Pistool in een papieren zak; Richard Price en de droefenis van de drugsdealer

De personages van de Amerikaanse schrijver Richard Price zijn opgesloten in wat ze zelf de 'cycle of shit' noemen. Ze zijn dom, bot en kortzichtig en handelen in drugs omdat ze geen idee hebben wat ze anders zouden moeten. “Na lezing van 'Clockers' zijn we niet alleen even streetwise als de drugsdealers, we hebben ook hun manier van denken en hun moraal meegekregen.” Deze week gaat Spike Lee's verfilming van 'Clockers' in première.

Richard Price: Clockers. Vertaling Frans Bruning. Uitg. Anthos, 592 blz. Prijs ƒ 39,90.

Ladies' Man, Bloodbrothers, The Wanderers en Clockers zijn in het Engels verkrijgbaar via importeur Van Ditmar.

Een clocker is iemand die 'de klok rond werkt'. Dat klinkt misschien vlijtig en degelijk, in Amerikaanse straattaal betekent het zoveel als dealer - die op straat crack (gekookte cocaïne) verkoopt, 'de klok rond' omdat crackgebruikers dag en nacht hun doses nodig hebben. Het professionele bestaan van dit soort handelaren ziet er uit als volgt: een clocker verkoopt bottles aan baseheads en kijkt goed uit voor de knockos. Oftewel: de dealer verkoopt glazen ampullen met crack aan verslaafden en past op voor de politie.

Deze week ging de film Clockers van regisseur Spike Lee in première. Het is de verfilming van de gelijknamige roman uit 1992 van de Amerikaanse auteur Richard Price: een boek van zeshonderd pagina's over het leven van drugsdealers en politiemannen en hun confrontaties, in de fictieve stad Dempsy in New Jersey. In de film van Spike Lee moet tegen een achtergrond van verloederde housing projects een moord worden opgelost; Lee heeft van Clockers een 'whodunnit' gemaakt.

Richard Price baseerde zijn relaas op feiten die hij had verzameld door mee te lopen met zowel politiemannen als de (veelal zwarte) drugsdealers. Maar dankzij zijn manier van observeren, zijn stijl en beeldspraken werd Clockers als boek méér dan een misdaadroman of een antropologisch verslag van de straat. In Price's Clockers wordt het leven in naar urine en braaksel stinkende politiecellen, in de plantsoenen waar de clockers handelen, in afgeragde Cadillacs op weg naar een drugsdeal, van binnen en van buiten beschreven.

Na lezing van Clockers zijn we daardoor niet alleen even streetwise als de drugsdealers in Dempsy zelf, we hebben ook hun manier van denken, hun moraal en hun ervaringen meegekregen. Want Clockers heeft een 'scratch 'n' sniff'-effect; als Price een armoedige keuken beschrijft dan rúik je het gore vaatdoekje op het aanrecht.

In Clockers wijdt Price de hoofdstukken om en om aan de hoofdpersonen Strike, een veelbelovende handelaar uit de hofhouding van opperdealer Rodney Little, en politieman Rocco Klein, die samen met zijn partner de moord op een andere drugsdealer onderzoekt. Als kat en muis draaien Klein en Strike om elkaar heen, want al is de moord al lang bekend door Strike's broer Victor, Klein weigert zijn bekentenis te accepteren. Victor is immers de hardwerkende vader van twee kinderen, die regelmatig de kerk bezoekt en met twee banen per dag voldoende probeert te sparen om zijn gezin uit het getto te helpen.

Rocco Klein gelooft in een duidelijke scheiding tussen goed en slecht. Strike is drugsdealer en moet dus ook de dader zijn van de moord. Maar ondanks Rocco's gepoer en getreiter wil Strike maar niet bekennen, en weigert Victor zijn bekentenis in te trekken. Aan het eind van het boek moet Rocco Klein inzien dat het ook een goedbedoelende huisvader wel eens rood voor de ogen kan worden - dat slecht niet uitsluitend slecht en goed niet uitsluitend goed hoeft te betekenen. Die nuancering is belangrijker dan de oplossing van een zaak. Het boek eindigt dan ook met weer een nieuwe moord.

