De wederopstanding van de Zuidnederlandse economie

Zuid-Nederland gaat het economisch voor de wind. Het transportwezen heeft plannen voor een Maasvlakte III op Brabants gebied. Ook in Limburg wordt dit jaar meer groei verwacht dan het landelijk gemiddelde. De bedrijventerreinen raken op. Reiken de bomen weer tot in de hemel of komen de grenzen aan de groei toch in zicht?

De champageglazen werden geheven. De nieuwe burgemeester C.G.J. Rutten was er - hoewel op dat moment nog niet geïnstalleerd - speciaal voor overgekomen. De heren van het zojuist binnengehaalde Amerikaanse concern Amgen, 's werelds grootste producent van biotechnologische geneesmiddelen, die in Breda zijn Europees logistiek centrum gaat bouwen, zaten er vergenoegd bij. Men had, aldus de vice-president Europa, A. Brouwer, de grond op het bedrijventerrein Hoogeind gekocht tegen een “scherpe prijs”. Wethouder J. Gielen wees er tegelijkertijd op dat Breda op Hoogeind (22 hectare bedrijfsterrein) bijna door de voorraad heen is.

De economie groeide vorig jaar in Noord-Brabant en Limburg sterker dan in de rest van het land, met uitzondering van Friesland en Utrecht. Dat werd vastgesteld in de jaarlijkse ERBO-rapportage (Enquête Regionale Bedrijfsvoering) waarvoor de gezamenlijke Kamers van Koophandel en het instituut Nyfer van de universiteit Nijenrode 65.000 ondernemers ondervragen.

Opmerkelijk is dat Philips en DAF Trucks in Eindhoven, die een paar jaar geleden nog de grote verliezers waren, een wedergeboorte beleven. Het aantal werknemers bij DAF steeg van 4225 eind 1994 naar 4926 eind vorig jaar; bij de Eindhovense Philips-vestigingen groeide het aantal arbeidsplaatsen met 750 tot 18.900. Hoofddirecteur J. Post van Philips Nederland zei in het jaarboek De schaal der mensen van het Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant: “Het herboren Philips zal de wereld veroveren”.

Met behulp van het ontwikkelingsprogramma Stimulus is het industriële patroon in de regio rond Eindhoven een stuk gevarieerder aan het worden. Bedrijfsleven, overheid, de Technische Universiteit Eindhoven en de plaatselijke Hogeschool sloegen de handen ineen. “We zijn met een geweldige veerkracht teruggekomen”, zei Stimulus-coördinator ir. J. Claessens onlangs in het Eindhovens Dagblad. Het vliegveld bij Eindhoven boekte in 1995 voor het eerst meer dan 200.000 passagiers. Zelfs de Fokker-vestiging in het Westbrabantse Ossendrecht met ruim 900 werknemers lijkt het debâcle van de vliegtuigbouwer te ontspringen. De Rotterdamse havenwethouder R. Smit pleitte voor het ontwikkelen van een tweede Moerdijk nu Moerdijk I door zijn onbezette hectaren heenraakt.

In Limburg lijkt de situatie al even rooskleurig. Nyfer voorspelde voor deze provincie voor volgend jaar een grotere economische groei dan voor de rest van het land. Hoogleraar C. de Neubourg, die zich aan de universiteit van Maastricht onder meer bezighoudt met de 'euregionale' economie, waarschuwt evenwel voor “triomfalisme”.

De Neubourg: “Het gaat hier wellicht iets beter dan in de rest van Nederland, maar of de verschillen in economische groei zo belangrijk zijn als in de context van het Nyfer-onderzoek wel wordt beweerd waag ik te betwijfelen. De ervaring is dat in deze provincie, die het voornamelijk van industrie en export moet hebben, erg gevoelig is voor schommelingen in de conjunctuur. Altijd als het in het land beter gaat, gaat het in Limburg nog iets beter, maar als het slechter gaat, is dat hier ook extra te voelen. Je kunt daarom nooit met zekerheid stellen dat het Limburg blijvend goed zal gaan.”

Wat is het geheim achter het Wirtschafstwunder? Een verklaring zou zijn dat de Brabanders en Limburgers in het algemeen door hun rooms-katholieke achtergrond volgzamer werknemers zijn. Dat is een misschien wat gewaagde antropologische bespiegeling. Zeker is dat sociale netwerken hecht zijn en dat het verenigingsleven nergens zo sterk is. De dienstbaarheid wordt algemeen geprezen.

De heren van Amgen wezen wat hun voorkeur voor Breda betreft op de ligging: tussen de vliegvelden Zaventem van Brussel en Schiphol, de zeehavens van Rotterdam en Antwerpen en aan de noord-zuidhoofdas, de A16. Die was doorslaggevend geweest. “Brabant is bovendien in de running om distributieland te worden”, aldus Brouwer van Amgen.

