De blanke Afrikaner moet leven zonder het vanzelfsprekende baasskap; Onbehagen en ontgoocheling

De Afrikaner moet afscheid nemen van de macht. Zwart is in de meerderheid, blank heeft een bijrol. De minderheid die mocht dicteren moet nu leren accepteren. Blanke Zuidafrikanen zoeken nu naar een eigen identiteit, naar een plek in het nieuwe 'regenboogvolk'. De geschiedenis van de mystieke Afrikaner is ten einde.

De suppoost dut weg. Op zijn zwarte gezicht valt het licht dat de hal van marmer mosterdgeel kleurt. Twee blanken in Boeredracht - hij in korte broek en lange kousen, zij in bloemetjesjurk - staren naar de beelden van hun geschiedenis aan de wand. De kolonisten die met de Bijbel in de hand de beschaving brachten, hun heroïsche trek met ossewagens over bergen en door rivieren, en de zwarte barbaren die zij op weg naar het beloofde land versloegen. Honderdtachtig ton minderheidsgeschiedenis in Zuid-Afrika, in marmer, graniet en gips.

Het is duister en doods in het Voortrekkermonument, zo duister en doods als de mythologie die hier wordt bezongen. Het gebouw met zijn calvinistisch-strenge architectuur werd tussen 1937 en 1949 opgericht ter nagedachtenis van de Voortrekkers, de Afrikaners die tussen 1835 en 1848 vanuit de Kaap de binnenlanden van Zuid-Afrika introkken. Een pompeuze zuil van blank nationalisme, als een vlag van steen hooghartig op een heuvel nabij Pretoria geplant: dit land is van ons.

In 1996 staat het Voortrekkermonument misplaatst te wezen. Het land is al lang niet meer van de nazaten van de Nederlandse immigranten uit de zeventiende eeuw. Hun garantie voor overheersing, de apartheid, is voorbij. De Afrikaner heeft zijn politieke macht ingeleverd. De zwarte meerderheid regeert Zuid-Afrika, en heeft niet eens de moeite genomen om met een beeldenstorm de symbolen van het verleden uit te wissen. Dat maakt het Voortrekkermonument nog triester dan het lijkt op deze grijze dag. Een getuigenis van mislukking, waar niemand zich meer over opwindt.

Het museumwinkeltje verkoopt nog steeds Voortrekkerposters en miniatuur ossewagens van hout. Aan de wand hangt de handleiding om een kappie te vouwen, het mutsje van de Voortrekkervrouwen. Maar om tegemoet te komen aan de koopdrift van toeristen zijn er nu ook postzegels van de inauguratie van president Mandela en poppen van alle zwarte stammen in Zuid-Afrika. De Afrikaner heeft zich neergelegd bij het onvermijdelijke, zelfs in zijn heiligdom van gisteren. Hij is noodgedwongen Zuidafrikaan geworden.

Herrijzenis

Baasskap was een formule van zekerheid. De Afrikaner wist waar hij stond in Zuid-Afrika: aan de top. Nu moet hij wennen aan een bijrol. Bijna twee jaar na de overdracht van de macht zweeft hij tussen aanpassing aan de nieuwe orde en behoud van eigenheid. De reacties van individuen zijn uiteenlopend. Sommigen hebben het lidmaatschap, of de doem, van het Afrikanerdom al jaren geleden van zich afgeschud. Zij willen niets meer te maken hebben met het groepsdenken dat Zuid-Afrika verscheurde, en voelen zich Zuidafrikaan. De meeste van de drie miljoen Afrikaners werken zonder morren mee aan de ontmanteling van het apartheidsimperium. Ze accepteren hun nieuwe leiders, maken plaats voor zwarte landgenoten in het leger, de politie en de ambtenarij, en proberen te wennen aan burgerschap zonder privileges.

Maar nu de gevolgen van de nieuwe orde merkbaar worden, komt ook de onzekerheid die onder Afrikaners leeft aan de oppervlakte. Hebben ze wel een toekomst in Zuid-Afrika? De positieve discriminatie of regstellende aksie van zwarten bij de overheid en in het bedrijfsleven leidt ertoe dat hun kinderen voor het eerst geen baan kunnen krijgen. Hun taal, het Afrikaans, wordt teruggedrongen op de televisie en krijgt dezelfde status als andere, zwarte talen. Scholen worden gemengd. De Waarheidscommissie van aartsbisschop Tutu gaat de politieke misdaden uit het verleden opgraven, wat volgens velen zal ontaarden in een heksenjacht op Afrikaners. Het hoort bij de normalisering van de samenleving, maar veel Afrikaners realiseren zich met een schok dat het nieuwe Zuid-Afrika hun positie veel ingrijpender aantast dan ze hadden verwacht. In conservatieve kringen, waar het de afgelopen tijd stil was, klinkt dan ook weer de roep om mobilisatie en 'herrijzenis van het volk'.

