Lakeman na SOBI in claims: 'Dat leek mij leuk'

Pieter Lakeman, ooit de ideële horzel van het Nederlandse bedrijfsleven, is sinds zes jaar ook actief als adviseur van beleggers en bedrijven. Voor hem gaan idealen en commercie samen, zo verzekert hij. Hij is dol op het versturen van dagvaardingen, maar hij kan het billijken als een ander hem ook weet te vinden. Hij kan er niet zenuwachtig van worden. Procederen, boeken schrijven en voor de nodige tamtam zorgen, daarmee is Lakeman in zijn element.

Deurwaarders herkent Pieter Lakeman van verre. Zij vallen op door hun onopvallende voorkomen. De voorzitter van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie, kortweg SOBI, heeft ervaring na twintig jaar procederen. “Ik ben niet zo bang voor processen. Andere mensen denken: oh, iemand is boos op me, het einde der dagen is nabij. Ik heb zelf al tientallen malen mensen gedagvaard, dus het zal mij ook wel eens overkomen, al is het maar voor een hoger beroep. Wat me arbeidsvreugde geeft, is het moment van dagvaarden. Sommige partijen dagvaarden mensen op hun verjaardag. Dat doe ik niet. Maar wel op het privé-adres van een manager, als zijn vrouw thuis is, liefst met wat vriendinnen op bezoek.”

Lakeman, ooit de ideële horzel van het Nederlandse bedrijfsleven, drijft sinds een jaar of zes naast SOBI ook een commerciële praktijk als adviseur van beleggers en bedrijven. De ridder zonder vrees of blaam tegen onrechtmatig optreden van topmanagers, accountants en bankiers heeft tegenwoordig een vergelijkbare adviespraktijk als zijn tegenstanders. Lakeman heeft zich gespecialiseerd in schadeclaims tegen kapitaalkrachtige lieden, zoals accountants, en hij bespaart gevallen managers de gang naar de bijstand. Een bankier die onlangs de degens met hem kruiste: “Lakeman heeft goodwill in de media, omdat hij opkomt voor benadeelde partijen, maar nu lijkt hij zich te lenen voor de hoogste bieder.”

“Zonder hem zou het niet gelukt zijn”, zegt Wim van Leenen die zijn automatiseringsbedrijf Infotheek bijna vier jaar geleden op de fles zag gaan, maar mede dankzij Lakemans inspanningen is hij ontsnapt aan een persoonlijke schadeclaim van de Infotheekcuratoren van 95 miljoen gulden wegens onbehoorlijk bestuur. Eind vorig jaar gingen de schuldeisers akkoord met een allesomvattende financiële regeling waardoor het faillissement wordt beëindigd. Infotheek ging eind 1991 onderuit door verkeerde financiering van buitenlandse overnames en de ingezakte automatiseringsmarkt.

Wat zou Lakeman, mede-auteur van de bestseller Failliet op krediet, vroeger hebben gezegd over Van Leenen? Mismanagement? “Er zat wel een ongelukkige overname bij”, erkent Lakeman, “maar dat is alleen verwijtbaar als het tot het faillissement van Infotheek had geleid. Van Leenen was volgens mij niet een van de belangrijkste veroorzakers van het faillissement.”

De marketing van Lakeman loopt op rolletjes, waarbij het ideële en het commerciële aspect hand in hand gaan. In de jaren zeventig en tachtig maakte hij naam als voorzitter van SOBI, die accountants en bedrijven voor de rechter daagde als hij vond dat zij verkeerde informatie verschaften. In zijn eentje hield hij jarenlang de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof, die gespecialiseerd is in conflicten tussen bedrijven en hun aandeelhouders, aan het werk met zijn procedures over jaarrekeningen van ondernemingen.

Daarnaast schreef hij verscheidene boeken die, nog beter dan tv-optredens of interviews in de kranten, zijn naamsbekendheid vergrootten. “Boeken trekken de meeste klanten.” Accountants konden zijn bloed wel drinken, de broer van toenmalig minister-president Lubbers probeerde bij de rechter tevergeefs Lakemans boek Het gaat uitstekend - zwendel en wanbeleid in het Nederlandse bedrijfsleven uit de handel te halen. Het boek zou “onjuiste, onrechtmatige en beledigende passages” bevatten over het familiebedrijf Hollandia Kloos. “De gevaarlijkste informatie is geloofwaardige informatie”, zei Lakeman in een vraaggesprek in 1982.

