Mooi is soms de vijand van goed; Georgia, ontroerende film over twee zingende zusjes

De film Georgia gaat over de relatie tussen de succesvolle country-zangeres Georgia en haar mislukte punkzusje Sadie. “In een adembenemde scène beseft Georgia dat de rauwe, compromisloze manier waarop Sadie zingt, voor haar harmonieuze persoonlijkheid niet is weggelegd,” schrijft Hans Beerekamp, die de film koos voor de Critic's Choice van het filmfestival in Rotterdam.

Georgia van Ulu Grosbard werd geselecteerd voor de Critic's Choice van het Internationaal Filmfestival Rotterdam. De film heeft nog geen Nederlandse distributeur. Te zien: Thalia (26/1, 22.00u); Kriterion (27/1, 19.30u en 2/2, 22.00u); Lumière 1 (28/1, 10.00u).

Geluidloos snikken is een kunstje dat goed van pas komt in de bioscoop. Meestal merkt niemand het, wanneer ik weer eens volschiet bij een oude Disney-tekenfilm of een herenigd liefdespaar. Afgelopen najaar ging het in een Gentse bioscoopzaal toch bijna mis: een scène in Georgia, die achteneenhalve minuut duurt en steeds intenser wordt, bracht me aan het schokschouderen en beschaafd proesten. Maar gelukkig is er niemand in Gent die me kent.

Op de een of andere manier zijn het vaak films over zangers of muzikanten, die mijn melodramatische snaar nog harder doen trillen. Er zijn maar weinig mensen die begrepen waarom ik The Fabulous Baker Boys of The Mambo Kings zo hartverscheurend mooi vond. Echt goed uit te leggen valt dat ook niet; ik kan hooguit verwijzen naar de oprichter van het Rotterdamse Filmfestival, Huub Bals, die in het filmblad Skrien eens zijn favoriete scène aanwees: het meest melodramatische moment uit de Duitse smartlap De levensroman van Richard Tauber (Du bist die Welt für mich).

In Georgia, geregisseerd door Ulu Grosbard en vorig jaar met enig succes vertoond in Cannes, spelen Jennifer Jason Leigh en Mare Winningham twee zusjes, Sadie en Georgia. De oudste (Winningham) is een succesvol countryzangeres met een fanclub, een man, twee kinderen en een derde op komst. Sadie, de jongste, adoreert Georgia al haar leven lang. Ze wil ook zangeres worden en treedt met wisselend succes op in rockgroepjes uit Seattle. Sadie heeft minder talent dan haar zus, en heeft nauwelijks greep op haar leven.

Vanaf het moment dat Jennifer Jason Leigh in beeld komt als Sadie, is meteen duidelijk met wie we te maken hebben: een punkerig meisje dat te veel kohl op haar ogen smeert, met kapotte kousen en een onstilbare honger naar liefde en erkenning. Ze drinkt grote hoeveelheden alcohol uit een heupflacon en neemt af en toe nog iets sterkers. De leegte is bijna niet op te vullen, zeker niet door de aardige, niksige jongen die ze op zeker moment welwillend in haar leven toelaat.

Leigh is geknipt voor dit soort rollen, variërend tussen ernstig geschift (Single White Female), excentriek (Mrs. Parker and the Vicious Circle) en uit wanhoop quasi-onverschillig (Short Cuts). Te midden van het sterke acteursensemble in die laatste film zorgde Leigh voor een van de beste momenten, als de moeder die betaalde telefoonseks levert, terwijl ze haar jongste zijn hapje voert. Short Cuts-regisseur Robert Altman zou aanvankelijk ook Georgia maken, een film geschreven en geproduceerd door Barbara Turner, de moeder van Jennifer Jason Leigh. Waarom Altman er uiteindelijk vanaf zag, weet ik niet, maar ik denk dat het een ander - wellicht minder bevredigend - soort film geworden zou zijn. Turner, auteur van verschillende tv-films, maar ook van Richard Lesters Petulia (1968), schreef Georgia op het lijf van haar dochter en dat van Mare Winningham, in werkelijkheid behalve actrice ook zangeres, songwriter en moeder van vijf kinderen.

