'Wie zou zich nu druk maken over mijn afscheid?'; Elly Ameling geeft laatste recital

Maandag neemt Elly Ameling, op het ogenblik nog 's werelds beste liedzangeres, afscheid met een recital in het Amsterdamse Concertgebouw. Een carrière van 43 jaar komt dan ten einde.

Waarom neemt Elly Ameling (62) afscheid van het podium en het publiek? Ameling: “Ik zou willen zeggen: als het misschien mogelijk is dat er wellicht op een avond een moment is, dat het niet helemaal gaat zoals ik het meen te moeten doen, dan moet je het al laten, vind ik. Het is net als met autorijden: bij twijfel niet inhalen. Het is mijn beslissing en mijn verantwoording, in de eerste plaats tegenover de componist. Maar zolang ik adem heb, zal ik nog wel eens ergens zingen. Dit afscheid betekent niet dat ik me tijdens een sjieke partij ter herdenking van iets niet nog eens zou kunnen laten horen. Maar nooit meer een echt optreden in New York, of Parijs of Londen. Ik wil niet steeds terugkomen, zoals Heintje Davids!”

Ameling benadrukt dat het officiële afscheid niet haar idee was. De recitals begin vorig jaar in Amsterdam en haar geboorteplaats Rotterdam waren bedoeld als laatste, maar werden niet als zodanig aangekondigd. “Ik wilde niet zeggen: 'Mensen, dit is mijn laatste avond, dit wordt mijn allerlaatste toegift.' Zo belangrijk is het helemaal niet. Je hebt je stukje gezongen en dan eclipseer je.

“Ik dacht: wie zou zich daar druk om maken en ik was van plan een zucht van verlichting te slaken. Het was ook heerlijk om te kunnen denken: 'ik heb sinds 1953 gezongen, ik heb dit nu volbracht.' Maar toen belde Martijn Sanders van het Concertgebouw op dat er een groot afscheidsconcert moest komen, daar kwam ik niet onderuit zonder lomp te zijn. Toen vonden we een aantrekkelijke formule: optreden met vele vrienden, ten bate van de stichting Jan Pietersz Huis, die huisvesting en studieruimte biedt voor musici.

“We beginnen met een optreden van Nieuw Sinfonietta onder leiding van Ed Spanjaard, die mij aan de piano heeft begeleid in Nederland, Italië en Engeland. Na de allegro-ouverture uit Mozarts Divertimento KV 238 zing ik een aria uit Paride et Helena van Gluck: O del mio dolce ardor, een gedragen stuk in een mild mineur, ook om Shura Cherkassky te gedenken. Hij zou hebben meegewerkt aan dit programma, maar de dood heeft hem ons ontstolen.

“Ik neem voorgoed afscheid, dus het leek mij goed om dan te vervolgen met Nehmt meinen Dank, de aria die Mozart componeerde voor zijn schoonzuster Aloisia Weber, toen deze zangeres een keer op reis ging. Intussen zijn we dus begonnen aan een bonte avond vóór de pauze. Daarna zal het serieuzer zijn met Robert Holl, Rudolf Jansen en mezelf.

“Na Mozart spelen de cellist Michel Dispa en de pianiste Jeanine van Mever een transscriptie van de Vocalise van Rachmaninov en het Allegro uit de Sonatevan Sjostakowitsj. Jeanine van Mever, getrouwd met Michels vader Robert Dispa, begeleidde mij in 1956, toen ik het Vocalistenconcours in Den Bosch won. En dan zing ik Elégie van Massenet, een lied over de voorbije lente.

“Dan komt Dalton Baldwin de trap af en met hem zing ik van Gounod Viens, les gazons sont les verts, een uitnodigend liefdesliedje, en Le Colibri van Chausson, de gevoelige melodie die Dalton en ik beschouwen als onze tune. De Italiaanse tenor Leonardo de Lisi, die een masterclass bij mij volgde en in 1994 in Den Bosch bij de liedzangers de eerste prijs won, zingt van Strauss Heimliche Aufforderung en Morgen en van Tosti L'Ultima canzone - 'Het laatste lied'. Samen doen we het duet van Fauré Puisqu'ici-bas tout âme.

