Golfoorlog, een buitengewoon spannend verhaal

The Gulf War: A television history. VPRO, zondag 28 januari, Ned.3, 20.50-23.56u.

Toch had het niet veel gescheeld of Saddam Husseins invasie van Koeweit was ongestraft gebleven. In het Witte Huis kon in eerste instantie een meerderheid van president Bush' staf best leven met de Iraakse bezetting van het emiraat. Het Amerikaanse leger was al helemaal huiverig voor militaire actie. Vietnam was een krachtig voorbehoedmiddel tegen een nieuw militair avontuur - en Saddam had daar ook op gegokt.

Dat blijkt uit een documentaire van de Britse BBC over de Golfoorlog, vijf jaar na dato. De makers zijn talrijke hoofdrolspelers van toen gaan opzoeken en die, over het algemeen met pensioen, spreken nu stukken openhartiger dan zij indertijd konden doen. Saddam zelf en zijn tegenspeler George Bush ontbreken, maar de generaals Powell en Schwarzkopf, de ministers Baker en Cheney, Lady Thatcher, de Egyptische president Mubarak, koning Hussein en de Iraakse vice-premier Tareq Aziz en vele anderen, ook minder hooggeplaatst, komen aan het woord. En hun getuigenissen, geïllustreerd door voor een deel nog niet eerder uitgezonden beeldmateriaal, maken een buitengewoon spannend verhaal.

Saddam had geen keus, zo stelt zijn trouwe woordvoerder Tareq Aziz. Irak, na de oorlog tegen Iran druk bezig aan de wederopbouw van zijn strijdkrachten, passend bij Saddams ambitieuze plannen, dreigde bankroet te gaan, omdat de emir van Koeweit zijn olie te goedkoop verkocht. Stikken of aanvallen, was de keus, aldus Tareq Aziz, en het eerste is duidelijk nooit aan de orde geweest.

Saddam heeft een leger om te gebruiken, maar hier in het Westen ligt dat niet zo simpel. Een bevelhebber hier ziet zijn manschappen niet graag sneuvelen en houdt zijn tanks liever heel. Dat was op zich bekend, maar hoe hoog de meningsverschillen tussen het Witte Huis en de Amerikaanse legertop tijdens de Golfcrisis zijn opgelopen, komt als een verrassing.

Bush kwam binnen een paar dagen na de invasie van Koeweit tot de conclusie dat dit soort agressie moest worden aangepakt, “of het zal onze vrijheid vernietigen”, waarbij hij een zetje kreeg van de vastberaden Lady Thatcher (die inmiddels niets van haar onverzettelijkheid heeft verloren). Zijn naaste omgeving, zoals de ministers Dick Cheney en James Baker, mede indachtig de gigantische hoeveelheid olie ter plaatse aanwezig, steunde hem onvoorwaardelijk - Nationale Veiligheidsadviseur, Brent Scowcroft, zit nòg na te genieten. Maar Amerika's hoogste militair, generaal Colin Powell, en de commandant van de strijdmacht in het Golfgebied, generaal Norman Schwarzkopf, zagen het niet zo zitten. Powell wilde de sancties tegen Irak twee jaar de tijd geven: twéé jaar! Het was absoluut onmogelijk geweest de overhaast naar de regio overgevlogen troepen zo lang in de woestijn te laten. Twee jaar had betekend dat Saddams gok zou zijn geslaagd. Schwarzkopf zag ook helemaal niets in een oorlog. Pas toen het Witte Huis begon te denken aan een alternatieve legertop, die wèl met de juiste scenario's zou komen, gingen beiden overstag.

Dat was het begin van de oorlog - het einde was evenzeer betwist, maar nu vooral binnen de strijdkrachten. Powell en Bush waren het eens dat na de beelden van de beruchte slachtpartij op de autoweg van Koeweit naar Irak het een goed idee was een eind aan te maken aan de operatie, aangezien met de bevrijding van Koeweit in essentie de doelstellingen waren verwezenlijkt. Maar velen, ook hoge officieren en natuurlijk Thatcher, waren van mening dat het werk niet af was: Saddams elitetroepen, de Republikeinse Garde, ontsprongen zo grotendeels de dans. De Koerden en shi'ieten die, aangemoedigd door Bush, in opstand kwamen en met harde hand werden onderdrukt, betaalden binnen enkele weken de prijs. En nog steeds.