Kraai

Zo is het leven in Venraay:

De meesten hebben kind noch kraai;

Toch woonde er iemand in die stad

Die zowel kind als kraai bezat.

Welgezind, zo heette het kind

Veel Lawaai, zo heette de kraai.

Zo heette hij al in de dooier

Maar die man noemde hem Schooier.

'k Was de dunste van het broedsel

Want ik kreeg het minste voedsel;

Ja mij was, zo krast de kraai

De worm ter moedersneb al taai.

Maar lieve Schooier, zei het kind

Bij ons ben jij het meest bemind.

De ganse dag zit je te schranzen

Kijk eens hoe je veren glanzen.

Nu zingt de kraai een vrolijk wijsje

En het kind dat was een meisje.

Klop klop!

Wie is daar?

    • Rudy Kousbroek