Herman Cohen

In haar bespreking van Herman Cohens boek Jood in Palestina. Herinneringen 1939-1948 (boekenbijlage van 13 januari) merkt Conny Kristel terecht op dat Herman Cohen in Jeruzalem verkeerde in kringen van Duits-joodse intellectuelen en kunstenaars. Onjuist is echter haar opmerking dat Cohens herinneringen op belangrijke punten sporen met de visie op deze periode van de 'nieuwe historici' in Israel.

'Nieuwe historici' als Tom Segev verwijten de joden in het toenmalige Palestina ten onrechte dat zij zich vrijwel niet bekommerden om het lot van hun mede-joden in het door de nazi's bezette Europa. Een oppervlakkige lezer zou ook uit het boek van Herman Cohen die indruk kunnen krijgen. Deze is echter onjuist. Cohen schrijft alleen over gebeurtenissen die hij zelf heeft meegemaakt in de kringen waarin hij verkeerde.

Er werd in het toenmalige Palestina juist zeer veel gedaan om joden uit Europa te redden, zowel door de Jewish Agency als door particuliere groepen. Maar steeds stuitte men daarbij op de onwil van de Britse mandaatregering.

Na de conferentie in S. James Palace in Londen in mei 1939, had Groot-Brittannië in een Witboek vastgelegd dat gedurende de daaropvolgende vijf jaar in totaal slechts 75.000 joden mochten worden toegelaten tot Palestina, 15.000 per jaar, waaraan strikt de hand zou worden gehouden.

Verder noemt Herman Cohen wel terloops het echtpaar De Leeuw-Gerzon, maar vermeldt hij niet hun niet aflatende pogingen, gesteund door vele andere uit Nederland afkomstige joden, om joden uit het bezette Nederland naar Palestina te laten komen. Na talloze mislukte pogingen resulteerde dit ten slotte, in juli 1944, in de aankomst in Palestina van ongeveer 220 Nederlandse joden uit Bergen Belsen. Dit alles lag echter blijkbaar buiten de directe ervaringswereld van Herman Cohen en wordt in het boek niet vermeld.

Dat Herman Cohen in 1968 uit Israel naar Nederland terugkeerde omdat het Israelische nationalisme hem tegenstond, blijkt niet uit het boek. De reden voor zijn terugkeer was van persoonlijke aard en had weinig met politiek te maken.

    • Henriëtte Boas