Heilige moeders

ANNEKE B. MULDER-BAKKER red.: Sanctity and Motherhood. Essays on Holy Mothers in the Middle Ages

358 blz., geïll., Garland 1995, ƒ 105,-

Kerkvader Hiëronymus moge in moderne ogen vrouw-onvriendelijke trekken vertonen, hij oefende in het Rome van de Late Oudheid een magnetische aantrekkingskracht op vrouwen uit. Zijn extreem ascetische levenswijze zette vrouwen er toe aan zich uit te hongeren om al het vleselijke uit te bannen. Gehuwde vrouwen hadden in Hieronymus' ogen maar één verdienste - dat zij vrome maagden konden baren. Pas na een immens lijden was een vrouw die had gebaard zo schoongewassen van de zonden des vlezes dat zij voor heiligverklaring in aanmerking kwam.

Deze prestatie is uitzonderlijk, zo blijkt ook uit de niet zo lang geleden verschenen bundel Sanctity and Motherhood. Essays on Holy Mothers in the Middle Ages, want van de door de katholieke Kerk heilig verklaarden is een minderheid van het vrouwelijke geslacht en onder hen zijn de heilige maagden veruit het talrijkst. Maria was het grote voorbeeld, maar deze vrouw, die de Verlosser 'intact' had gebaard, was een onnavolgbaar voorbeeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Maria de enige vrouw was voor wie Hiëronymus echt waardering kon opbrengen.

Maria werd in de middeleeuwen vooral geprezen vanwege haar spirituele moederschap over de gelovigen. De bekende schilderijen met een Maria lactans presenteren de beschouwer geen vertederende huiselijke tafereeltjes, maar verwijzen naar de voedende functie van de Heilige Maagd ten aanzien van de christenheid. Naar deze maagdelijke bruid-moeder moesten vrouwen zich modelleren. De zesde-eeuwse bisschop Gregorius van Tours en zijn tijdgenoot de dichter Venantius Fortunatus beklemtoonden in hun levensbeschrijvingen van de Frankische non Radegundis dit geestelijk moederschap.

De Bollandisten, een groep Belgische Jezuïeten, begonnen in de zeventiende eeuw met het verzamelen van heiligenlevens. De kerk van de Contra-Reformatie wilde het verschijnsel heilige wel behouden, maar het moest dan uit de traditie van spontane volksdevotie worden losgemaakt. De heiligen die historisch afdoende gedocumenteerd waren en van wie het leven tot exempel kon dienen, kregen met hun vita een plaats in de Acta Sanctorum. Veel vrouwelijke heiligen waren echter nooit gecanoniseerd of hun cultus werd niet door betrouwbare schriftelijke gegevens ondersteund. Ook voldeden getrouwde vrouwen veelal niet aan de eisen die de Bollandisten aan heiligheid stelden: moederschap en heiligheid was, bezien uit het standpunt van de kerk, geen gelukkige combinatie. Niet voor niets werden de details over het moederschap vaak uit de levensbeschrijvingen weggelaten en was de moeder-heilige doorgaans tegen haar zin in het huwelijk getreden.

Caritas

Wie getrouwde en moeder geworden heiligen vanuit een kerkelijk standpunt bestudeert, vindt niet zoveel interessants. De leden van het Hagiografisch Werkgezelschap Nederland hebben het anders aangepakt: zij bekeken op basis van zeer diverse bronnen bekende en minder bekende moeder-heiligen. Daarbij namen ze vooral gegevens onder de loep over hun houding tegenover huwelijk, kinderen, seksualiteit, en de wijze waarop vrouwen hun religieuze idealen gestalte wisten te geven. Deze benadering had succes. De middeleeuwse vrouw bleek veel minder gepreoccupeerd met maagdelijkheid dan Hiëronymus dat was. Een voorbeeldig leven dat aan de armen en zieken was gewijd, werd als gelijkwaardig aan of zelfs als waardevoller dan dat van de jong in het klooster getreden maagd beschouwd: caritas in plaats van castitas lijkt de leuze te zijn geweest. In de late middeleeuwen werden geletterde vrouwen uit de burgerij een culturele kracht van betekenis. Juist zij bevorderden de verering van de heilige moeder en grootmoeder Anna en haar familie, van de zelfbewuste mystica Birgitta van Zweden en van vele andere moeder-heiligen.

Anneke Mulder-Bakker, de samenstelster van Sanctity and Motherhood, maakt in haar inleiding een bruikbaar onderscheid tussen moeder-heiligen en heilige moeders. Bij moeder-heiligen gaat het meestal om legendarische vrouwen uit de eerste eeuwen van de christelijke kerk die heilig werden omdat zij moeder waren. Bij heiligen zoals Maria, Anna en Monica, de moeder van de kerkvader Augustinus, en ook bij Ida van Boulogne, de moeder van kruisvaarder Godfried van Bouillon, steunt de heiligheid grotendeels op de omstandigheid dat zij beroemde religieuze personen hadden gebaard. Over hun levens is nauwelijks iets bekend, maar de verhalen erover bleken tegen het einde van de middeleeuwen wel uitstekende voertuigen om de religieuze idealen van die tijd mee tot uitdrukking te brengen.

Mulder-Bakkers tweede categorie, die van de heilige moeders, is nog interessanter omdat zij zeldzame gegevens oplevert over het optreden van de vrouw in het openbare leven. Heilige moeders, zoals Birgitta van Zweden of Ivetta van Hoey, speelden dank zij hun status van gehuwde vrouw met kinderen een rol in de publieke sfeer. Birgitta kreeg via haar visioenen grote invloed op de koning van Zweden die haar één van zijn kastelen schonk om daar het eerste Birgittinessenklooster in te vestigen. Ivetta van Hoey was een rijke weduwe van patricische afkomst, die zich op 33-jarige leeftijd in een cel liet inmetselen en daarmee een enorme charismatische autoriteit verwierf.

Sanctity and Motherhood werpt een nieuw licht op de religieuze betekenis van het vrouwelijk geslacht in de middeleeuwen, maar presenteert tevens tal van gegevens over de toen meestal weinig plezierige levensomstandigheden van de vrouw. Zo werd Godelieve van Gistel door haar echtgenoot geslagen en in een put verdronken zonder dat de wereldlijke of kerkelijke autoriteiten dat verhinderden. Andere tot een huwelijk gedwongen vrouwen hadden meer geluk. Hun echtgenoot stierf op tijd, of Maria zorgde er voor dat hij op het moment suprême telkens impotent werd, zodat de vrouw tenminste haar maagdelijkheid kon behouden.

De artikelen in de bundel gaan stuk voor stuk op de bronnen terug, maar hebben gelukkig soms ook oog voor de manier waarop de maatschappelijke en ideologische geslachtsidentiteit ('gender') een rol speelde. De in de viten toegepaste literaire metaforen bewijzen bijvoorbeeld dat in de loop der eeuwen 'vrouwelijke beelden' werden gebruikt om religieuze ideeën te verwoorden. De kerkvaders noemden Christus een zogende moeder die de gelovigen uit zijn borst met de rechte leer voedde, terwijl later ook de hostie wel als een equivalent van moedermelk werd gezien. De pijnlijke dood van Christus werd wel als barensnood beschreven - zo blijkt dat het moederschap in de middeleeuwen niet aan het vrouwelijk geslacht was voorbehouden.

    • Catrien Santing