Vrijdag 26; Verlangens

Vorige week uitte directeur R. de Leeuw van het Van Gogh Museum in Amsterdam een noodkreet. Of hij alstublieft van het rijk een miljoen gulden kon krijgen om op het gebied van de 19de-eeuwse kunst, waarin het museum is gespecialiseerd, iets meer te kunnen aankopen. Het museum ontvangt geen aankoopsubsidie van het rijk, het creëert dat budget uit eigen winkelopbrengsten. Dat lukt ook wel een beetje, maar een beleid baseren op een wisselvallige omzet blijft lastig.

Bij de rijke Mondriaan Stichting, een overkoepelend rijkssubsidie-orgaan voor zowel kunstenaars als musea, hoeft het Van Gogh Museum niet aan te kloppen. Die stichting geeft alleen geld voor 20ste-eeuwse kunst. Het museum hoeft evenmin te rekenen op schenkingen van particulieren, omdat hier nauwelijks waardevolle collecties van 19de-eeuwse Duitse en Franse kunst te vinden zijn.

Het heeft iets gênants om zo'n bericht te lezen. Een zeer vooraanstaand museum, het eerste reisdoel voor vele tienduizenden buitenlandse toeristen, zoekt naarstig naar een miljoen gulden om de collectie met tekeningen of beelden te verrijken. Vooral beelden, want daarvan heeft het museum opvallend weinig. Schilderijen kopen is er nauwelijks meer bij. Een pastel van Degas, bijvoorbeeld, kost twee tot drie miljoen gulden. Een werk van Gustave Moreau is onbetaalbaar geworden.

De Nederlandse overheid weigert al jaren om warm te lopen voor de verlanglijstjes van gerenommeerde musea. Sinds 1982 is bijvoorbeeld het totale aankoopbudget van alle, inmiddels verzelfstandigde, rijksmusea bevroren, terwijl beeldende kunst sindsdien alleen maar duurder is geworden. Af en toe wordt er iets toegestopt. Zo maakte de Mondriaan Stichting vorige week triomfantelijk bekend binnenkort vier miljoen gulden te zullen verdelen over negentien musea voor moderne kunst - alsof er iets groots verricht wordt.

Schilderijen van eersterangs, 19de-eeuwse kunstenaars mogen dan niet meer binnen het bereik van het Van Gogh Museum liggen, de beeldhouwkunst, minder populair dan de impressionisten, is nog wèl betaalbaar. En het Musée d'Orsay in Parijs, eveneens gespecialiseerd in de 19de eeuw, toont overtuigend aan dat niet alleen Rodin en Degas, maar ook minder bekende meesters in diezelfde tijd zeer mooie sculpturen hebben gemaakt. Ze horen ook thuis in het Van Gogh Museum, juist omdat de beeldhouwkunst in de 19de eeuw dat hoge niveau bereikte.

Dankzij een Japanse gift van 37,5 miljoen gulden kan deze zomer een begin worden gemaakt met de nieuwbouw achter het Van Gogh Museum. In de omloop die in 1998 de watertuin zal sieren, ligt een geschikte ruimte voor die 'nieuwe' beelden. Het zou hartverwarmend zijn als het welvarende Nederlandse bedrijfsleven dat noodzakelijke bedrag - meer mag ook - bijeen zou brengen. Al was het alleen maar om te laten zien dat niet alleen het Japanse bedrijfsleven maar ook zakelijk Nederland de Nederlandse cultuur van harte ondersteunt. Dat moet toch lukken, zou je denken, nu de ABN Amro, Aegon, Ahold en Akzo Nobel - om ons tot de eerste letter van het alfabet te beperken - elk vele honderden miljoenen guldens winst hebben geboekt.

    • Marianne Vermeijden