Bijzondere manier van torenbouw

ROTTERDAM, 27 JAN. Het is koud daar buiten op het platte dak ruim honderd meter boven het Beursplein in Rotterdam. Maar het uitzicht over de hele stad, in alle richtingen, is formidabel. Terug in het appartement op de 32ste verdieping van het hoogste woongebouw van Nederland kan de bezoeker iets beschutter rondkijken.

Van boven naar beneden is de afbouw van het complex begonnen. Op elke etage komen vier appartementen van elk circa 100 vierkante meter. De bouwvakkers van Volker Bouwmaatschappij, een dochteronderonderneming van Hollandse Beton Groep, hebben een bijzonder project onder handen. Hoewel Volker al veel ervaring heeft met hoogbouw, stelt de bouw van 'Bulgersteyn', zoals deze woontoren is genoemd, specifieke eisen.

De 110 huurappartementen, waarvan één voor de beheerder, rusten op een fundering van 162 palen van 18 meter lengte, die reiken tot 24 meter onder NAP. Daarop rusten de 32 verdiepingen, waarvan 31 woonverdiepingen. Deze zijn gebouwd volgens het tunnelkistsyteem. In een stalen bekisting worden de betonnen vloeren en wanden in één keer gestort. Maar hoe krijg je al dat beton naar boven? Dat gebeurt niet met een bouwkraan, maar met een pomp die het beton omhoog perst onder een druk van 160 bar. Ing. A. van Vliet, projectleider van Volker, houdt die manier van werken nauwlettend in het oog: “ Je mag mag er niet te veel druk op zetten, want dan kunnen de leidingen het niet aan. Die kunnen knappen. De druk moet precies goed zijn.” Ook het anhydriet voor de vloeivloeren is met een pomp omhoog gebracht. Daarvoor was een druk nodig van 300 bar. Aan het uiteinde heeft de pomp een zwenkarm die de gehele verdieping van bruto 500 vierkante meter kan bestrijken. Door deze vloeivloeren is de geluidhinder minimaal.

Elke drie dagen werd een complete verdieping opgetrokken, en omdat er ook op zaterdag werd gewerkt, kon een bouwsnelheid worden bereikt van twee verdiepingen per week. In de bouwvakvakantie is er gewoon doorgewerkt. Een keer is er een korte pauze geweest van een halve dag toen een bouwkraan op hoogte moest worden gebracht.

Vanaf het moment dat het hoogste punt was bereikt en er een lift in het gebouw kon worden geïnstalleerd, is het daar 's morgens vroeg een drukte van belang als iedereen naar boven wil. Er werken in de afbouwfase gemiddeld zo'n tachtig mensen.

Het bouwproces wordt gekenmerkt door een zeer strakke logistiek, die elders al gemeengoed is. Omdat in de onmiddellijke omgeving absoluut geen ruimte te vinden is om een bouwterrein van enige omvang in te richten, worden alle prefab-onderdelen en materialen 'just in time' aangevoerd en meteen gemonteerd. Op die manier kan er zeer snel worden gebouwd. De complete bouw van de woontoren vergt minder dan een jaar.

Naar Nederlandse begrippen is het gebouw extreem hoog. Voor de bouwvakkers gelden strenge veiligheidseisen. Op verschillende plaatsen zijn bordjes aangebracht met duidelijke aanwijzingen. Omdat er beneden in de diepte per dag zo'n 80.000 passanten voorbijkuieren, mogen er geen losse bouwelementen blijven slingeren, laat staan dat er stenen naar beneden zouden mogen vallen.

Een bijzonder probleem vormt de gevelbekleding. Doorgaans valt de keuze bij dergelijke hoge gebouwen op prefab-elementen, maar architect Pi de Bruijn, de ontwerper van Bulgersteyn, heeft gekozen voor baksteen. Dat is een vertrouwd materiaal, en Nederlandse architecten hebben laten zien wat je daar allemaal mee kunt doen. Denk alleen al aan de Amsterdamse School.

Een bakstenen bekleding kan heel degelijk zijn, maar het metselwerk vergt op termijn ook het nodige onderhoud. Het uithalen en repareren van voegen die beschadigd zijn door sterk wisselende weersomstandigheden zoals vorst, felle zon en regen, is op grote hoogte en tegen een volkomen vlakke gevel - geen sinecure en bovendien kostbaar. Daarom is hier gekozen voor een speciale techniek, het zogenoemde 'pointmasteren'. De Nederlandse metselaars hebben dat op de bowplaats moeten leren. De specie waarin de steen komt te liggen én de voeg worden dan in één arbeidsgang aangebracht. De rappe jongens met hun voegspijkers hebben hier niets te zoeken. Dergelijk metselwerk vergt minder onderhoud, de voegen blijken veel sterker te zijn, zo hebben proeven uitgewezen.

Bij het pointmasteren kan gemakkelijk specie worden gemorst op het schone metselwerk en de kozijnen. Daarom werken de metselaars hier van boven naar beneden, en worden ook de kozijnen pas aangebracht nadat het metselwerk klaar is. Voor zover op dit moment al te zien is, ogen de gemetselde vlakken heel strak. Van dichtbij, daarboven, en ook vanaf de begane grond. Omdat de te metselen stenen aan de buitenkant van het gebouw toch ergens op moeten rusten, wordt telkens per twee verdiepingen een hulpconstructie tegen de gevel bevestigd. Zodra de metselspecie voldoende hard geworden is, kan die constructie weer twee verdiepingen naar beneden. Een ploeg van achttien metselaars zet per dag 8.000 stenen weg. In totaal zijn er zo'n 470.000 stenen nodig voor de buitengevel. Voor het binnenwerk moeten er ook nog eens 100.000 stenen worden verwerkt.

Het is de bedoeling dat de appartementen in april gereed zijn voor bewoning. De complete woontoren heeft dan een investering gevergd van 17 miljoen gulden. De appartementen zijn voor circa 1800 gulden per maand te huur, exclusief service-kosten. Er wordt dezer dagen nog gezocht naar een makelaar die de verhuur op zich zal nemen.

Op het dak van het naburige modemagazijn Kreymborg is een parkeergarage gebouwd van zeven verdiepingen. De bewoners kunnen zo'n garage apart huren.

De nieuwe huurders wonen staks in het hart van de stad, bij Stadhuis, Beurs, Coolsingel, Hoogstraat en Lijnbaan.

    • Koos Metselaar