Vol cocaïne richting paradijs

Jaime Bayly: Tegen niemand zeggen (No se lo digas a nadie). Vert. Arie van der Wal. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 423 blz. Prijs ƒ 24,90. Versch. 1 februari.

De jonge Peruaanse auteur Jaime Bayly gaat door voor een van de grote beloften onder de jongere Spaanstalige schrijvers. Van zijn roman Tegen niemand zeggen, die zojuist in het Nederlands is verschenen, gingen in Spanje in korte tijd verschillende oplagen over de toonbank. Het is het verhaal van de jongen Joaquín, afkomstig uit de hogere middenklasse van Lima, die zijn homoseksualiteit ontdekt en daarmee probeert te leven. Hij houdt zich op de been met veel cocaïne en af en toe een uitstapje naar Miami, dat in Lima voor het paradijs op aarde doorgaat.

Het is een ongenadig nihilistische jeugdcultuur die Bayly in zijn boek beschrijft, zoals Mario Vargas Llosa (die het boek op de achterflap warm aanbeveelt) in de jaren zestig in zijn roman De stad en de honden ook al gedaan heeft. Maar verder hebben beide boeken niets met elkaar van doen. Niet alleen omdat het sadistisch machismo dat Vargas Llosa beschreef ver af staat van de homo-cultuur van Bayly's roman, maar vooral omdat de laatste niet schrijven kan en de eerste wel.

Bayly maakt niets van het gegeven dat hij in handen heeft. Joaquíns worsteling blijft steken in een reeks betuigingen van de volwaardigheid van de homoseksuele liefde, rechtstreeks afkomstig uit de katechismus van een progressieve pater. Het conflict met zijn ouders is bij voorbaat karikaturaal: vader is een stripverhaal-machist en moeder een kwezel onder de plak van de katholieke beweging Opus Dei. Alle figuren in dit boek zijn bordkartonnen zetstukken, die praten alsof ze zelf hun tekst aan het oplezen zijn. Er is niets dat het boek voortstuwt; de scènes rijgen zich aaneen volgens het schema: en toen... en toen... en toen...

Bayly's pleidooi voor de homoseksuele liefde oogt ongetwijfeld sympathiek, maar zelfs die sympathie laat het boek niet onbeschadigd. De flaptekst benadrukt - met Noordamerikaans pathos - hoe koosjer Bayly zelf wel niet is: hij rookt, drinkt en spuit niet, is getrouwd en heeft een dochter. Die aanbeveling is zijn schuld niet. Maar zijn eigen waarschuwing aan het begin van het boek klinkt niet minder vals. Wat in het boek verteld wordt heeft slechts plaatsgevonden in de verbeelding van de schrijver, bezweert hij. Men mocht hem eens met zijn hoofdpersoon verwarren.

    • Ger Groot