Muishond-sterk

De Tweede Ronde, Zuidafrikaans nummer. Van Oorschot/Betapres, 183 blz. Prijs ƒ 17,50.

Vestdijkkroniek, nr.88-89 en Register 1973-1995, Prijs ƒ 25,-. Uitg. Gianotten, Bredaseweg 61, 5038 NA Tilburg.

Volmaakt volgens verwachting heeft de Vestdijkkroniek, na 22 jaar, het loodje gelegd. Dat het zou gebeuren stond drie jaar geleden al vast, toen het Literair Produktie- en Vertalingenfonds besliste dat de slechts op één auteur gerichte literaire tijdschriften voortaan geen subsidie meer zouden ontvangen. Nederland kent een vijftiental van zulke 'eenmansbladen' - geen enkele schrijvende vrouw viel tot nog toe die eer te beurt - waarvan er drie meer pretentie hebben dan een literair fanclubblad te zijn: Over Multatuli, de Vestdijk- en de Achterbergkroniek. Hierin verschijnen degelijke artikelen en beschouwingen die voor een algemener literair tijdschrift vaak te zwaar of te gedetailleerd zouden zijn. De Vestdijkkring heeft nu het even eenvoudige als logische en hopelijk net zo haalbare idee om van het niet meer gesubsidieerde kwartaaltijdschrift een Vestdijk Jaarboek te maken. 'Grondig onderzoek leverde de zekerheid op dat hiervoor de financiële mogelijkheden er wél zijn' meldt Max Nord stellig en lichtelijk triomfantelijk in het voorwoord van het laatste nummer van de Vestdijkkroniek. Het lijkt de best denkbare oplossing. De ware liefhebbers zullen vast bereid zijn om een keer per jaar een kloek boek aan te schaffen met daarin een stuk of twintig essays over hun geliefde auteur. Vestdijkkringleden zullen ƒ 55,- betalen; instellingen meer en studenten minder, net als voorheen voor een jaargang met vier nummers. Het grote nadeel van een jaarboek is natuurlijk dat er van reacties de verschillende artikelen nauwelijks of alleen met grote vertraging sprake kan zijn. En juist in dit opzicht deed de driemaandelijkse Vestdijkkroniek de laatste tien jaar zo van zich spreken. De weduwe van Vestdijk hield de gemoederen aardig in beweging met luide en verstrekkende protesten tegen de biografen van haar man, waarmee ze zichzelf in de biografiekunde spreekwoordelijk zo niet onsterfelijk heeft gemaakt.

De laatste, dubbele Vestdijkkroniek gaat vergezeld van een apart register (ƒ 25) op alle 89 verschenen nummers, handig ingedeeld naar auteurs van de artikelen èn naar titels van het besproken werk van Vestdijk. Veelschrijvende Vestdijkianen: de Abell-van Soests, Harry Bekkering, Piet Kralt, R.A. Cornets de Groot, Martin Hartkamp, René Marres, Max Nord, en vooral Rudi van der Paardt. De meest besproken boeken waren Else Böhler, Het glinsterend pantser, topper De koperen tuin, Meneer Visser's hellevaart, Terug tot Ina Damman en, als enige verrassing, De toekomst der religie. Niets over De dokter en het lichte meisje, géén De zieke mens in de romanliteratuur.

'Slaap, kindjie, slaap daar buite loop 'n skaap...' (Afrikaanse lullaby). De Tweede Ronde maakte een Zuidafrikaans nummer. Het proza werd, door Robert Dorsman, allemaal vertaald, maar de gedichten werden groot in het Zuidafrikaans en klein in het Nederlands afgedrukt - 'deze poëzie laat zich voor een groot deel onvertaald savoureren'. Voor de zoveelste keer sneuvelde helaas de rubriek 'Essay', de enige plek in dit tijdschrift waar de lezer de zo gewenste achtergrondinformatie kan opdoen. Op dit punt laat De Tweede Ronde het lelijk afweten, jammer.

'Ek staan muishond-sterk en virus-trots / ek kyk die wêreld in die bebloede oog / en lag! / Lag ha ha ha ha ha! / Oor die trane en die pyn, / want ek is mos 'n Afrikaner / en pyn kan verdwyn...' - dit fragment uit een gedicht van cabaretier Pieter-Dirk Uys, dat in de afdeling Light Verse terecht kwam, kreeg nog een vertaling mee, maar 'Dis Van Dis!' van Karel van Eerd moet het zonder stellen: 'Jy vabond, wag en jy sal bly / Die som van alle pryse kry, / Verleen deur onse nasie. / Sy sê nie meer: jy is die dief, / Maar het haar oue buisheld lief, / Jy bly nog in die grasie.'

Ook Breyten Breytenbachs 'Noem dit hart' moeten we zonder meer kunnen volgen: 'is die skrif 'n skone / hond se gatpatrone / is jou mond vol bone / njar-njar njar-njar har!' Een voetnoot vermeldt nog gedienstig dat bone beenderen, botten betekent. Dit gedicht is onvertaalbaar, luidt de eenvoudige maar weinig overtuigende verklaring. Van Antjie Krog werd wél keurig vertaald 'ek kom weer eens nie uit met my budget nie', terwijl in haar gedicht eigenlijk alleen het woord 'koolbredie' (ragoût) onherkenbaar is. En elders in een prachtig gedicht over de dubieuze geneugten van het moederschap 'ek krap verwaterde ghwelle uit die opwasbakpropsif' - 'ik krab verwaterd snot uit het gootsteenroostertje'. Zij debuteerde kort geleden ook als prozaschrijfster, en De Tweede Ronde is er als de kippen bij om een fragment, wel erg kort, uit haar Relaas van een moord te plaatsen, een autobiografisch verhaal over het dreigement van een blanke terreurgroep om zich te wreken op ANC-sympathisanten - “Wel eens van de Witte Wolven gehoord? Vanavond komen we voor jou. Een verraadster en een slet als jij verdient het als een hond te worden afgemaakt”.

Met een kritisch analytisch stuk over de huidige stand van zaken in de spannende Zuidafrikaanse literatuur had dit nummer van De Tweede Ronde heel wat aan kracht gewonnen.

    • Margot Engelen