn goede tijd was hij het symbool voor alles wat slecht was. Hij nam gespeelde zetten terug, kocht en verkocht partijen en gebruikte alle trucjes die verboden zijn. Iedereen kende zijn bijnaam J'Adoubovic. Verslaggever Oud (het lijkt een pseudoniem, maar hij heet echt zo) moest in de negende ronde van het veteranentoernooi tegen Matulovic. Die kon nog steeds goed schaken, maar zijn besluitvaardigheid was kennelijk verminderd. Na de 24ste zet overschreed hij de tijd. Oud naar de wedstrijdleider. Terug bij het bord merkte Oud dat Matulovic zijn klok een stukje terug had gezet, zodat de tijdsoverschrijding ongedaan was gemaakt. Oud op zoek naar een getuige. Weer terug naar het bord. Nu bleek dat Matulovic de klok van Oud een eind vooruit had gezet, zodat hij kon beweren dat de klok kennelijk verkeerd liep. Helaas, opnieuw meldde zich een getuige en Matulovic kreeg een nul.

In zijn grote tijd kon Matulovic een plaats in de kandidatenmatches verkopen. Nu is hij zestig jaar. Het ging in de partij tegen Oud helemaal niet om geld, want de prijzen in het veteranenkampioenschap zijn niet hoog en Matulovic stond te laag op de ranglijst om er een te winnen. Toch nog steeds de oude trucjes, nu gratis, l'art pour l'art. Ik moet bekennen, ik was ontroerd.

Geen verslag over het Hoogovenstoernooi kan zonder de volgende parel. Anand had moeten winnen, werd gezegd. Dat is waar en het zou zeer verdiend zijn geweest, gezien zijn prachtige spel in de eerste helft. Maar bijna even fraai is de aanvalsvoering van Sokolov in de tweede fase. Ook hij heeft veel om trots op te zijn in deze partij.

Wit Anand-zwart Sokolov

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-b5 a7-a6 4. Lb5-a4 Pg8-f6 5. 0-0 Lf8-e7 6. Tf1-e1 b7-b5 7. La4-b3 0-0 8. a2-a4 b5-b4 9. d2-d3 d7-d6 10. a4-a5 Lc8-g4 11. Lc1-e3 d6-d5 Actief maar gewaagd, pion e5 wordt kwetsbaar. 12. Pb1-d2 h7-h6 13. h2-h3 d5-d4 Zowel 13...Le6 14. La4 als 13...Lh5 14. exd5 Pxd5 15. g4 Lg6 16. La4 is slecht voor zwart. 14. h3xg4 d4xe3 15. f2xe3 Pf6xg4 16. Lb3-d5 Dd8-d7 17. Pd2-c4 Le7-f6 18. Pf3-d2 h6-h5 19. Te1-f1 Ta8-d8 20. Tf1-f5 Een schitterend idee dat wit al een paar zetten geleden moet hebben opgevat, want anders zouden zijn vorige zetten zinloos zijn. Zwart dreigde 21...Pe7. 20...g7-g6 21. Dd1xg4 h5xg4 22. Tf5xf6 Pc6-e7 23. Ld5xf7+ Kg8-g7 24. Ta1-f1 Dd7-b5 25. g2-g3 Bewonderenswaardig, de rust waarmee wit, na een dame voor twee stukken te hebben geofferd, de tijd neemt om kalmpjes zijn stelling te versterken. 25...Td8-d7 26. Tf1-f2 Db5-c5 27. Pd2-b3 Dc5-a7 Hoe zou het na 27...Db5 staan? Misschien zou er een dynamisch evenwicht ontstaan zijn waarin beide partijen hun stelling niet meer kunnen versterken. Zwart kan bijna geen stuk verzetten, de enige manier om de druk af te wentelen zou Pf5 zijn, maar dat zou nog twee pionnen kosten. Na 28. d4, wat Anand van plan was, leidt 28...Pf5 in ieder geval tot goed tegenspel voor zwart.

De computer Fritz 4 was de eerste toeschouwer die aangaf dat Anand hier schitterend had kunnen winnen: 28. Txa6 Dxa6 29. Pc5 en wegens de dreiging 30. Pe6+ moet zwart afwikkelen naar een verloren eindspel. Anand had 28. Txa6 ook gezien, maar hij had het niet nauwkeurig berekend, omdat hij dacht dat wat hij deed nog veel sterker was. 28. Pc4xe5 En zo lijkt het ook, want na bijvoorbeeld 28...Td6 wint wit snel met 29. Txd6 cxd6 30. Pd4. 28...Da7xe3 Maar nu is het uur van Sokolov gekomen. Hij offert een toren voor een mataanval. 29. Pe5xd7 Tf8-h8 Dreigt 30...De1+ en mat. 30. Kg1-g2 Th8-h3 31. Lf7xg6 Hij moet zijn torens in stelling brengen, anders wordt hij snel mat gezet. 31...Pe7xg6 32. Kg2-f1 Th3-h1+ 33. Kf1-g2 Th1-d1

34. Tf6xg6+ Steeds meer materiaal moet hij geven. Nu dreigde het paard met 34...Ph4+ de beslissende klap uit te delen. 34...Kg7xg6 35. Pd7-e5+ Kg6-g7 36. Pe5xg4 De3-e1 37. Kg2-f3 De1-h1+ 38. Kf3-f4 Td1-f1 39. Kf4-e3 Dh1-g1 Zwart moet nog heel nauwkeurig spelen om te verhinderen dat wit met zijn twee paarden een vesting kan bouwen. 40. Ke3-f3 Tf1xf2+ 41. Pg4xf2 Dg1-b1 42. Pb3-d4 Db1xb2 43. Pd4-f5+ Kg7-f7 44. Pf5-e3 Db2-a2 45. d3-d4 Da2xa5 46. e4-e5 Da5-a1 47. Kf3-e4 a6-a5 48. d4-d5 a5-a4 Wit gaf op.

    • Hans Ree