Rode lippen op een doodshoofd; Kettingreacties van Helen Frik in het Stedelijk Museum

Helen Frik heeft het talent om toevallige en onnadrukkelijke emoties en voorvallen vast te leggen in tekeningen of beeldhouwwerken. In het Amsterdamse Stedelijk Museum is nu een overzicht van haar werk te zien waarvoor ze sterk uiteenlopende materialen gebruikte zoals mohair-draden, slangehuid en kleurpotloden. “Soms vertellen haar tekeningen bondig wat we al weten maar niet beseffen. Maar vaker plaatst ze ons voor raadsels.”

It really does matter. Tot 3 maart in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Geopend: ma. t/m zo. 11-17 uur. Catalogus: ƒ 25,.

Ze droeg een bontjas en slenterde nonchalant door de zalen om toch vooral gezien te worden. Maar dat was het niet alleen; ze wilde bovenal dat ze geroken werd. Het was een vooroorlogs parfum, zo'n geur die staat als een huis en die maakt dat je als voorbijganger onwillekeurig een blik achterom werpt, alsof in het verlengde van de bontjas nog een verrassing loopt.

Even zegeviert het ruiken over het kijken. Men wandelt een wolk binnen, een territorium van iemand anders. En even rijst in de benedenzaal van het Stedelijk Museum in Amsterdam de vakantie-herinnering op aan een Toscaans dorp, waar een Zweed dankzij een weddenschap zomaar ineens eigenaar was geworden van een enorme wijngaard met een groot huis.

God mag weten welke parfumsubstantie in de museumzaal die herinnering aan dat ene dorp en die Zweed heeft wakker gemaakt. Zo vlug als het beeld oplichtte, zo snel was het ook weer uit mijn hoofd verdwenen. Er is destijds niets met die ontmoeting in Toscane gebeurd. Er is geen verhaal geschreven over 's mans leven, er is geen tekening of foto gemaakt van zijn landgoed. De belevenis was blijkbaar op dat moment niet belangrijk genoeg om er iets tastbaars aan over te houden.

Helen Frik (1960) heeft het talent ontwikkeld om dat wat zich toevallig en onnadrukkelijk in de buiten- en binnenwereld voordoet, wèl vast te houden en vorm te geven. Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft nu onder de titel It really does matter een overzicht samengesteld van tekeningen, aangevuld met enkele beelden. Frik gebruikt sterk uiteenlopende materialen, van brons en mohair-achtige draden tot kleurpotlood en slangehuid. In het Prentenkabinet hangen de kleine formaten en enkele benedenzalen presenteren haar grotere tekeningen en sculpturen.

Als Engelse kreeg Helen Frik een opleiding in Brighton om later hier verder te gaan aan de postacademische Ateliers '63 in Amsterdam. Ze doceert nu beeldhouwen aan de AKI in Enschede. In hoge frequentie stelde ze de afgelopen jaren haar werk tentoon dat nauwelijks enige samenhang te zien geeft. Een gedachte, een incident, een gevoel of een herinnering staat op zichzelf en is goed voor een tafereel, dat vaak met de lichtvoetigheid van een vleugje parfum is neergezet. Je kunt er snel aan voorbijlopen, maar ook stil bij blijven staan, en net als bij die zoete herinnering, even weer exact voor de geest halen hoe mooi dat Toscaanse landschap erbij lag, hoe rood de neus van die Zweed was en je afvragen wat je zelf zou doen als je een wijngaard zou winnen.

'Wanneer ik iets zie, ontstaat er een kettingreactie in mijn hersens', zoals Frik het zelf eens formuleerde. Een kettingreactie als uitvergroting van iets wat doorgaans niet gezien of doorleefd wordt. Er is in het leven van alledag geen tijd voor, er zijn andere zaken die weer om aandacht smeken. Maar Frik concentreert zich juist wèl op dat wat summier of vanzelfsprekend is, en dat maar al te vaak ten onrechte over het hoofd wordt gezien.

Neem nu het vroege, helaas niet tentoongestelde beeld Nest uit 1988. Een omgekeerde tafel is op een pilaar geplaatst en tussen de tafelpoten die bijna het plafond raken, liggen slordig wat beddekussens. Ja, zo is het!, zal menigeen denken, zo kan men inderdaad de intimiteit van een eigen ruimte ervaren. Sterker nog zò en niet anders hoort het te zijn: Ver weg van de straat bieden een tafel en wat beddegoed een veilig heenkomen. Eindelijk zijn daar de stilte en de rust, de eigen dingen en gedachten. Dat universele gevoel heeft met doordeweekse materialen gestalte gekregen. De toeschouwer deelt iets met de kunstenaar, en dat is een troostende gewaarwording. Die gemeenschappelijkheid had hij of zij niet eerder zo simpel, concreet en doeltreffend uitgedrukt gezien.