Richard Price (1950) werd geboren in The Bronx in New York als kind van arme joodse ouders. Price kreeg een studiebeurs en studeerde 'creative writing' aan de Columbia-universiteit. Op 24-jarige leeftijd brak hij door met The Wanderers (1974), zijn roman over stompzinnig tienergeweld in de housing projects in The Bronx.

Price had opnieuw succes met Bloodbrothers (1976), over een Italiaans-Amerikaanse arbeidersfamilie waarvan vader en oom met elkaar naar de hoeren gaan en moeder en tante samen sigaretten roken en koffie drinken. Beide romans werden verfilmd. Hij schreef nog twee boeken, Ladies' Man (1978) en The Breaks (1983) en vertrok vervolgens naar Hollywood om als scenarioschrijver te gaan werken. Price was de auteur van artistiek en commercieel geslaagde films als Sea of Love (1986, Harold Becker), The Color of Money (1986, Martin Scorsese) en Mad Dog & Glory (1992, John McNaughton).

Ondertussen had Price in Los Angeles een cocaïne-verslaving opgedaan. Eind jaren tachtig kickte hij af, verhuisde terug naar New York en ging part-time verslaafden begeleiden in de projects in The Bronx. Daar kwam hij in contact met jonge zwarten die geen ander leven voor zich zagen dan dealen, dope gebruiken of allebei, en kreeg hij het idee voor Clockers.

Clockers speelt zich af in de projects. De housing-projects waar Price zelf opgroeide, vormden ook vóór Clockers al in verschillende romans het decor. Deze bakstenen torens met de kleine vierkante ramen werden gebouwd in de jaren vijftig en zestig als huisvesting voor de lagere Amerikaanse middenklasse. Maar de middenklasse vertrok naar de suburbs en de arme, veelal zwarte en Hispanic-bevolking nam er zijn intrek. Tegenwoordig zijn de 'projects' synoniem voor verloedering, schietpartijen en verslaving.

The Wanderers speelt in een tijd dat vuurwapens nog niet alomtegenwoordig waren. De jeugd belaagde elkaar met honkbalknuppels bezet met scheermesjes. In Bloodbrothers (1976) worden neuzen en tanden verbrijzeld met vuistslagen. Het geweld in Clockers is abstracter maar ook definitiever; een afgezaagd pistool in een papieren zak doet het werk.

In de twee tussenliggende romans, Ladies' Man en The Breaks speelt agressie een minder grote rol. In beide gevallen wordt een jonge man geportretteerd die op zoek is, respectievelijk naar liefde en naar een carrière. Hun omzwervingen gaan langs single bars, zogenaamde vrienden en mogelijke nieuwe baantjes. Maar voor alle protagonisten geldt: niet alleen voelen ze zich eenzaam en verloren, ze worden door Price ook nog eens op hun slechtst afgeschilderd.

Kortzichtig

Price vangt zijn hoofdrolspelers steevast op hun zwakste momenten. Strike en Rocco (Clockers), Chubby en Tommy (Bloodbrothers), Kenny (Ladies' Man) en Perry (The Wanderers) zijn behalve gefrustreerd, dom, bot en kortzichtig vooral een ding: ze zijn zielig, op het pathetische af. Soms lijken de ontmoetingen tussen de personages op wedstrijden in meelijwekkendheid.

Ladies' man Kenny Becker bijvoorbeeld wordt aan het begin van het boek verlaten door zijn vriendin. Later vertelt hij collega-vertegenwoordiger Al over de hoogtepunten van zijn relatie: als La Donna een nachtmerrie had en jammerend het bed uit holde, hield Becker haar vast tot ze weer rustig was. Dan legde hij haar in bed waarna ze zich tegen hem aan krulde en verder sliep; het waren zijn 'meest intense fysieke ervaringen'. Maar plotseling bleven de nachtmerries uit. Becker, die zijn nachtelijke reddingsacties mist, probeert de angstdromen op te wekken. Als zijn vriendin slaapt buigt hij zich over haar heen en roept zachtjes 'Wwwooo! Wwwooo!'.

