Internet jaagt de leiders van China de stuipen op het lijf

PEKING, 27 JAN. Ondermijnt de vrije toegang tot internationale computernetwerken de macht van de staat? Dat is de vraag waarmee de Chinese autoriteiten zich de afgelopen weken herhaaldelijk hebben beziggehouden. In navolging van een op de laatste dag van het vorige jaar overeengekomen partijdecreet waarin werd vastgesteld dat het computernetwerk Internet schadelijke gevolgen kan hebben voor de 'spirituele reinheid' van het Chinese volk, heeft het kabinet in Peking deze week regels opgesteld om de toegang tot het net te controleren.

Tot dusver is het echter nog niet duidelijk om wat voor regels het gaat en kan het heel goed zijn dat de Chinese politici het zelf ook niet weten. Cyber-space, Worldwide-Web en CompuServe zijn misschien begrippen die in het kapitalistische Westen bij de meeste mensen wel een belletje doen rinkelen, maar voor de gemiddeld op leeftijd zijnde Chinese politicus is het allemaal hocus-pocus.

Mede gevoed door de discussie die zich de afgelopen tijd in het Westen heeft afgespeeld over de verspreiding van pornografie op Internet, hebben de Chinese politici inmiddels wel begrepen dat internationale computernetwerken behalve waardevolle economische informatie ook kwalijke, 'spiritueel verontreinigde' gegevens kunnen leveren. En als mensen van buitenaf pornografie op China kunnen loslaten, dan is de kans groot dat andere kwaadwilligen staatsondermijnende ideeën in China gaan verspreiden.

Veel reden voor die vrees hebben zij tot dusver echter niet. Formeel zijn in de Chinese hoofdstad Peking, met ruim twaalf miljoen inwoners, slechts 3.500 mensen aangesloten op Internet. Toen dat vorig jaar op de Chinese markt werd geïntroduceerd, voorspelden sommigen dat het 'ledenbestand' binnen enkele maanden zou groeien tot meer dan honderdduizend gebruikers. Maar landelijk hebben slechts tussen de vijftien- en twintigduizend mensen toegang tot het netwerk.

Volgens een Chinese medewerkster van de Beijing Guolian Company, één van de weinige Chinese bedrijven die een aansluiting op Internet regelen, bestaat bij de overheid desondanks de angst dat internationale computernetwerken een platform bieden voor Chinese intellectuelen. Met name op de Chinese universiteiten maken docenten, maar vooral ook studenten - en dus veel meer mensen dan het aantal aansluitingen doet vermoeden - gretig gebruik van de toegang die Internet en het Worldwide-Web bieden tot buitenlandse bibliotheken en collega's.

Ook de angst voor de negatieve invloed van buitenlandse leveranciers van economische informatie, zoals Reuters, Bloomberg en Dow Jones, lijkt ongegrond. Met niet meer dan zo'n 1.400 vaste afnemers, hoofdzakelijk binnen het Chinese bankwezen, valt relatief weinig ongewenste buitenlandse invloed te vrezen.

Waar het de Chinese autoriteiten vooral om begonnen lijkt, is de bescherming van de eigen markt. China is nog in geen enkel opzicht in staat enige vorm van commercieel tegenwicht te bieden aan de overweldigende invloed van de hoofdzakelijk door de Verenigde Staten gedomineerde computernetwerken. In dat opzicht verschillen de maatregelen van de laatste weken ternauwernood van het krampachtige Chinese film- en muziekbeleid. Buitenlandse films, met name Amerikaanse, en muziek worden slechts mondjesmaat toegelaten op de Chinese markt. En nog steeds schrijven de officiële Chinese kranten over 'het binnen halen van een wolf'. Want als de Chinese consumenten zouden mogen kiezen tussen een binnen- of buitenlands produkt, dan kiest vrijwel iedereen voor films, muziek en nieuws van buiten China.

Ondanks scherpe controle wordt de Chinese markt overspoeld met entertainment en informatie uit het buitenland. Dat is vooral te danken aan de onuitroeibare ijver van zwarthandelaren. Illegaal gekopieerde muziek en CD-ROM-schijven, die voor drie tot tien gulden van de hand gaan, worden gretig gekocht door een groeiend publiek.

Weinigen van die Chinese kopers geloven dat de overheid in staat is de ontwikkeling van Internet in China tegen te houden. “De Chinese leiders gebruiken het verbod op de uitgifte van nieuwe Internet-aansluitingen [dat zij begin deze maand hebben afgekondigd red.] om zich te bezinnen. Maar over een paar weken wordt dat verbod vast en zeker weer opgeheven want het ontbreekt hun eenvoudig aan technologie om het aanbod op Internet door te lichten op kwalijke informatie. Bovendien is het economisch belang van Internet te groot”, aldus de medewerkster van de Chinese netwerk-leverancier Guolian.

Wat binnen- en buitenlandse netwerk-leveranciers tevens parten speelt is het relatief ongunstige politieke klimaat in China. De maatregelen van de afgelopen weken zijn een typisch voorbeeld van het partijbeleid tijdens een politiek onevenwichtige periode. China bevindt zich met de dood van de 91-jarige Deng Xiaoping in het vooruitzicht, 's lands opperste leider in ruste, in een overgangsfase, en met de regelmaat van de klok tracht president Jiang Zemin, in de vorm van een ideologische campagne of een propagandastunt, zijn positie te versterken.

Zo heeft Jiang deze maand zijn uiterste best gedaan twee potentiële spelbedervers - het leger en de media - die zijn aanblijven na de dood van Deng in de weg zouden kunnen staan, tot de orde te roepen. Beide instituties zijn bezocht en toegesproken, en begin deze maand ving Jiang zelfs twee vliegen in één klap door zijn bezoek aan de Liberation Army Daily. Journalisten, zo sprak Jiang, behoren te beschikken over een goed politiek bewustzijn “in lijn met de verwachtingen van de communistische partij en het volk”.

Deze week waarschuwde de president in een voorpagina-artikel van het officiële Volksdagblad dat het “van groot belang” is dat “de culturele rommel die het volk en het sociale klimaat vergiftigen, compleet [uit China] wordt verbannen”. Volgens Jiang is het onverkwikkelijk dat “voor een korte periode van economische ontwikkeling de [Chinese] cultuur en ideologie worden opgeofferd”. De Chinese Internet-gebruikers zijn gewaarschuwd.