De nieuwe zwerver in Engeland is beschaafder

LONDEN, 27 JAN. Ronald Easton beantwoordt niet aan het geijkte beeld van de van huis weggevluchte jongen. Hij is 49 jaar en heeft een carrière achter de rug bij Barclays', een van de grootste Britse banken.

Anderhalf jaar geleden woonde hij nog in een vrijstaand herenhuis op het platteland van Yorkshire. Tegenwoordig slaapt hij meestal in het portiek van het Vaudeville Theatre aan de Strand in Londens centrum. “Zo houd ik tenminste nog enige voeling met de cultuur”, zegt Easton met een raspende lach die eindigt in een hoestbui. Hij heeft zijn kostschoolmanieren nog niet verloochend. Discreet verdwijnt zijn fluim in een roestbruin lapje dat in een vorig leven gordijn is geweest.

Volgens onderzoek van de National Missing Persons Helpline, een Britse liefdadigheidsinstelling, is Easton juist wel het prototype van de moderne wegloper. Van de kwart miljoen mensen die in Groot-Brittannië jaarlijks als vermist staan opgegeven, is 38 procent tussen de dertig en vijftig jaar oud. Sinds de laatste recessie, eind jaren tachtig, de Britse middenklasse van haar basiszekerheid heeft beroofd, laten de maatschappelijke deserteurs van middelbare leeftijd de jongere vluchters ver achter zich.

In de treurige stoet van weglopende ouderen zijn goedopgeleide mannen veruit in de meerderheid. Meestal gaan ze op de loop voor hun financiële problemen, vertelt staflid Sophie Woodforde in het kale kantoor van de National Missing Persons Helpline boven een goedkope supermarkt in een voorstad van Londen. Of omdat ze zijn ontslagen. Of ze kunnen de druk op het werk niet meer aan.

In een langgerekte kantoortuin beantwoorden acht oudere vrijwilligsters de verontruste telefoontjes van vrouwen die hun man missen. De zinnen die ze herhalen, vertellen complete verhalen. “Hij zei dat hij een eindje ging touren met de auto?” “Hij is nooit op zijn werk aangekomen?” “Tevoren heeft u niets aan hem gemerkt?”

Pag.5: Als ze echt geen uitweg meer weten, nemen ze de benen

“Mannen zijn toch al niet zo sterk in het praten over hun zorgen”, weet Sophie Woodworde. “Maar Britse mannen zijn op dat terrein extreem gehandicapt. Ze hebben geleerd dat ze het alleen moeten klaren, dat ze anderen niet met hun sores mogen lastig vallen.

“Al zitten ze tot over hun oren in de problemen, dan zul je ze nog niet horen zuchten. Totdat ze geen uitweg meer weten. Dan nemen ze de benen. Omdat ze hun problemen niet onder ogen willen zien. Omdat ze zich schamen voor hun naaste omgeving.”

Woodworde vertelt het verhaal van een 42-jarige bedrijfsleider in de financiële dienstverlening. Mooi huis. Riant salaris. Geen vuiltje aan de lucht. Behalve misschien dat hij zeventig uur per week moest werken om de norm van het hoofdkantoor te halen. Anders zou zijn contract niet worden verlengd. Hij moest demonstreren dat hij hart had voor de zaak.

Dat hij al jaren op zijn tenen liep, had zijn vrouw nooit gemerkt. Ze had hem nog uitgezwaaid toen hij voor een driedaagse bijscholingscursus vertrok naar Bournemouth. Daar is hij nooit gearriveerd. Pas maanden later werd hij gevonden, vervuild en mager, zwervend door de velden. Hij herinnerde zich niet eens meer zijn naam.

In de archiefkasten van de National Missing Persons Helpline wemelt het van dit soort persoonlijke tragedies. Neem het geval van de 38-jarige ondernemer uit Haslemere wiens bedrijf op instorten stond.