Al reageert niet op Beckers verhaal, maar kijkt tersluiks op zijn horloge. Plotseling dringt het tot de verbijsterde Becker door: 'Het was zo duidelijk als de neus op zijn gezicht. Al neukt niet. De man is ernstig te dik, hij is middelbaar en vijftien jaar getrouwd. Hij is als eerste in de diner en de laatste die naar huis gaat, hij praat over niets anders dan over werk. Hij is een super-vertegenwoordiger. Natuurlijk. Hij neukt nooit meer. En om hier te zitten en mij te horen praten als een normale man met een gezonde seksuele interesse, drijft hem over de rooie'.

Het is niet eens zo dat Price's hoofdpersonen zich niet aan hun situatie proberen te ontworstelen; ze zijn zich er gewoon niet bewust van dat er alternatieven bestaan. Als clocker Strike met $ 20.000 op het busstation staat om Dempsy te ontvluchten, keert hij uiteindelijk maar weer terug naar huis, want wat moet hij elders? Drugsdealen is toch het enige dat hij kan. De zoon van Tommy de Coco, de Italiaanse arbeider in Bloodbrothers, wil eigenlijk geen electriciën worden, zoals zijn vader en oom. Hij zou het liefst met kinderen werken. Maar uiteindelijk zal hij de steigers op gaan om leidingen te leggen. Want zijn vader en oom wil hij niet teleurstellen.

Radiator

Of het nou het armoedige Iers-Amerikaanse milieu is, zoals in The Wanderers, het joodse milieu (The Breaks), het Italiaans-Amerikaanse (Bloodbrothers) of dat van zwarten (Clockers), de individuen kunnen (en willen) er niet aan ontsnappen. In Clockers noemt Price die onontkoombaarheid 'de cycle of shit'. Politieman Rocco Klein ontdekt in een appartement een drie-jarig kind dat met handboeien aan een gloeiende radiator vast zit. Het metaal geleidt de hitte, zodat de peuter bij de pols een 'ring van gekookt vlees' heeft. Rocco vindt de verslaafde moeder van het jongetje en staat op het punt haar aan te vliegen, maar wordt door zijn collega tegen de grond gegooid. In de auto zegt hij: “Rocco, die vrouw die je daar had. Toen zij een klein meisje was, twintig jaar geleden, heb ik haar vader gearresteerd omdat hij haar broertje had doodgeslagen. Haar vader was een real piece of shit. Nu zij volwassen is? Nu is zíj een piece of shit. Dat jongetje dat je vanavond gered hebt. Als hij lang genoeg leeft en hij groeit op, dan wordt ook hij een real piece of shit. Het is de cycle of shit en je doet er niets aan.”

Het gedrag en de belevenissen van Price's hoofdpersonen geven weinig hoop. De momenten van verademing die zijn boeken toch te bieden hebben liggen dan ook niet in de gebeurtenissen, maar in zijn taal. De dialogen in vooral de vroege boeken zijn humoristisch en de beeldspraken die Price zijn personages laat denken zijn zo mooi en raak dat ze zelfs de misère die ze beschrijven dragelijk maken.

Als gang-leden in The Wanderers een fles frisdrank delen drinkt Cookie na Sloopy. 'Cookie veegde zijn lippen af met zijn mouw. Het idee van Sloopy's lippen maakte hem misselijk. Sloopy's mond zag er uit alsof hij met een blikopener was aangebracht. Een klein bloedeloos, liploos gat met meerkleurige tanden die in vier verschillende richtingen stonden'.

Clockers is ingehoudener dan Price's eerdere werk. De soms dwangmatige humor uit bijvoorbeeld The Breaks is verdwenen. De hoofdpersonen van Clockers zijn nerveus, alert en grimmig en de taal is dat ook. Alleen in de krachtige metaforen gunt Richard Price zich wat ruimte. Zoals op het moment dat Strike door Rocco Klein opnieuw ondervraagd wordt over de moord op de drugsdealer. Rocco zet Strike onder druk om de moord, die hij niet gepleegd heeft, te bekennen:

“We weten allemaal wie Daryll Adams vermoord heeft.”

“Wie..”

“Wie? Wie denk je, Strike?”

De lippen van de jongen bewogen weer, het gevecht tussen engelen en demonen verlichtte zijn ogen als de ramen van een brandend huis. Maar toen ging het vuur uit en zijn gezicht betrok, als door schaamte. “Ik weet het niet.”

    • Hester Carvalho