“Dalton Baldwin, die mij vaak heeft begeleid en met wie ik talloze plaatopnamen maakte, heeft me geïntroduceerd in de visuele verrukkingen van de musea op aarde. Dat geeft inspiratie bij het interpreteren van muziek en tekst. Zijn spel is prachtig gelijkmatig en hij heeft een groot gevoel voor sfeer, vooral in de Franse muziek.

“Daarna vind ik het grappig om dat gedeelte van het publiek, dat vindt 'dat ze dat toch eigenlijk niet had moeten doen, met Louis van Dijk' wat te plagen. We hebben toen veel pret gehad met de opname van songs uit het lichtere genre, die in Amerika een groot succes was. In Holland dus niet. Louis speelt Blues en ik zing My cousin in Milwaukee uit Pardon my English van Gershwin - mijn nicht in Milwaukee heeft me leren zingen 'that's how I got like this!'

Met de gitarist Pepe Romero heb ik in Nederland niet gewerkt, wel in Amerika. Daar speelde hij met al zijn familieleden: vader, broer en neven in een halve kring op het podium. Pepe speelt nu Recuerdos de la Alhambra, zeer bekend en zeer moeilijk. En we zingen enkele Spaanse liederen, onder andere Rodrigo' Adela: liefdesverdriet op zo'n zuivere volksmelodie.

“Het deel voor de pauze zou worden afgesloten door de pianist Shura Cherkassky. Shura was een oude vriend, die ik heb leren kennen door Dalton in Antibes. De moeder van Shura woonde daar vlakbij in Nice, Shura ook, tot zij overleed. Elk jaar bezocht hij daar haar graf.

“Ik kwam Shura wel eens tegen, in New York of Japan, maar we hebben nooit samengewerkt, want hij begeleidde nu eenmaal niet. Ik had hem voor een solo en als begeleider gevraagd, bij voorbeeld in Schumanns Widmung en Liszts bewerking van dat lied. Dat hadden we hier thuis wel eens gedaan. Hij had spontaan toegezegd en was vereerd, zei hij, om te spelen op dit afscheidsconcert. Dat een genie als Cherkassky mij met die eenvoud en hartelijkheid tegemoet kwam, bracht tranen in mijn ogen. Toen vroeg hij, àls hij mij zou begeleiden, of het dan een eenvoudig stukje kon zijn, 'because I am a rotten accompanist'. Ik stelde hem het zeer simpele lied voor van Schubert An mein Klavier, wat eenvoudige akkoorden, en ik kon dat dan weer voor hèm zingen.

“Vlak voor zijn laatste optreden in Amsterdam, eind oktober, had hij een operatie ondergaan. Na het concert vroeg hij: 'Elly, denk je niet dat ik trots op mezelf kan zijn, niet vanwege mijn spel, dat is niets, maar omdat veel jongemannen niet na negen dagen alweer zouden zijn opgetreden?' Ik zei: 'Shura, je bent geweldig'.

“Han de Vries was bereid het gedeelte voor de pauze te beëindigen. Hij speelt een Sicilienne uit een hobo-concert van Bach en daarna zingen we de aria Sich üben im Lieben uit de Bach-cantate Weichet nur betrübte Schatten, die we op de plaat hebbben gezet. Dat wordt, met de fantastische musicus die Han is, een gezellige wals.

“Dan is het pauze en daarna moet er schoonheid zijn en diepgang in Schubertliederen als Abendröte en Der Flug der Zeit, die Robert Holl zingt met Rudolf Jansen aan de piano. In onze achttien-jarige samenwerking hebben Rudolf en ik nog nooit één woord ruzie gehad. Het is met Rudolf zeer duidelijk geven en nemen voor beiden: samen musiceren zonder dat er sprake is van een zangeres en een begeleider - eigenlijk een vreselijk woord. We waren een duo, ik voelde mij altijd gesteund èn uitgedaagd: hier komt mijn frase en geef nu je antwoord maar.

“Samen met Robert zing ik ook een duet van Schubert en dan Wolfs Kennst du das Land. Dan komen er toegiften. Welke, hoeveel? Dat zullen de mensen bepalen.”

    • Kasper Jansen