'De Spelen zijn niet voor de doden'

De honderdjarige geschiedenis van de Olympische Spelen wordt ontsierd door de dood van elf Israelische atleten in 1972. Schermcoach Andre Spitzer was een van de slachtoffers van de Palestijnse gijzeling in München. Hij liet een vrouw achter en een dochter van drie maanden.

Voor de nu 23-jarige Anouk Spitzer werd het leven een zoektocht naar haar vermoorde vader. Van Tel Aviv naar München, van Barcelona naar Atlanta. “Samaranch heeft me beloofd dat mijn vader nu wel herdacht zal worden.”

Samen met twee vriendinnen reisde Anouk Spitzer in de zomer van 1990 naar de plek waar haar vader werd gegijzeld. Het olympisch dorp was na de Spelen als campus ingericht. Anouk wilde zien waar haar vader had geslapen, welke Duitse studenten in zijn kamer bivakkeerden. Het bezoek aan München was een onderdeel van wat zijzelf een puzzel noemt. Stukje voor stukje komt ze erachter wie haar vader was en waarom hij de gijzeling niet overleefde.

“Er was een gedenksteen, met oude bloemen, kaarsen en een paar briefjes. Dat was alles. Het was mooi weer, de studenten lagen allemaal in het gras. Niemand leek zich druk te maken om het verleden. Ik zou zelf nooit in een kamer die ooit met bloed is besmet kunnen wonen, maar die studenten blijkbaar wel. Mijn vriendinnen hadden allebei een zonnebloem voor me meegebracht. We hebben gezongen, gehuild en gelachen. Het was allemaal heel onwerkelijk.”

Ze praat afwisselend in het Nederlands en in het Engels. Ze woont in een forensenplaats in de buurt van Tel Aviv, recht tegenover het huis van haar Nederlandse moeder en haar Israelische stiefvader. Aan de muur in haar slaapkamer hangt een foto van Andre Spitzer, de spil van het gespleten gezin en de coach van de Israelische schermploeg. Tijdens het gesprek wordt duidelijk dat de relatie met haar stiefvader niet kan tippen aan de bijna mysterieuze band met haar echte vader. Wat bindt een baby van drie maanden met haar dode vader?

“Op mijn zestiende wilde ik weten wie hij was. Toen ik op school een lezing hield, heb ik zijn koffer laten zien met allerlei souvenirs uit München. Een speelgoedhondje, een speelgoedbeertje, zulke dingen. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst zijn handschrift zag en zijn stem hoorde. Dat was heel emotioneel.

“Ik heb een speciale band met mijn moeder. Niet dat alles oké is tussen ons, integendeel. We hebben vaak ruzie, misschien wel omdat we zo op elkaar lijken. Maar we delen iets wat niemand anders met ons deelt. Ook mijn stiefvader niet. Dat is nu eenmaal zo.

“Mijn stiefvader wordt kaal en krijgt een buikje. Mijn echte vader blijft die mooie jongen van 27. Hij leeft nog heel erg in de familie. Altijd in positieve zin. Drie keer per jaar gaan we naar zijn graf: met zijn verjaardag, op 5 september en tijdens de officiële herdenking. Hij ligt naast vier andere sporters, hier in de buurt.

“Vooral de oudere mensen herinneren zich wie hij was. Als je de naam Spitzer laat vallen, gaat er bij hen een lichtje branden. Zij weten ook nog wat ze aan het doen waren op het moment dat de gijzeling bekend werd. De jongeren minder. Vergeet niet dat bijna elke Israelische familie iemand heeft verloren in een oorlog. Daarom is mijn moeder ook in Tel Aviv blijven wonen. Ze wilde niet dat ik in Nederland een kleine wees werd. In Israel is nooit zo veel aandacht aan de gebeurtenis besteed”.

Twee jaar na het privé-bezoek aan München mocht ze op kosten van de Israelische regering naar de Spelen in Barcelona. Als ze erover praat kan ze er nog kwaad om worden. Tijdens de openingsceremonie werden alle voorgaande edities op een groot scherm afgebeeld. Bij het jaar 1972 was Mark Spitz te zien, de legendarische Amerikaanse zwemmer die in München zeven gouden medailles won.

“Heel erg leuk allemaal, maar van de gijzeling werd niks afgebeeld. Alsof dat niet de belangrijkste gebeurtenis was. Ik zat in het stadion en wist niet wat ik denken moest. Hoe zeggen jullie dat ook al weer? O ja, ik kon mijn ogen niet geloven.”

Ze vroeg een gesprek aan met IOC-voorzitter Samaranch. “I wanted to be a living part of my father. Maar ik mocht niet meelopen bij de openingsceremonie. Samaranch vertelde dat politieke acties verboden waren. Omdat de Arabieren dreigden met een protest hebben ze ook geen minuut stilte gehouden. Dat kon ik nog wel begrijpen. Maar ik vond het onfatsoenlijk dat ze op dat scherm in het stadion alleen de mooie dingen wilden laten zien.”

“Een man van de Isralische delegatie probeerde me alles uit te leggen: 'Begrijp je niet dat de Spelen voor de levenden zijn en niet voor de doden'? Ik was te verbaasd om te reageren. Samaranch gaf toe dat de organisatie nalatig was geweest. Hij heeft zijn excuses aangeboden en me beloofd dat mijn vader in Atlanta wèl wordt herdacht. Ik ga er zelf heen en zal kijken of hij zijn belofte nakomt.”