Op de tekentafels van Overleg Transport Brabant (OTB), waarin ook de overheid deelneemt, liggen plannen om van het deel van Brabant tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en de grens met Duitsland een logistiek economisch speerpunt te maken. Voorzitter H.A. Jansen van OTB, tevens bestuurslid van Nederland Distributieland en directeur van transportbedrijf Scansped in Tilburg, ziet het helemaal voor zich - een corridor van aan het transport gelieerde industriële bedrijvigheid. “Een Logicon Valley: na de mega-investeringen in de Maasvlakten I en II in het Rotterdamse en, straks, in de Betuwelijn als logische afsluiting de Maasvlakte III in Brabant. Is het immers geen gekkenwerk om de in 's wereld grootste zeehaven in containers aangevoerde produkten door onze groententuin te jassen zonder dat we er iets aan verdienen?” aldus Jansen.

Value added logistics wordt volgens hem de toekomst. Daar is geld èn werkgelegenheid mee te verdienen. “Per hectare bedrijventerrein tussen de dertig en vijftig arbeidsplaatsen.” De praktijk bij zijn eigen onderneming heeft aangetoond dat het kan. Van 'wielen' alleen leeft Scansped al lang niet meer. Van de driehonderd arbeidsplaatsen bij de Tilburgse vestiging van de Zweedse onderneming zijn er nog maar 55 voor chauffeurs. In de enorme hallen op het ook al bijna volgebouwde bedrijventerrien Katsbogten langs de autosnelweg Tilburg-Breda werken mensen aan de assemblage van computers. Nu al zijn van de 110.000 Nederlandse arbeidsplaatsen in de transportsector er 35.000 geconcentreerd in Brabant.

Jansen: “Een ongekende groeimarkt. Daarin is het echte geld te verdienen. Met de samenwerking tussen distributie en industrie, die het prachtige produkt industributie oplevert, bereik je dat er werk wordt gegenereerd en dat per saldo het aantal vrachtkilometers wordt teruggebracht”. Een andere doelstelling is een betere benutting van het asfalt door 24 uur per dag te transporteren. Daardoor treedt spreiding op en zou het aantal files kunnen verminderen. “Als we dit allemaal doen, dan kan Brabant op een ecologisch verantwoorde manier het tweede economische hart van Nederland worden”, aldus Jansen.

'Aan de vooravond van de eenentwintigste eeuw staan we aan het begin van vele uitdagingen op technologisch, logistiek, economisch, cultureel en sociaal gebied', zegt het Brabantse provinciaal bestuur in een folder die is uitgegeven ter gelegenheid van de viering dit jaar van 200 jaar Brabant. Kenmerkend was dat de Brabantse delegatie in 1796 ter verkrijging van de status van provincie werd opgewacht in de Haagse Trèveszaal, waar in die dagen alleen buitenlandse delegaties werden ontvangen. De oversteek over de Waal was met een pontveer gegaan, want de brug bij Zaltbommel moest nog worden gebouwd. In 1796 waren er niet meer dan 300.000 Brabanders, nu zijn het er 2,25 miljoen. De grootste stad was Den Bosch met 30.000 inwoners. Voor de rest was de provincie voornamelijk woest en leeg. “Tot die tijd”, aldus de Brabantse commissaris der Koningin mr. F. Houben, “was dit een wingewest waarin de mensen ploeterden ten behoeve van de hoogmogenden in Den Haag.”

De herdenking van 200 jaar Brabant gaat gepaard met onder meer met de uitgifte van een poffer, een muntstuk van vijf gulden. Op de beeldenaar staat een pronte boerin afgebeeld met een muts, de poffer. Het roept herinneringen op aan keuterboertjes en armoede, maar ook aan frisse lucht, ruimte en heidevelden.

Lange tijd werden die hoedanigheden in de strijd geworpen om Nederlands sterkst gëindustrialiseerde provincie (in Brabant zit 19 procent van de Nederlandse industriële produktie) aan de man te brengen. Hier was nog plaats. Hier was het voor de benarde Randstedeling en voor wie uit verre landen als Japan of Amerika kwam nog goed wonen. Maar slibben ook hier niet de wegen dicht? Komt ook nu niet het milieu, zoals ze dat in Brabant zo mooi zeggen, aan de achterste mem te liggen?