Oscarnominatie

Lang geleden was Jennifer eens in een zomerkamp geobsedeerd geraakt door de daar als leidster en rolmodel functionerende Mare. Altman had er vast een excentrieke film over de muzikale 'scene' van Seattle van gemaakt, maar door regisseur Ulu Grosbard in te huren, koos de producente voor een film waar de actrices de baas waren. Wanneer sterren de grenzen van hun kunnen willen verkennen, kiezen ze vaak voor de in 1929 in Antwerpen geboren en in Amerika getogen theaterregisseur Grosbard. Zo kozen Robert De Niro en Robert Duvall hem bijvoorbeeld als regisseur voor True Confessions (1981). En ook Dustin Hoffman, Meryl Streep, Patricia Neal en Martin Sheen kozen Grosbard uit voor kleine, niet bij uitstek commerciële lievelingsfilms.

Jennifer Jason Leigh (1962), dochter van de in 1982 tijdens filmopnamen verongelukte acteur Vic Morrow, loopt met Georgia kans op haar eerste Oscarnominatie. Het zou niet alleen terecht zijn wegens haar staat van dienst - ze is een van de meest interessante jonge Hollywoodactrices- maar vooral ook omdat ze zo'n zwaar stempel drukt op Georgia, een film waarvan Leigh min of meer de 'auteur' is.

De verhouding tussen twee met elkaar verknoopte zusjes en vriendinnen, van wie de een meer talent heeft dan de ander, maar die nooit goed los kunnen komen van elkaar, is zeer herkenbaar beschreven door Turner en vertolkt door Leigh en Winningham.

Het spreekt niet vanzelf dat het publiek partij kiest voor de 'underdog'. Leighs drammerige en onbetrouwbare gedrag is soms zo ergerlijk dat je eerder geneigd bent je te identificeren met de harmonieuze, betweterige zus. Maar die is, in tegenstelling tot haar zeer op Sadie gestelde echtgenoot, in wezen kil, en niet in staat tot het soort inzet en gretigheid dat Sadie representeert.

Die ene scène van achteneenhalve minuut, die me in de bioscoop in Gent zo trof, is ook door Jennifer Jason Leigh bedoeld als het hoogtepunt van de film. Op een zeldzaam gemeenschappelijk (benefiet)concert van de country-ster en haar zus, introduceert Georgia met respect en afgemeten warmte Sadie bij het publiek. Leigh zet Van Morrisons Take Me Back in, een prachtige song die pijn en verdriet uitdrukt. Sadie heeft geen fantastische stem, en zingt evenmin erg zuiver, dat was al duidelijk. Maar wat nu op het podium gebeurt is pijnlijk, en bijna onverdraaglijk voor het publiek.

Dan sluipt Georgia, die in de coulissen heeft staan luisteren, naar haar zusje toe en gaat melodieus en met flink volume meezingen en -spelen. Sadie is daar achteraf woedend over, omdat ze niet wil dat haar beroemde zus haar op een cruciaal moment te hulp schiet. Wat ze niet begrepen heeft, maar in die adembenemende scène voor de goede verstaander en kijker wel duidelijk wordt, is dat Georgia beseft dat de rauwe, compromisloze manier waarop Sadie zingt, voor haar harmonieuze persoonlijkheid niet weggelegd is. Haar hulp is ook een hommage, een lucide liefdesverklaring. Mooi is soms de vijand van goed, en een technisch onvolkomen, onbeholpen maar authentieke uiting doet een professional wel eens het schaamrood naar de kaken stijgen over zijn eigen routineuze middelmaat. Het geldt zowel in rockmuziek als in film.

Ontroerend is ook het oefenen van Lou Reeds Walk on the Wild Side van Sadie met haar lievelingsneefje op schoot, en er zijn veel meer schitterende momenten in deze heel bijzondere film. Voor mij is het in de eerste plaats een film over de relativiteit van mooi en lelijk, en de absolute waarde van echt en onecht. Om van te huilen.