Wulps blauw

Ook in haar tekeningen streeft Frik naar die kernachtige eenvoud. Een Holiday romance is op papier samen te vatten in twee reusachtige vrouweborsten van heftig blauwe verf, waartussen een ovalen, gouden medaillonnetje bungelt. Het hangertje is open gevallen en op het transparante papier dat de goudverf toedekt, is op de ene ovaal een profiel van een gezicht getekend en op het andere een hand.

Er valt genoeg op deze glashelder getitelde voorstelling te projecteren; dat zorgeloze, wulpse blauw, die mooie hand waardoor de vreemdeling ineens bijzonder aantrekkelijk was geworden, en ook die vage contouren van een gezicht roepen een vage sfeer van melancholie op. Het duurt niet lang of dezelfde mediterrane passie zal straks weer ver weg liggen, net zo ver als een Siberische winternacht van een smoorhete zomeravond.

Ook het blad What did you expect moet betrekking hebben op een ervaring die menigeen bekend voorkomt. Twee beige geschilderde handen duwen een wit wolkendek als een mist opzij. De horizon daarachter onthult wat kale boompjes en een akelig grauwe hemel. De verwachtingen waren te hoog gespannen en dan is de ontgoocheling kil en onaangenaam. Dat wat zich achter de illusie schuilhoudt is vaker onplezierig. Want juist de weerzin, de angst of het vergeefse verlangen geven de illusie zijn bestaansrecht.

Sommige tekeningen van Helen Frik vertellen kort en bondig wat we al weten, maar zelden beseffen. Door de herkenning kan men zich het beeld toeëigenen, het is nieuw en niettemin vertrouwd. Maar veel vaker probeert Frik verwarring te zaaien, raadsels voor te schotelen, waarbij de toeschouwer volstrekt in het ongewisse wordt gelaten. Een van die raadsels is het beeld Gas and dust; er drijven foto's van filmster-achtige mannen in een bassin vol water. En dat ronde bassin is op zijn beurt weer in een logge beton-achtige kubus geplaatst, waaraan uitsteeksels zitten die aan cactussen doen denken. Zinken de heren van weleer weg in de herinnering? Moeten die ervaringen die eens belangrijk waren maar nu tot kiekje zijn vergaan, juist wèl bewaard blijven. Wat betekent dat water dan? En waarom zo'n kolossale kubus, waarom die fallussen ? Of draait het bij dit beeld uitsluitend om originaliteit?

Een ander voorbeeld is het zijdelingse profiel van een man met daarbij de tekst 'Some make it, some don't'. Deze kleine tekening, prominent opgehangen aan een lege wand, is zo onbenullig, dat elke gedachte erover verder overbodig is. Mocht hier grappig een open deur zijn ingeschopt, dan is de humor te verwaarlozen.

Pompeus

Bij meer tekeningen ligt die irritatie op de loer. Een waarneming of idee is opgeblazen tot extreme proporties. Op een drie meter breed vel staat in lelijke letters over een bruine balk geschreven 'I'm leaving'. Ja, so what!, denk je dan als toeschouwer. Dit is niet meer dan een forse aanzet, een uit de hand gelopen dagboek-notitie die wat vorm en inhoud betreft nog wel wat nadere uitwerking kan gebruiken. Waarom moet zo'n zin in zo'n balk pompeus ingelijst en voorzien van onleesbare graffiti in een museum hangen?

Dan kan men beter kijken naar de kleinere tekeningen, naar Self, bijvoorbeeld; een snel geschetste schedel waaroverheen twee zwaar gestifte rode lippen, als laatste restant van de huid, zijn neergezet. Achter het transparante papier met de dode oogkassen drijven nog wat lege stripwolkjes. De dood is hier blijkbaar verbeeld als het absolute zwijgen. Of misschien helemaal niet. Misschien hebben we juist met een springlevend mens te maken die zich op sommige momenten dood waant, die zich tergend moe, leeg en dom voelt, maar desondanks met een half opgemaakt gezicht een opgewekte pose aanneemt. Wie zal het zeggen. In elk geval valt er, dankzij die gelaagdheid, iets aan het blad te beleven.

Ontbreekt die gelaagdheid dan gaan Friks tekeningen er voor het oog vandoor als een parfum voor de neus. Dat wordt niet alleen in de hand gewerkt door de raadselachtigheid van de voorstelling, maar ook door de onnadrukkelijke vormgeving. Esthetiek is blijkbaar uit den boze, of men moet het overtollige wit als zodanig opvatten. Een lijn mag alleen een lijn zijn, 'cool', functioneel, gelijkmatig, en ontdaan van sentiment. Want anders zou hij wel eens afbreuk kunnen doen aan de inhoud. Maar als die inhoud dan ook nog onbegrijpelijk is, dan blijft er voor de toeschouwer wel erg weinig over.