Met raketten kan China Taiwan niet veroveren

Is het loos alarm in een politieke en psychologische oorlog of is China voornemens om een echte oorlog tegen Taiwan te beginnen zoals eerder deze week bericht door de New York Times? De krant meldde dat Chinese generaals afgelopen winter aan een gepensioneerde topdiplomaat en China-specialist Chas Freeman, tolk van president Nixon in 1972 en tot voor kort assistent-minister van defensie, en aan een hoogleraar uit Californië hadden onthuld dat zij een gedetailleerd plan gereed hebben voor een dagelijkse raketaanval gedurende 30 dagen na de Taiwanese presidentsverkiezingen op 23 maart.

Het is niet de eerste keer dat dit soort scenario's via on-officiele kanalen naar buiten komen en er vervolgens een spel van ontkenningen en varianten gespeeld wordt. Eind november vorig jaar meldden kranten in Hongkong en Taiwan dat China na de verkiezingen een invasie en tijdelijke bezetting van het Chinese kusteiland Quemoy (dat nog steeds vanuit Taiwan bestuurd wordt) zou uitvoeren om Taiwan tot serieuze onderhandelingen over hereniging te dwingen en als de invasie niet afdoende zou zijn, een blokkade van heel Taiwan zou volgen. Die dreigementen werden ook geuit vlak voor verkiezingen, ditmaal voor het parlement.

Het doel was hetzelfde als nu, het electoraat intimideren om niet voor kandidaten te stemmen die Taiwan tot een de jure onafhankelijke staat willen maken. Het lijdt weinig twijfel dat president Lee Teng-hui in maart gekozen zal worden en hoewel Lee niet expliciet voor onafhankelijkheid is vreest China dat zijn strategie van 'creatieve dubbelzinnigheid' op hetzelfde neerkomt. Lee's politiek is om de status quo tussen China en Taiwan te rekken totdat politieke hervormingen in China tot een gematigder, redelijker regime zullen leiden, waarmee een dialoog op basis van gelijkheid mogelijk is. In die tussentijd wil Lee Taiwans internationale positie versterken, deels door toenemende steun van het Westen, met name de VS, voor Taiwans democratie, deels door economische diplomatie in de Derde wereld. Onlangs slaagde Taiwan erin opnieuw diplomatieke betrekkingen met Senegal te vestigen, hetgeen China furieus maakte.

De huidige spanningen in de betrekkingen begonnen echter na het onofficiële bezoek dat president Lee vorig jaar juni aan zijn oude universiteit in de VS bracht. China strafte dat af met een maandenlange scheldkannonade, dreigementen, raketproeven en andere militaire manoeuvres. Aan het einde daarvan zei een top-generaal, eveneens tegen de New York Times dat Taiwans presidentsverkiezingen een 'illegale farce' zijn omdat Taiwan een provincie van China is. Afgezien van het feit dat China in zijn huidige harde politieke gemoedstoestand gruwelijk het land heeft aan democratie en verkiezingen, hebben provincies nou eenmaal geen presidenten. Waarnemers menen dat de macht van de militairen in China's overgangsregime nog steeds toeneemt ten koste van de president Jiang Zemin. Het is duidelijk dat China de zaak in de aanloop tot de komende verkiezingen hoger wil spelen, maar of het tot serieuze militaire actie zal overgaan wordt algemeen betwijfeld. Het maximale doel van China gaat wellicht niet verder dan op korte termijn het electoraat in Taiwan intimideren en de winstmarge van president Lee kleiner maken. Op langere termijn wil China het gevoel van onveiligheid op Taiwan verhogen en de wereld, met name de VS er steeds dramatischer aan herinneren dat China nooit en te nimmer zijn aanspraken op Taiwan zal laten varen en alle nationale offers wil brengen om dit historische doel te bereiken.

Militaire specialisten betwijfelen of China op dit moment in staat is tot effectieve militaire actie tegen Taiwan. Met raketaanvallen kun je een eiland ter grootte van Nederland niet veroveren zonder systematische luchtaanvallen en een grootscheepse amfibische invasie. Daartoe zijn China's verouderde luchtmacht en marine in elk geval niet in staat. De Taiwanese luchtmacht is beter getraind, van hoger technisch niveau en zou formidabele 'second-strike'- aanvallen op Chinese doelen kunnen uitvoeren. De Taiwanese vloot wordt ook in staat geacht om beperkte invasies af te slaan en een blokkade te breken.

De grote onbekende factor is of Amerika wel of niet zal intervenieren. Gisteren hebben Taiwanese kranten onthuld dat het Amerikaanse vliegdekmoederschip Nimitz op 19 december vorig jaar met een smaldeel van vier andere oorlogsbodems, voor het eerst sinds 19 jaar door de Straat van Taiwan is gevaren en dat dit grote politieke betekenis heeft. Tot 1978, het jaar waarin de VS het defensieverdrag met Taiwan onder Chinese druk beëindigden, beheerste de Zevende vloot de wateren rondom Taiwan. In plaats van het defensieverdrag is de 'Taiwan Relations Act' gekomen, die slechts dubieuze garanties voor de veiligheid van Taiwan geeft, namelijk dat “elke Chinese poging om de toekomst van Taiwan met andere dan vreedzame middelen te bepalen een bedreiging van de vrede in de regio is en een bron van zorg voor de VS”.

Dezelfde Chas Freeman zei in een recente toespraak in Hongkong hierover: “Er is een geschiedenis van Amerikaanse besluitvorming, die erg onvoorspelbaar is en zij (de Chinezen) behoren ernstig rekening te houden met de mogelijkheid dat wij zullen intervenieren, of in het geval van Taipei, dat we het niet zouden doen”. Met andere woorden: China neemt onbekende risico's en Taiwan moet zich onthouden van acties die China tot nieuwe escalatie uitdagen.

Maar de belangrijkste terughoudende factor zal wellicht zijn dat China niet bereid is de economische en politieke prijs van een oorlog tegen Taiwan te betalen. Volgens Taiwans Defence Technology Monthly zou een raket-, lucht-en amfibische oorlog over de 125 tot 200 km brede Straat van Taiwan in een week 60 miljard dollar kosten. Dat is niet vol te houden. Zo'n oorlog zou de Chinese hervormingsgerichte diplomatieke en economische strategie van de laatste twintig jaar fataal ondermijnen, Hongkong ruïneren, heel Oost-Azië destabiliseren, de Chinees-Amerikaanse detente vernietigen, toch tot grootschalige Amerikaanse interventie leiden en China voor langere tijd in diskrediet brengen als een roekeloze aggressor.

    • Willem van Kemenade