Hoger onderwijs moet bijdragen aan vitale cultuur

Over de morele weerbaarheid van onze samenleving zijn met enige regelmaat zorgelijke woorden te horen. Zo sprak onze koningin ter gelegenheid van de vijftigste bevrijdingsdag, een jaar geleden, over de dreiging van een samenleving in ontbinding, het gevaar van langzaam afglijden naar egocentrisch denken en handelen. Zij zei toen: “Een bewuste keuze wordt gevraagd tegen wat onze democratie verzwakt en het gemeenschapsgevoel verschraalt.”

Hiermee verwoordde zij de gedachten van velen die zich zorgen maken over het morele fundament van onze samenleving. Menig politicus kan worden verweten niet adequaat op deze ontwikkelingen te reageren, maar zich daarentegen meer te bekommeren om democratische procedures en het wetgevingsproces. Toch is het evident dat goede wetten niet hetzelfde zijn als moreel besef of levensbeschouwelijke overtuiging. Het functioneren van goede wetten staat of valt met verantwoordelijke burgers, een waarheid waar christelijke politici vaak op hebben gewezen.

Tegen deze achtergrond willen wij het debat over het hoger onderwijs bezien dat maandag in de Kamer gevoerd zal worden. De inhoud van het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP) en de reacties daarop voorspellen een debat over bezuinigingen, herstructurering, differentiatie, studieduurverkorting en dergelijke. Hoe belangrijk deze dicussie ook is, een discussie over de bijdrage van het hoger onderwijs aan een gezonde cultuur en een weerbare samenleving is belangrijker. Het valt te vrezen dat zo'n discussie zal uitblijven. Het HOOP biedt er althans geen aanknopingspunten voor. En daarmee hebben de bewindslieden Ritzen en Nuis de kans voorbij laten gaan om duidelijk te maken dat het hen meer om de inhoud van het onderwijs te doen is dan om de beheersing van hun begroting.

Wij pleiten voor het toevoegen van nieuwe gezichtspunten aan de discussie, die te maken hebben met onze overtuiging dat hoger onderwijs dienstbaar moet zijn aan de samenleving van morgen. Voor die samenleving is het van groot belang dat gewerkt wordt aan een vitale cultuur. Als het gaat om de gezondheid van onze cultuur denken wij aan wat de historicus Huizinga schreef in zijn In de schaduwen van morgen. Daarin leert hij ons dat, wil een cultuur overleven en vitaal blijven, wij geleid moeten worden door hogere idealen. Daarnaast zou een gezonde cultuur gekenmerkt moeten worden door evenwicht tussen het geestelijke en het stoffelijke en door een beheerste omgang met de natuur. Zou niet juist in het hoger onderwijs gewezen moeten worden op de beperkingen van een leven dat gedomineerd wordt door techiek en materialisme? Is het niet bij uitstek de plaats waar ethische vragen gesteld dienen te worden, vragen die voorafgaan aan wetenschap en techniek?

In concreto pleiten wij ervoor in elk studieprogramma bezinningsmomenten in te voeren. In het universitair onderwijs dient dit een bezinning te zijn op de grondslagen van wetenschap en cultuur. Zo kan de rol van wetenschap en techniek in de samenleving worden beschouwd en beoordeeld, en kunnen de grondslagen van de wetenschap aan een kritische reflectie worden onderworpen. Dit kan worden vormgegeven door (her)introductie van het vak 'encyclopedie', waarbij aan de hiervoor genoemde aspecten aandacht wordt besteed. In het hoger beroepsonderwijs dient een grondige en kritische bezinning plaats te vinden op het uitoefenen van het beroep waarvoor de studenten worden opgeleid. Dit kan gebeuren in het kader van het vak 'ethiek'. De overheid bepaalt hiermee niet zozeer hòe er gereflecteerd wordt, maar wel dàt er gereflecteerd wordt.

Daarnaast verdienen de geesteswetenschappen de aandacht. Deze wetenschappen dragen bij aan verzorging en vitalisering van de cultuur. De geesteswetenschappen verdienen niet alleen bescherming, maar zouden binnen universiteiten een actieve rol kunnen spelen in de bezinning op wetenschap en cultuur. Voorkomen moet worden dat de specialist op wetenschappelijk gebied tevens een cultuurbarbaar is. Gedacht kan worden aan de invulling van 'vrije ruimtes' in het studieprogramma en het betrekken van wetenschappers van geesteswetenschappen bij het genoemde vak 'encyclopedie'. Daarnaast verdient het particulier initiatief in dit kader ondersteuning (onderwijskundig en financieel) en stimulering. Het gaat dan om onderwijs dat bijvoorbeeld via de bijzondere leerstoelen voor Reformatorische Wijsbegeerte, Stichting Socrates en de Radboudstichting wordt geboden.

Door middel van bovenstaande voorstellen kunnen studenten gestimuleerd worden breder te kijken dan hun studieprogramma nu smal is. Zo kan het hoger onderwijs een bijdrage leveren aan de vitaliteit van onze samenleving en haar cultuur. En na een intensieve discussie over de herstructurering van het hoger onderwijs is een parlementair debat met de gezondheid van de cultuur als inzet meer dan welkom.