Bekroond medicijn komt niet op markt

ROTTERDAM, 27 JAN. Het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Pfizer ziet zich binnenkort genoodzaakt het nieuwe middel Enablex tegen reuma terug te trekken, als verzekeraars gebruik van het middel niet mogen vergoeden. Ondanks pogingen van het bedrijf het ministerie van VWS te overtuigen van het nut van het middel, blijft het departement weigeren toe te stemmen in vergoeding. Pfizer kreeg een maand geleden voor Enablex de Galenus-prijs voor het 'meest betekenisvolle en innovatieve geneesmiddel'. Behandeling met de stof kost maximaal 7,50 gulden per dag.

De Galenusprijs werd toegekend op grond van een rapport, dat is opgesteld door hoogleraren van alle Nederlandse universiteiten, de hoofdinspecteur voor de geneesmiddelen bij het ministerie van VWS en de oud-voorzitter van het college ter beoordeling van geneesmiddelen. Het nieuwe middel verenigt de eigenschappen in zich van twee al oudere klassen medicijnen tegen reuma, maar geeft minder bijwerkingen. Bovendien biedt de stof behandelende reumatologen de mogelijkheid uit te wijken naar een nieuwe therapie als andere middelen niet meer helpen.

Het ministerie van VWS baseert zich bij zijn verbod op het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). In dat systeem worden met elkaar vergelijkbare middelen ondergebracht in clusters, waarbinnen de gemiddelde prijs als limiet geldt. Die middelen staan op de zogeheten lijst 1A. Schrijft de dokter iets voor dat duurder is dan die limiet, dan moet de patiënt zelf bijbetalen. In het geval van Enablex is clustering echter onmogelijk, omdat het middel zich niet laat vergelijken met de bestaande preparaten.

In zo'n geval bestaat in principe de mogelijkheid om uit te wijken naar lijst 1B. Daarop staan unieke, veelal hooggeprijsde geneesmiddelen, die niet kunnen worden geclusterd. Die lijst is in juli 1993 echter 'gesloten' bij wijze van bezuiniging. Er kunnen alleen nog nieuwe middelen op worden geplaatst tegen ziekten waarvoor nog geen ander preparaat bestaat. Voor Enablex bestaan wel alternatieven, zij het voor het merendeel sterk verouderd. Doordat die middelen over het algemeen oud zijn, rust er geen octrooi meer op, zodat ze door verscheidene fabrikanten tegen een lage prijs op de markt kunnen worden gebracht. Enablex daarentegen is recentelijk uit duur onderzoek voortgekomen.

De huidige patstelling tussen overheid en fabrikant heeft tot gevolg dat het middel niet beschikbaar komt voor reuma-patiënten. Er zijn ongeveer 100.000 patiënten met reuma, van wie er enkele tienduizenden in aanmerking komen voor Enablex. Behandeling met bestaande middelen kost rond de helft van de prijs die voor Enablex moet worden betaald. Directeur A. Hallie van de Nederlandse vestiging van Pfizer: “Als het middel hier feitelijk niet op de markt kan komen door de huidige regelgeving kunnen wij door het college worden gedwongen de registratie in te trekken”.

Nederland was het eerste land dat Enablex registreerde. Voorwaarde daarbij was dat de fabrikant een 'post marketing surveillance' zou opzetten, waarbij wordt gekeken naar mogelijke bijwerkingen die aan het licht kunnen komen als een nieuw middel door grotere groepen wordt gebruikt. “Voor dat onderzoek is veel geld gereserveerd, maar dat krijgt een andere bestemming als het middel hier niet kan worden gebruikt”, aldus Hallie.