De Stichting SOBI hield vroeger - heel strategisch - kantoor tegenover het Amsterdamse paleis van justitie, maar zit nu op de dijk langs de Vecht, vrijwel op de grens van Utrecht en Holland. Lakemans vrijgezellenjaren zijn voorbij: samenwonen, trouwen, dochtertje. “SOBI heeft een ideëel doel. Ik wilde wat meer geld verdienen. Vroeger adviseerde ik veel ondernemingsraden. Dat was natuurlijk ook commercieel, nu is dat werk voor ondernemingsraden minder. Ik wilde claims gaan indienen, dat leek mij leuk. Dat vergt meer inventiviteit en fantasie, hoe je de tegenstander in een hoek kunt drukken.

“Ik was de verpersoonlijking van het algemeen belang. SOBI heeft nooit subsidie gekregen en ook nooit gevraagd. Dan hadden wij het overigens wel gekregen, denk ik. Ik houd er niet van uit de staatsruif te eten, zoals Daimler-Benz, het grootste industriële bedrijf van Europa, dat 1,5 miljard van de Nederlandse overheid wilde hebben voor Fokker.”

Voor zijn commerciële praktijk heeft Lakeman ruim anderhalf jaar geleden een apart bedrijf opgericht: de NV Maatschappij tot Bescherming van Schuldeisers. De officiële doelstelling van de NV is recht voor zijn raap: het assisteren en adviseren van mensen en bedrijven bij het verkrijgen van schadevergoedingen van banken, registeraccountants en advocaten.

“Ik vond een NV wel chic”, zegt directeur Lakeman. Zo ongeveer iedereen in Nederland denkt dat een BV veel voordelen heeft ten opzichte van een NV, maar dat is volgens hem een misvatting. Alleen het gestort kapitaal van een NV moet hoger zijn, maar de publikatieplicht is identiek aan die van een BV. Navraag bij het handelsregister leert dat Lakemans bedrijf geen jaarrekening heeft gedeponeerd. Schendt de directeur de regels die hij als SOBI-voorzitter zo koestert? Lakeman: “Ik heb mijzelf uitstel gegeven. Veel bedrijven doen dat. Dan moet je 13 maanden na afsluiting van het boekjaar de jaarrekening deponeren. Dat is in februari. Maar verwacht geen grote winsten in het eerste jaar dat het bestaat.”

In zijn commerciële praktijk adviseert Lakeman managers en beleggers die hij vroeger bestreden zou kunnen hebben als SOBI-voorzitter. Van Leenens Infotheek ging bijna letterlijk failliet op krediet. Een andere klant, oprichter drs. J. Poot van projectontwikkelaar Chipshol, zorgde voor opmerkelijke opwaarderingen van zijn belangrijkste bezittingen: landbouwgronden rondom Schiphol. Die zijn bij wijziging van bestemmingsplannen als bouwrijpe grond goud waard. Bij een andere klant, de financiële bemiddelaar Legio Lease, die groot geworden is met het leasen van aandelen, ontplooit Lakeman activiteiten als privé persoon en als voorzitter van SOBI. Hij is vorig jaar voorzitter geworden van de raad van toezicht van Legio Fiscalert, een nieuwe activiteit van Legio Lease, om particulieren fiscale dienstverlening aan te bieden. In de brochure, waarin ook de namen van de leden van de raad van toezicht staan, wordt Lakeman opgevoerd als voorzitter van SOBI. In een eerdere brochure van Legio Lease zelf verklaart Lakeman - op briefpapier van SOBI - dat hij de inhoud “kritisch bekeken” heeft en waar nodig door specialisten heeft laten controleren. “Ik ben dan ook tot de conclusie gekomen dat deze brochure voldoende en eerlijke informatie geeft.”