“Er is een enorme frustratie onder Afrikaners nu ze hun macht hebben verloren. De Afrikaner houdt van macht”, zegt Willie Esterhuyse, hoogleraar filosofie aan de universiteit van Stellenbosch. Esterhuyse staat bekend als een verligte Afrikaner. Hij zocht in de jaren tachtig als een van de eerste Afrikaner academici contact met het ANC in ballingschap.

“Veel Afrikaners hadden gedacht dat het ANC hen een bijzondere rol zou toebedelen. Nu komen ze erachter dat het niet gebeurt. Een zelfde soort ontgoocheling vind je onder de Engelstalige liberalen, die tegen de apartheid hebben gevochten. De liberalen ontdekken dat de transformatie niet alleen de vernietiging van de apartheid was, maar ook een aanslag op de liberale traditie. Liberalen zeggen: zwarten moeten hard werken, goed studeren en dan zullen we ze op hun individuele mérites beoordelen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik hoorde een liberaal onlangs vertwijfeld uitroepen: we zijn individuen in dit land en toch geen groepen?”

Trauma

Het gevoel van onbehagen kan nauwelijks gestoeld zijn op materiële bezwaren. De regering van president Mandela heeft geen Robin Hood-plannen geïntroduceerd om het geld van de bezitters naar de bezitslozen over te hevelen. De verdeling van de welvaart is nog nauwelijks aangetast. Er staat nog steeds een massa zwarten die in absolute armoede leven tegenover een gegoede middenklasse en elite, die meer kleur heeft dan vroeger. “Ik heb nog niets hoeven opofferen”, geeft Esterhuyse toe. “Sterker nog: mijn aandelen zijn het afgelopen half jaar fenomenaal gestegen. De economische groei die we nu zien gaat niet naar de armen maar naar de winsten van de grote bedrijven. Blanken hebben nog helemaal niet betaald voor de machtsoverdracht. Ik hoor mensen klagen dat ze hun kind naar Londen moeten sturen omdat het in Zuid-Afrika geen werk meer kan krijgen. Dat zie ik niet als een grote ramp, maar als weer een teken van hun bevoorrechte positie. Een zwarte kan zijn kind niet naar Londen sturen.”

Het trauma van machtsverlies is zo groot, omdat de macht zo groot was. Sinds de verkiezingsoverwinning van de Nationale Partij in 1948, spreidde het Afrikaner nationalisme zijn tentakels uit naar alle uithoeken van de Zuidafrikaanse samenleving. Alles stond in dienst van de dictatuur van de minderheid: de kerk, het onderwijs, de staatsbedrijven, leger en politie, de omroep, sport- en cultuurverenigingen, en een groot deel van de pers. Toen eenmaal bleek dat de apartheid niet langer te handhaven was, hield de Nationale Partij haar aanhangers voor dat de democratie wel mee zou vallen: het zou geen overdracht van de macht zijn, maar machtsdeling.

Het is een illusie gebleken. Het Afrikaans Nationaal Congres van president Nelson Mandela heeft de macht stevig in handen. De Nationale Partij is in verwarring en bezint zich over samengaan met andere partijen. Afrikaner leiders die vroeger dagelijks de natie toespraken, zijn van het televisienieuws verdwenen. Vice-president De Klerk wordt als een schooljongen gekleineerd door zijn politieke tegenstanders en Magnus Malan, de oud-minister van defensie die het volk in de jaren tachtig beschermde tegen het swart gevaar, staat terecht wegens de moord op dertien zwarten. Van zo'n voetstuk is de val diep.