Anouk is ervan overtuigd dat het geringe eerbetoon te wijten is aan de nationaliteit van de slachtoffers. “Als het elf Amerikanen waren geweest, had je eens moeten zien wat voor show ze hadden gemaakt. Israel is een klein land dat sportief nooit veel heeft betekend. Voor mij gaat het niet om elf Israeliërs, maar om elf sporters. Mensen die een droom hadden. De Palestijnen hebben de olympische droom vermoord.”

“They didn't kill him, they killed his dream. Ik zal je uitleggen wat de Spelen voor mijn vader betekenden. Hij is naar de ploeg van Libanon gelopen om iedereen de hand te schudden. 'Hier kan het', zei hij tegen mijn moeder. Voor mijn vader was München iets heel bijzonders, daar had hij jaren naartoe geleefd. Daar telde de politiek niet.”

De Palestijnse terroristen hebben hun sporen nagelaten in het leven van Anouk Spitzer. Ze heeft haar twijfels over het recente vredesakkoord in het Midden-Oosten. Door het werk van haar stiefvader, die als docent politieke wetenschappen regelmatig in aanraking komt met Arabische collega's, heeft ze iets meer begrip gekregen voor de tegenpartij. “Het heeft jaren geduurd voordat ik het verschil zag tussen een Arabier en een terrorist.”

De bijzondere relatie tussen de vader en de dochter wordt iets duidelijker als Anouk vertelt over haar indirecte betrokkenheid bij zijn dood. Tijdens de eerste week van de Spelen logeerde het pas getrouwde echtpaar Spitzer in een hotel in het centrum van München, een paar kilometer van het olympisch dorp. Anouk verbleef bij haar grootouders in Nederland. Toen het schermprogramma ten einde was reisden haar ouders naar Amsterdam. Anouk was inmiddels ziek geworden en haar moeder besloot de sluitingsceremonie in München niet bij te wonen.

Haar vader twijfelde, hij wilde helemaal niet terug. Hij miste de trein. Na enig aandringen besloot hij de volgende trein af te wachten. Omdat zijn vrouw was achtergebleven logeerde hij voor de eerste keer met zijn collega's in het olympisch dorp. Bij aankomst waren zijn kamergenoten nog in de stad, ver na middernacht kwamen de feestvierders thuis. Een paar uur later, in de vroege ochtend van de vijfde september, werden elf mannen gegijzeld. Twee atleten werden doodgeschoten. De andere negen werden in de late avond gedood bij de bevrijdingsactie op vliegveld Fürstenfeldbrück in München.

“Mijn moeder is toen onmiddellijk teruggkeerd. Ze hebben de doden in de buurt van Tel Aviv begraven. Ik bleef achter in Nederland en werd naar een soort onderduikadres in Brabant gebracht. In Amsterdam kwamen allemaal anonieme telefoontjes. Pas na een week of drie hebben ze mij naar Israel gebracht.”

De schuldvraag is omstreden. De Palestijnen waren moordenaars, maar wat deed de Duitse politie om de gijzelaars in leven te houden? De bevrijdingsactie liep uit op een fiasco. De kapers hadden gevraagd om een vliegtuig dat hen met de gijzelaars naar een Afrikaans land zou kunnen vervoeren. Twee helicopters vlogen het gezelschap van het olympisch dorp naar het vliegveld.

“Er waren vijf sluipschutters die het moesten opnemen tegen acht kidnappers. Een beetje weinig, lijkt me. Het vliegtuig had niet eens brandstof in de tank. Daar kwamen de kidnappers snel achter. Er was geen piloot beschikbaar, niks. De politie heeft honderd procent gefaald.”

Tot op de dag van vandaag zijn familieleden van de overledenen - onder wie Anouks moeder - bezig met de schuldvraag. De aanklagers eisen een schadeclaim van veertig miljoen mark. Volgens Anouk is het verdriet om de doden niet in geld terug te betalen, maar toch ... “Reken maar uit hoeveel salaris mijn vader in 23 jaar had kunnen verdienen. Waarom zouden wij daar geen recht op hebben?”

Afgelopen najaar besliste de rechtbank in Beieren dat de zaak verjaard was. “Toen ik de stem van mijn moeder hoorde, leek het net of mijn vader weer was doodgegaan. Voor haar was de beslissing van de rechter een nieuwe tragedie. Misschien even erg als de dood van mijn oma. Daar kun je je geen voorstelling van maken.”

Waarom hebben de nabestaanden zo lang gewacht met de rechtszaak? “Omdat de documenten niet werden vrijgegeven. Dat is ook weer zo'n rotstreek. Twintig jaar lang hebben de Duitsers de papieren achtergehouden. Door een slimmigheidje - ik vertel niet hoe - heeft mijn moeder de papieren toch in handen gekregen. Als je die tekst goed leest ontdek je dat een aantal dingen niet klopt. In het medisch rapport staat dat een atleet door verstikking is gedood. Daar is nooit iets over bekend geworden. Blijkbaar leefde die man nog toen de helicopter was ontploft. Ze zijn gewoon vergeten hem uit dat wrak te halen.”

Anouks moeder gaat in hoger beroep tegen de Beierse rechtbank. Samen met haar dochter zal ze de dood van Andre Spitzer en zijn tien collega's blijven verhalen op de falende autoriteiten. “Het gaat door, tot wanneer dan ook. We hebben meer dan 23 jaar gewacht, we kunnen nog langer wachten. We hebben ook klachten tegen de Israelische staat. Waar was de regering in 1972? Wat heeft die voor de familieleden gedaan? Maar we beginnen pas met Israel als we de zaak met Duitsland helemaal hebben afgehandeld.”