“Er moet wel een duidelijke scheiding zijn”, zegt Lakeman. “De raad van toezicht van Fiscalert doe ik als P. Lakeman, Legio Lease is een commerciële activiteit.”

Oprichter P. Bloemink van Legio Lease: “Mijn brochure is mijn verkoopkanaal. Ik zocht iemand die de daarin opgenomen informatie kon beoordelen, en daar is de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie voor.” Het werkt: aantallen klanten en bedrijfsomvang wil Bloemink uit concurrentie-overwegingen niet kwijt. Hij houdt het op “vele, vele tienduizenden klanten” en “ongeveer een half miljard gulden aan geleasde aandelen zou best waar kunnen zijn”. Het weekblad Intermediair becijferde overigens dat het goedkoper is om zelf een lening op te nemen en de aandelen te kopen dan de constructie van Legio Lease te nemen.

Legio Lease deponeert wel een jaarrekening bij de Kamer van Koophandel, maar die is naar Bloeminks zeggen zo versluierd, dat de lezer daar de omvang van het bedrijf en de klantenkring niet uithaalt. Bloemink - “ik heb pillen geslikt tijdens de onderzoeksperiode” - is uiterst content met Lakeman. Hij betaalt hem, net zoals andere adviseurs als advocaten, een uurvergoeding. Dat Lakeman in zijn brochure optreedt als voorzitter van SOBI en daarnaast een commerciële adviespraktijk heeft, maakt hem niets uit. “Journalisten van sommige kranten, waaronder NRC Handelsblad, schrijven ook boeken, die ook goed verkopen, omdat die journalist in die krant schrijft.”

Met oprichter Poot van Chipshol doet Lakeman al anderhalf decennium zaken. “Mijn langst levende cliënt.” Hij weet nog precies wanneer Poot en hij voor het eerst contact hadden: oudejaarsavond 1979. Poot, toen nog werkzaam voor verzekeraar Centraal Beheer, had een knallend conflict gekregen over de ontwikkeling van het ski-project Valmorel. Een paar jaar geleden schaarde Lakeman zich opnieuw aan Poots zijde tijdens een ruzie met de geldschieters van de onderneming, waarin een groot deel van de 'gouden grond' rond Schiphol was ondergebracht. Lakeman zou Poot en zijn in het bedrijf werkzame zoons hebben gesteund, zo zeggen critici, in het overmaken van gelden, terwijl Poot cum suis niet meer in functie waren als directeur en dat helemaal niet mochten doen. “Klopt niets van”, zegt Lakeman. De accountant die dat rapport heeft gemaakt, is volgens hem later op het matje geroepen door de raad van tucht van het NIVRA, de beroepsvereniging van registeraccountants. Poot en Lakeman ondernamen eveneens stappen tegen bestuursvoorzitter C. van Luijk van Coopers & Lybrand, de accountant van Chipshol. Die kreeg eind vorig jaar een schriftelijke vermaning van het College van beroep voor het bedrijfsleven. Volgens Lakeman is het uniek dat een bestuursvoorzitter van een groot accountantskantoor zo hard op de vingers wordt getikt.

Als beroepsmatig claimer hoeft Lakeman zich van dergelijke beroeps- en tuchtregels niets aan te trekken. Slechts de tucht van de markt is op hem van toepassing, erkent hij. Lakeman is niet gebonden aan de gedragsregels of beroepscodes van zijn tegenstanders, zoals accountants en advocaten. Hij kan procederen op basis van no cure, no pay, een uit Amerika overgewaaid beloningsysteem dat advocaten aanmoedigt om naar de rechter te stappen en een hoge schadevergoeding te eisen. Zo treedt hij op voor een groep van 212 melkveehouders die vinden dat zij gedupeerd zijn bij de overname van de melkcoöperatie Heino door Coberco. Zij claimen 40 miljoen gulden, waarvan 20 procent naar Lakeman gaat als hij succes heeft.