Bloedrivier

De reflex van conservatieven is voorspelbaar. In de verte klinkt weer de trom van het nationalisme. “En nu, Afrikaner?”, stond er boven de lezing die de hoofdredacteur van de grootste Afrikaner krant, de zondagskrant Rapport, op 16 december gaf bij de herdenking van de Slag bij Bloedrivier. Een meer symbolische plek had Izak de Villiers niet kunnen kiezen om de Afrikaner op te roepen tot “een wilsbesluit” om het volk nieuw leven in te blazen. Op 16 december 1838 versloeg een klein groepje Voortrekkers bij Bloedrivier vanuit hun cirkel van ossewagens - een laager - een paar duizend Zoeloes. Ze beriepen zich op de steun van God, maar het bezit van geweren tegenover de met speren uitgeruste Zoeloes hielp zeker ook mee. Bloedrivier is voor conservatieven een mijlpaal in de Afrikaner geschiedenis - het bewijs dat hij God aan zijn kant had. Nu de Afrikaner opnieuw verzwakt en in het nauw gedreven is, net zoals toen bij Bloedrivier, zal hij “met hulp van boven” een uitweg vinden, zei De Villiers. “Maar eerst moet daarvoor in onze harten opnieuw het mystieke gevoel ontwaken van: ik ben een Afrikaner en ik voel dit in mijn hart. En wanneer dat gevoel in mijn hart begint te gloeien kan ik mijn hand naar mijn mede-taalgenoot uitsteken en zeggen: als jij in je hart voelt wat ik voel, geef mij je hand. Wij zijn Afrikaners, we gaan samen op weg en we streven en strijden samen. Dan is het wilsbesluit genomen dat tot nieuw zelfrespect leidt.”

Het is Voortrekkerstaal die vandaag hol klinkt. 'De' Afrikaner, wiens natie-gevoel ontstond door de strijd tegen zwarte stammen en tegen de Engelse koloniale overheerser, is politiek hopeloos verdeeld. Hij zal om te overleven een plaats moeten vinden in een nieuw, Zuidafrikaans 'regenboogvolk'. Een eigen thuisland of 'volksstaat' voor blanken, waar het Vrijheidsfront van generaal Viljoen zich voor beijvert, lijkt Utopia. Als de Afrikaner een taalstrijd wil beginnen, zal hij om verwijten van oplevend rasdenken tegen te gaan de steun moeten krijgen van de kleurlingen in de Kaapprovincie. Die spreken ook Afrikaans maar kennen geen Bloedrivier-sentimenten. “Ik durf het niet hardop te zeggen, maar er is niet meer zoiets als een Afrikaner clan”, zegt Esterhuyse. “Er is hooguit een brede, Afrikaanstalige gemeenschap aan het ontstaan van mensen die een liefde voor hun taal en literatuur delen. Hun nieuwe machtsbasis wordt bepaald door hun rol in de economie.” Zijn we dan aanbeland bij het einde van de geschiedenis voor de Afrikaner? “Dit is het einde van de politieke geschiedenis van de Afrikaner.”

Privileges

Het was anders, deze Kerst. Zoals ieder jaar ondernam Antjie Krog met haar man en kinderen vanuit Kaapstad de trek naar de Vrijstaat, naar de boerderij van haar ouders op het platteland. Antjie Krog is een bekend Afrikaans dichteres en journaliste. Ze was in de jaren tachtig actief in het verboden ANC, en verwijderde zich daarmee van het 'volk' in het conservatieve Kroonstad. Aan de Kersttafel trof ze haar ouders en haar broers, leden van de Nationale Partij.

“Kerstfeest eindigde traditioneel in een politieke ruzie. Soms pakte ik mijn kinderen op en liep de deur uit, soms gingen mijn broers er met hun kinderen vandoor. Hoe luxer de tafel, hoe meer schuld je voelde. Dat is voorbij. Nu discussieerden we urenlang over de vraag of we onze kinderen naar de beste privé-scholen moeten sturen. Of schep je dan weer nieuwe privileges? Stuur je ze liever naar een slechtere school op het dorp, met zwarte en bruine kinderen, zodat zij tenminste later ergens toe behoren? Of moet je emigreren, gaan boeren in Angola of Mozambique? Ik merkte dat zelfs een racistische opmerking tussendoor voor mij futiel is geworden. Ik ervaar tien keer erger anti-blank racisme op mijn werk.”

De boerderij is niet meer het paradijs van haar jeugd. De misdaad rukt op naar het platteland. De hele familie wordt 's nachts ingezet om de boerderij te bewaken tegen veedieven. De vrijheid van de Afrikaner, het lekker lewe waar de Voortrekkers naar streefden, is relatief geworden: haar vader en moeder zijn ingesloten door hekwerk om het huis, de oren gespitst of de honden aanslaan. “Ik voelde een sfeer van totale desintegratie, alsof we op de rand staan van het einde van iets. Het trauma en de angst van mensen op het platteland is dat ze nergens meer heen kunnen met hun problemen, niemand die macht heeft is nog in hen geïnteresseerd. Vijf jaar geleden kon mijn vader nog de telefoon grijpen, De Klerk opbellen en zeggen: dat vind ik niks. Nu weet hij niet wie de burgemeester is van zijn dorp.”