Thuis had hij over de benarde positie van het bedrijf nooit iets willen melden. Ook die bewuste avond zei hij alleen maar dat hij even een biertje ging drinken in de pub. Hij stapte in zijn rode Rover, zoals hij zo vaak deed. Maar dit keer bleef hij rijden, rijden, hij reed het hele land door. Pas na drieëneenhalve maand kwam aan zijn dooltocht een eind.

Volgens onderzoek van de Nationale hulplijn kunnen veel ogenschijnlijk geslaagde en welvarende mannen van middelbare leeftijd de toegenomen onzekerheid niet aan. Ze groeiden op in een periode dat een goede opleiding nog een waarborg voor een goede baan was. Als ze dachten aan de toekomst, zagen ze alleen maar stijgende lonen en steeds grotere huizen.

Dat gevoel van stabiliteit en vooruitgang hebben ze voorgoed verloren sinds de laatste recessie. Bij herstructureringen moest vooral het middenkader het ontgelden. Die ontwikkeling ging gepaard met een ver gaande flexibilisering van de arbeidsmarkt. Saneringen en flexibele arbeidscontracten verspreidden een gevoel van onveiligheid over grote delen van de maatschappij, zegt de psycholoog Cary Cooper, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Manchester. Hij spreekt over 'the age of uncertainty', het tijdperk van onzekerheid.

In de Britse samenleving waant niemand zich meer veilig voor ontslag of financiële neergang. Bijna veertig procent van de Britten vreest nog dit jaar zijn baan te verliezen. Eén op de drie Britten is de laatste vijf jaar werkloos geweest.

Ook voor de gelukkigen die wel aan de slag konden blijven, zijn de vooruitzichten niet rooskleuriger geworden. Volgens een rapport van het effectenkantoor Merrill Lynch is de kans dat hun lonen krimpen in plaats van groeien de laatste tien jaar met vijftig procent gestegen. Voor die lagere lonen moeten ze wel meer uren werken. De gemiddelde werkweek is in Groot-Brittannië toch al tien procent langer dan in Frankrijk of Nederland. Een kwart van het Britse personeel maakt meer dan vijftig uur per week.

Ook een andere pijler van burgermansvertrouwen is de middengroep ontvallen: de huizenmarkt is als een soufflé in elkaar gezakt na meer dan veertig jaar te zijn gestegen. Anderhalf miljoen woningeigenaars zitten daardoor met een hypotheek die de waarde van hun huis te boven gaat. De banken hebben sinds 1990 ruim 300.000 Britten uit hun woning laten zetten omdat ze een betalingsachterstand hadden van meer dan een half jaar.

Volgens het rapport Social Change and the Experience of Unemployment betaalt de Britse samenleving een hoge prijs voor de epidemie van onzekerheid. Ze ondermijnt de volksgezondheid, tast de sociale structuren aan en leidt tot een verspilling van menskracht omdat steeds meer Britten afhaken in de strijd om het bestaan.

Zoals Ronald Easton. Verscholen in zijn vuile slaapzak, alleen zijn mond en ogen zijn te zien, vertelt hij over zijn bliksemcarrière bij Barclays': hoe hij het in acht jaar tot directeur bracht van het plaatselijke kantoor. Maar ergens onderweg, hij weet nog altijd niet waar, is er iets hopeloos misgegaan.

Hij werd het slachtoffer van een sanering die hij zelf had helpen voorbereiden. Eenmaal ontslagen ging hij wekenlang toch nog elke ochtend van huis, alsof er niets was gebeurd. “Ik kon de schande niet verdragen.”

Hij wist hoe de toekomst eruit zou zien. Ze zouden het huis moeten verkopen. Zijn vrouw zou hem verstoten. Zijn kinderen zouden hem verachten. Hij begreep hen maar al te goed. Door stilletjes te verdwijnen deed hij het “enig eerbare”, het enige juiste. Hij bewees hun een dienst.

    • Dick Wittenberg