De vrees voor Amerikaanse toestanden met no cure, no pay vindt Lakeman volstrekt ongegrond. Drie typerende kenmerken van het Amerikaanse rechtssysteem heeft Nederland niet: geen jury-rechtspraak, die tot onvoorspelbare uitspraken kan leiden, geen eigen keuze voor de advocaat welke rechtbank hij wil, en geen mogelijkheden om, naast de geleden schade, nog eens een vergoeding van drie maal de schade (punitive damages) te eisen. Omdat ook de proceskosten in Amerika hoog zijn, leidt dat volgens Lakeman tot hoge claims. “Je weet maar nooit of een bedrijf waartegen een claim is ingediend, je dan niet wil afkopen om er vanaf te zijn, ook al is de claim waanzinnig.”

Hij legt uit dat no cure, no pay alleen werkt bij grote bedragen, anders maakt hij zelf al meer kosten dan het bedrag dat zijn klant aan claim heeft. In de no cure no claim zaken eist hij complete zeggenschap over de procedure. Krijgt hij dat, dan komt de Lakeman-machine op gang, inclusief de publicitaire tamtam.

In Nederland zijn de claims “echt heel bescheiden”, vindt Lakeman, wiens vorderingen van 40 miljoen tegen Moret naar zijn zeggen de grootste is. Zijn claims zijn van maatschappelijk belang. “Ik ben al heel lang voorstander van het indienen van claims. De kwaliteit van informatievoorziening gaat omhoog als mensen het in hun portemonnee voelen, als zij foutieve gegevens verstrekken.” Met zichtbaar genoegen heeft hij geconstateerd dat bijvoorbeeld ook bank en verzekeraar ING in Londen naar de rechter is gestapt om bij drie adviseurs (bank, actuaris en accountant) vele honderden miljoenen schadevergoeding te claimen wegens een mislukte overname.

SOBI's werk in de jaren zeventig en tachtig was voor de toenemende claimbewustheid een “noodzakelijke tussenfase”, zo analyseert Lakeman. In die periode werd door uitspraken van de Ondernemingskamer in SOBI-procedures steeds meer twijfel gezaaid over de waarde van goedkeurende verklaringen van accountants.

Dat hij zelf ook het mikpunt is van claims, kan Lakeman wel begrijpen, al blijft het vervelend. Vijftien jaar geleden moest hij met de pet rond bij vrienden om 50.000 gulden boete te betalen. Hij had toen het hem door de rechter opgelegde stilzwijgen doorbroken over een van zijn toenmalige tegenstanders, een Japanse fabrikant van prefab woningen.

Nu lopen er twee zaken tegen hem wegens een column in het blad OR-Informatie, waar Lakeman ook in de raad van advies zit. In zijn column maakte hij melding van geruchten dat toenmalig Fokker-topman Nederkoorn smeergeld zou hebben gekregen om een snelle overname door DASA te vergemakkelijken. De Duitse vliegtuigfabrikant diende een strafklacht in wegens smaad en begon ook een civiele procedure om een schadevergoeding. In de smaadzaak kon Lakemans advocaat mr. G. Kemper op de valreep nog een voorlopig getuigenverhoor arrangeren om een aantal journalisten en vroegere medewerkers van Fokker te horen. Daarmee wil hij aantonen dat geruchten over Nederkoorn wijdverbreid waren en voor journalisten voldoende inhoud hadden om nader speurwerk te doen.

De civiele zaak wacht op hoger beroep, nadat Lakeman bij de rechtbank verloren heeft. DASA claimt ruim 125.000 gulden. Lakeman:“Na DASA ben ik niet voorzichtiger geworden. Ik was al voorzichtig. Die column was de meest voorzichtige die ik ooit geschreven heb. Hij is door de huisjurist van OR-Informatie gescreend, door mijn advocaat en door nog twee andere advocaten. De civiele zaak tegen DASA is nu een verliespost, maar op lange termijn niet. Als ik die win, is toch weer goud te verdienen als ik mijnheer Schrempp aan mijn zegekar heb gebonden.” Schremmp is president van DASA's moeder Daimler-Benz. Het geld voor Lakemans advocaat is overigens aftrekbaar van de belasting als bedrijfskosten. Zo doet de overheid toch een duit in Lakemans zakje.