Antjie Krog heeft lang geleden al afscheid genomen van het Afrikanerdom. Toch merkt ze een toenemende nostalgie onder haar generatie van veertigers naar de muziek, de literatuur en de televisieprogramma's uit de jaren zestig en zeventig. “Het is die geur van de puurheid van onschuld, de zekerheid van total control.” Zelf draaide ze aan de vooravond van de verkiezingen in april 1994 met een groepje vrienden de hele avond platen van de Boerediva Mimi Coertse. Het was een politiek hoogst incorrect afscheid van een tijdperk.

Ze heeft zich neergelegd bij Zuid-Afrika. “Ik voel dat ik geen stem heb, en dat ervaar ik als een bevrijding. Bescheidenheid en onzekerheid zijn meer aanvaardbaar dan de arrogantie van vroeger. Ik weet niet wat dichtkunst nog zou moeten zijn in dit land, ik weet alleen dat alles wat ik wist, niet meer geldt. Het gaat heel moeilijk worden voor de Afrikaner: hij is nooit een ondernemer geweest, hij heeft nooit hoeven schrapen om te overleven. Ik maak het me gemakkelijk door te zeggen: er is geen rol meer voor de Afrikaner, en verder probeer ik de toekomst van mijn kinderen veilig te stellen.”

Misschien is het debat over 'de positie van de Afrikaner' vooral de worsteling van generaties die de apartheid hebben meegemaakt. Jongere Afrikaners weten waar ze aan toe zijn. Hun bestaan is niet meer van wieg tot graf geregeld, ze moeten hun eigen toekomst scheppen. Antjie Krog merkt hoe natuurlijk haar kinderen, tieners, al opgroeien in de nieuwe werkelijkheid. “Ze hebben zwarte vrienden, maar ze gaan er realistischer en intelligenter mee om dan wij. Zij hebben niet dat brandende verlangen om bij de zwarte gemeenschap te horen. Wij hadden dat wel, omdat wij zo vervreemd waren van onze eigen gemeenschap. Mijn kinderen zijn zich er totaal van bewust dat de bevoorrechting niet houdbaar was. Mijn dochter ging pas naar Sanlam (een grote Afrikaner verzekeringsmaatschappij, red.) om een studiebeurs aan te vragen. Vroeger kregen blanke kinderen de beurzen. Nu stond de kamer vol met zwarte kinderen. Ze is omgedraaid. Zonder enige bitterheid zei ze: oke, nu is het hun beurt.”

Kaffervlag

Afrikaners gebruikten de wet om ongelijkheid tussen Zuidafrikanen te scheppen. Dit heette: apartheid. Het is op z'n minst ironisch dat de eerste pressiegroep van Afrikaners die nu is ontstaan de 'Stichting voor gelijkheid voor de wet' heet. Deze maand hield de stichting haar eerste 'massa-bijeenkomst' voor tweeduizend blanken in Pretoria. Voorlieden riepen de regering op Afrikaners de gelijke behandeling te geven die de nieuwe grondwet alle Zuidafrikanen garandeert. Ze klaagden over de ondergang van hun taal en over de integratie in het onderwijs. Ze hekelden de vervolging van oud-strijders van het apartheidsregime voor misdaden uit het verleden terwijl ANC-kopstukken vrijwaring van vervolging hebben gekregen - niet toevallig zijn oud-generaals van politie de drijvende kracht achter de stichting. En zoals meestal bij pogingen om eenheid te tonen, kwam er ruzie van. Een groepje rechtse heethoofden probeerde de nieuwe Zuidafrikaanse vlag in brand te steken. Ze noemden het “de kaffervlag”, die juist was opgehangen om te laten zien dat Afrikaners de nieuwe orde respecteren.

Voorzitter van de stichting is Theo de Jager, een jonge doctor in de filosofie en staatsleer, die in zijn kantoor in Pretoria zowel de oude vierkleur als de nieuwe Zuidafrikaanse vlag heeft hangen. De Jager bevindt zich in het epicentrum van Afrikaner belangengroepen. Hij is voorzitter van de Junior Rapportrijders (tweeënveertighonderd leden), een soort Rotary voor Afrikaner mannen tussen achttien en vijfendertig jaar, en van de Ruiterwag (zesduizend leden), de jeugdvleugel van de geheime Afrikaner Bond, de vroegere Broederbond. Volgens De Jager zijn ook enkele Afrikaans-sprekende kleurlingen en zwarten lid. Vrouwen worden niet toegelaten - die hebben hun eigen organisaties met prachtnamen als Jong Dames Dinamiek.