Houben: “Neen, het milieu heeft nog altijd de hoogste prioriteit. Dat zo houden wordt straks hèt succes van Brabant. Het is waar dat we als provinciaal bestuur pleiten voor een verdubbeling van de A2 vanaf de brug in Zaltbommel tot en met de rondweg bij Den Bosch. Maar dat zijn slechts korte-termijningrepen, om de zaak draaiende te houden. Veel belangrijker is dat we in samenwerking met bedrijfsleven en deskundigen op velerlei gebied bezig zijn een scenario te ontwerpen voor de eenentwintigste eeuw. Zodat we de grote tanker, die deze provincie is, zó kunnen sturen dat we ook in 2050 nog een duurzaam Brabant hebben.”

Het gaat hier om het Vier Jaargetijdenoverleg, zo genoemd naar het gelijknamige Tilburgse restaurant waar de 'denktank' met onder anderen Philips-directeur Post en DAF-topman C. Baan voor het eerst bijeenkwam. Bij dat overleg is ook milieudeskundige Wouter van Dieren betrokken tegen wie, aldus Houben, werd gezegd: 'Houd ons maar eens goed met de kop onder de kraan zodat we die duurzame strategie ook inderdaad ontwikkelen.'

In Noord-Brabant, aldus Houben, dreigt “verstening”. Daarom zal het ruimtelijk beleid erop worden gericht om de vijf grote steden ontwikkelingskansen te geven en de landbouw af te remmen in zijn groei. “We zullen”, aldus Houben, “in de spanning die bestaat tussen welvaart en welzijn naar het beste evenwicht moeten zoeken.”

Directeur F.H.J. Koelman van de Limburgse ontwikkelingsmaatschappij LIOF toont tijdens lezingen wel eens plaatjes met een hoog symbolisch gehalte. Terwijl Den Haag op het ene plaatje reusachtig staat afgebeeld als centrum van het land, ziet men op het andere een stad als Maastricht opeens sterk uitvergroot terwijl ergens in de diepe achtergrond Den Haag nog slechts een nietig puntje is. Het LIOF, dat vorig jaar 20 jaar bestond, ontwikkelde zich van een EHBO, die bij haar ontstaan voornamelijk de door de mijnsluitingen veroorzaakte economische problemen moest helpen oplossen, tot een instituut dat nu bezig is kansen te verzilveren, zoals Koelman het uitdrukt. Vorig jaar haalde het instituut zes nieuwe bedrijven binnen, goed voor 650 arbeidsplaatsen. Koelman: “Daarmee scoren we boven het landelijk gemiddelde.”

In een toekomstvisie, Goede Morgen 2015, stelt de ontwikkelingsmaatschappij dat het enerzijds goed is de bestaande industrie met trekkers als Océ, DSM, KNP, en NedCar te “koesteren”, maar dat de aandacht ook moet worden gericht op nieuwe ontwikkelingen. Daarbij valt de naam Libertel, concurrent van de PTT in mobiele telefonie, die zich in Maastricht en Heerlen vestigde. Het bedrijf heeft nu driehonderd mensen in dienst en belooft over 10 jaar aan 2000 mensen werk te bieden. Koelman: “Libertel is goud voor Limburg. Het is de aanzet voor een nieuw cluster in de informatietechnologie en telecom.”

Een probleem is evenwel om op de Limburgse arbeidsmarkt voldoende hoogwaardige arbeidskrachten te vinden om het bedrijf te bemannen. Koelmans gedachten gaan uit naar het vormen van een interfaculteit, een samenwerking tussen de universiteiten van Maastricht, Aken, Hasselt, Leuven en Eindhoven. De Neubourg van de economische faculteit van de universiteit in Maastricht, zelf Belg, stelt een toenemende bereidheid vast in de Euregio Maas-Rijn tot samenwerking. Als voorbeeld noemt hij het honderd hectare grote grensoverschrijdende bedrijventerrein Geleendal tussen Heerlen en Aken. Daar moet in een parkachtige omgeving hoogwaardige technologische bedrijvigheid komen. Het streefjaar is 1998. Ook de universiteiten in het gebied slaan steeds vaker de handen ineen. De Neubourg geeft zelf colleges aan de universiteit van Luik. In de streek rond die Waalse stad begint de herstructurering van het industriële patroon, die nodig is om de gevolgen op te vangen van de structurele problemen in staalindustrie, op gang te komen. Ook in Belgisch Limburg is de economische groei wat groter dan het Belgische gemiddelde. Aken en omgeving, grenzend aan het Ruhrgebied, hebben economisch gezien altijd goed geboerd. Kortom: Nederlandse Limburgs is ingebed in een Europese regio die aan economische stabiliteit wint. De vroegere probleemgebieden ontwikkelden zich tot economische centra van betekenis. Daar mag best, zoals dat met Amgen in Breda gebeurde, wel een glas champagne op gedronken worden.