Zoals vaker bij Afrikaners, is De Jager niet wat hij lijkt. Hij mag enkele slegs vir ons-organisaties leiden, zijn werk is in de zwarte woongebieden, als adviseur bij ontwikkelingsprojecten. Koning Mabena van de Ndebele-stam is een vriend. Samen zijn ze onlangs naar Nederland geweest om het omroepbestel te bestuderen, want ze overwegen een televisie-station op te zetten voor Afrikaners en Ndebele's. “Wij voelen ons allebei Zuidafrikaan”, zegt De Jager. “Ik zie Mabena als een gewaardeerde landgenoot, met wie ik de vlag en de grondwet deel. Maar er zijn dingen die we nooit kunnen delen. Ik begrijp voorvaderlijke aanbidding op een academische manier, maar ik geloof er niet in. Hij zal lachen om mijn symbolen, zoals de oude vlag. Dat is deel van mijn geschiedenis. Natiebouw in Zuid-Afrika moet nooit tot een smeltkroes leiden. Als mensen zich niet geborgen voelen in hun eigen groep, zal er nooit een Zuidafrikaanse identiteit ontstaan.”

De Jager ziet tekenen van een opkomend Afrikaner nationalisme, maar het is ontdaan van de politieke connotatie van apartheid. Hij ziet het als “een cultureel ontwaken”, de wederopbouw van een Afrikaner civil society, met een actief verenigingsleven en belangengroepen. Onder het Nationale Partij-bewind is dat ontmanteld, omdat alles in dienst stond van het politieke ideaal van apartheid. Daardoor is de Afrikaner “lui en vet” geworden, meent De Jager.

President Nelson Mandela waarschuwde De Jager en de zijnen onlangs op een vergadering van de Ruiterwag dat zij afstevenen op het isolement, als zij alleen opkomen voor hun eigen belangen. Afrikaners moeten volgens Mandela ophouden te denken “vanuit de raciale of etnische groep waaruit zij komen”, anders belanden zij defeninitief “aan de politieke zijlijn”. De Jager vindt Mandela's woorden een teken van een gezonde spanning tussen politiek en burgerij. “Ik heb hem geantwoord dat wij reikhalzend afwachten of hij hetzelfde zegt tegen de Black Builders Association of het Black Management Forum.”

Herverdeling

Volgens De Jager bestaat er “een voortdurende spanning” tussen oudere en jonge Afrikaners. Jongeren voelen zich “niet medeplichtig” aan de apartheid, maar moeten nu als eerste bloeden, alsof er moet worden geboet voor een collectieve zonde. “Ik vind het onrechtvaardig als een 18-jarige geen baan krijgt omdat hij Afrikaner is, en niet zwart, bruin of Indiër. Dat is omgekeerde discriminatie, en dat mag niet volgens de nieuwe grondwet. Wij hebben geen moeite te zeggen dat de apartheid absoluut verkeerd was, maar wij jongeren willen niet de rest van ons leven de rekening betalen. Als de rest van Zuid-Afrika vindt dat de Afrikaner zoals de nazi's in Duitsland een schuld moeten afbetalen, moeten we opnieuw gaan onderhandelen.”

De toekomst van de Afrikaner is even duister als de hal van het Voortrekkermonument. Willie Esterhuyse vreest in de periode na Mandela-de-verzoener raciale polarisatie, zeker wanneer de armen in opstand komen omdat de herverdeling van welvaart uitblijft. Antjie Krog wentelt zich voorlopig in het bevrijdende gevoel er niet meer toe te doen. “In zekere zin is het vervreemdend, maar je raakt er ook van bewust dat je deel uitmaakt van een echt land - een land dat is zoals het is.” Theo de Jager droomt van een culturele renaissance. Over één ding zijn Afrikaners het meestal eens: ze horen hier en nergens anders. De Jager: “De Afrikaner moet zich verzoenen met Afrika, en Afrika moet zich verzoenen met de Afrikaner. Wij hebben geen achterdeurtje, wij horen hier. In Nederland kun je de hongersnood ontlopen door de televisie af te zetten. Wij zijn er altijd deel van. Ik vind het heerlijk om in Nederland te zijn, zeker onder de mensen op het platteland. Maar ik mis de bush, ik mis de zon. En ik mis de zwarten.”

    • Peter ter Horst